Een domine vertelt
XXIX Verschillende overgingen
Eens kwam bij mij op bezoek een gewezen communist. Hij had in de voorste rijen gestaan, maar God had hem in het hart gegrépen.
Hij kwam geregeld ter kerk en wilde gaarne belijdenis des geloofs afleggen. Met grote belangstelling nam hij aan de belijdeniscatechisatiën deel.
Na de godsdienstoefening, waarin de Bevestiging plaats had, werden alle lidmaten, domine incluis, uitgenodigd bij een ouderling aan huis. De grote woonkamer kon ons allen wel bevatten.
Een paar uren werden daar doorgebracht in aangename gesprekken.
Aan het eind vroeg de Broeder ouderling of iemand wellicht een vers had, dat wij zingen konden.
Eerst gaf niemand antwoord uit schuchterheid, maar ten laatste werd er toch een vers opgegeven, dat dan ook gezongen werd.
Onze oud-communist had tot heden nog gezwegen, al zong hij het opgegeven vers wel mee.
Daar werd hem gevraagd door de vrouw van de ouderling : „En gij hebt gij geen vers ? " Nu zweeg hij niet langer en heel bedaard en rustig, maar ook even beslist kwam het er uit: „Laten wij dan nu zingen Psalm 119 vers 26". Meteen las hij het vers voor :
't Hoovaardig volk heeft mij op 't felst bespot ; k Ben echter niet van Uwe wet geweken. Ik dacht o Heer', aan hun rampzalig lot En Uw gericht, van ouds af reeds gebleken. Hoe kort van duur is al het aards genot, k Heb mij getroost; mijn ziel is niet bezweken".
Onder de voorlezing van dit vers werd het zó stil, dat men een speld kon horen vallen. Hier had nu iemand zijn bekering verteld, zonder van zich zelf te spreken. Dat werd duidelijk gevóéld.
Men zag de man daar in zijn geestelijke worsteling op de fabriek. Dit Psalmvers had het precies weergegeven.
Het was maar zelden, dat men u ongemoeid liet, wanneer gij. de fabrieken passeerdet. Meestal riep men de zwartrokken wat achterna.
De tegenstelling tussen geloof en ongeloof werd er wel heel scherp openbaar.
Zoals ik er reeds op duidde, was het ambtelijk werk hier ook al enigszins op stadse leest geschoeid.
De Gemeente was in twee wijken verdeeld. Over het algemeen hielden de Collega's zich nauwkeurig aan de wijkindeling, iets waarvoor ik altijd zeer geijverd heb.
Ook hier kunnen wel eens van die kleine vossen zijn, die de wijngaard bederven. Er zijn gemeenteleden, die u, somtijds trachten over te halen, ook eens bij hen zieken- of ander bezoek te brengen, terwijl zij toch niet in uw wijk wonen. Zij voegen er dan wel eens vleiend aan toe, dat zij u liever horen dan de andere predikant.
Men ga op dergelijke verzoeken over het algemeen niet in, wanneer de predikanten in een Gemeente op dezelfde grondslag staan.
Meen ik nu werkelijk, dat ik daar aan die zieke of in dat huisgezin iets zal brengen, wat mijn Collega niet vermag ? Of sterker : dat de Heere mij daar zal gebruiken als middel, met passeren van de aangewezen ambtsdrager ?
Ik vrees, dat sommigen zich op dat punt maar wat wijsmaken, terwijl hun geestelijke hoogmoed er onder is gestreeld. Iets anders zou het wezen wanneer Collega zijn plicht verzaakte. Doch ook dan moet mijn gaan hem vooraf meegedeeld worden.
Men werkt nu eenmaal niet in een andere wijk buiten de ambtsbroeder om. Er kan zo licht verwijdering of verkilling komen tegenover elkander en men moet trachten, dit te vermijden.
„Vechtende" dominees verscheuren de Gemeenten en trekken ze in twee of meer partijen uiteen en dit is een vloek, waartegen het hardste werken verder niet baat, want dit is geen werken door de Geest der. liefde van Christus, maar een arbeid, die voortkomt uit het tegen elkander op willen bieden. Wat de ene doet, wil nu ook de andere niet laten. Hij doet het vaak fatsoenshalve.
Daartegenover gaat er een rustige zegen van uit, wanneer de predikanten met elkander leven in broederlijke harmonie.
De omgang met de andere Broeders blijve alzo open en eerlijk.
Wanneer er een catechisant weggelopen of weggezonden is bij een Collega dan vang ik die leeriing natuurlijk niet stilletjes op, zonder iets te zeggen. Het zou ook de ordeloosheid in de hand werken.
De ambtsbroeders waren in ons stedeke gewoon, bij elkander te kerken, voor zover zij zelf tenminste vrij waren.
Men zat ook bij elkander aan het Heilig Avondmaal.
Dat is wel heel anders, dan tegenwoordig. Later, in de grote stad, heb ik menigmaal gedacht: Waar zijn toch de andere dominees? In de kerk, onder het gehoor van een Collega, ziet men ze haast niet. Vooral in de avondkerk niet. Hoevelen zouden er wel thuis zitten 's Zondagsavonds, die gewoon bezoek ontvangen ? De avondkerk bestaat voor hen niet behalve wanneer zij zelf preken.
Neen, dan hadden wij het daar in ons stedeke beter. Ik geloof, dat de Gemeente er wel bij mocht varen.
Ook dit mag de dominees wel eens gezegd worden, dat zij het toch nooit stilzwijgend aanhoren of toelaten, dat in hunne tegenwoordigheid het werk van een Collega verkleineerd wordt. Daar zijn er, die er aan meedoen, anderen af te kammen en die van iedereen wat te zeggen hebben.
Wat worden er vaak verkeerde motieven bij anderen verondersteld, terwijl men daarover niet eens oordelen kan. Dat heeft de kerk al zo heel veel kwaad gedaan.
Wij predikanten staan nog al eens zeer critisch tegenover de preek van een ander. Daarom heeft men wel eens gezegd, dat dominees de moeilijkste hoorders zijn.
Hoe komt dat ? Omdat zij nog al eens menen, het beter te kunnen.
Mocht dit zo zijn, dan vraag ik : hebben zij dit van zich zelf ? En is het niet zo, treedt hier dan geen noodlottige zelfverblinding aan de dag ?
Het gaat dezulken als die vorsten uit de oudheid, die zich bij voorkeur met vleiers lieten omringen. Ook dominees houden er soms een soort hofhouding op na, waar maar één toon hardop weerklinkt: „Zoals u preekt, hoorden wij het nooit !" (Zachtjes fluistert men wel eens wat anders).
Ik ben dankbaar nog heden, menigmaal goed gekerkt te hebben onder het gehoor van een ambtsbroeder; ook wanneer het woord heel eenvoudig was. Ja, dan juist; en vooral, wanneer men als het ware voelde : het komt bij die man uit het hart.
Wat geestige zetten zonder diepere inhoud kan men toch eigenlijk wel cadeau krijgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's