De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herderlijk schrijven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herderlijk schrijven

8 minuten leestijd

van de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk

Voor ons ligt een „herderlijk schrijven" aangaande het huwelijk, dd. 1 Juli j.l. en één betreffende het vraagstuk ,, Oorlog en Vrede", dd. 3 Juli j.l.

Beide geven aanleiding tot opmerkingen. Vooreerst omtrent de bedoeling van zulk een pastoraal stuk, waarover de inleiding enig licht geeft. Zonder nog op de inhoud in te gaan, bepalen wij ons eerst bij de inleiding.

,, Het verheugt de Synode zéér" .— zo luidt het in eerstgenoemd schrijven ~ „dat zij (met zo grote eenstemmigheid), op dit uitermate belangrijke levensgebied enkele duidelijke richtlijnen heeft kunnen trekken. Zij meende, dat het voor haar in het huidige tijdsgewricht een gebiedende eis was aan de Kerk een principiële voorlichting aangaande de vragen van huwelijk en gezinsvorming te geven en verwacht daardoor, vanuit de bijbelse verkondiging, aan velen bij hun vragen en zoeken, een verantwoorde hulp- te hebben geboden". (Cursiveringen van mij, S.).

De inleiding op het tweede schrijven is in een enigszins andere toonaard gesteld: ,,Als getuige van deze Heer, wiens wijsheid voor de wereld dwaasheid, wiens kracht voor de wereld zwakheid is, hoopt zij gehoord en verstaan te worden tot opscherping, leiding en troosting der gewetens, als getuigenis voor Kerk en volk". (Cursivering van mij, S.).

Om bij dit laatste maar te beginnen: Hier dient de Synode zich aan als getuige van ,,de gekruisigde en opgestane Heer", en zij hoopt dat haar herderlijk schrijven zal gehoord en verstaan worden als ,,getuigenis voor Kerk en volk".

Er is in deze voorstelling een eigenaardige wending. De Synode, welke zich als getuige van Christus aandient, geeft getuigenis voor de kerk, hoopt althans, dat het als zodanig zal gehoord en verstaan worden — door de kerk dus !

Zoo rijst dan de vraag : in welke verhouding staat de Synode tot de kerk?

In Handelingen 1 vs. 8 zegt de Christus tot Zijn discipelen : „Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes. Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde".

Het getuige van Christus zijn wordt in verband gezet met de gave des Heiligen Geestes, terwijl het in de eerste plaats tot de discipelen wordt gezegd. Van de gemeente wordt dan medegedeeld : „En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods; en in de gebeden. (Hand. 2 vs. 42)

Vergelijk ook hèt getuigenis van Petrus en de apostelen in Hand. 5 vs. 32 : ,,En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden ; en ook de Heilige Geest, Welke God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn".

Hieruit blijkt derhalve, dat de Heilige Geest doet getuigen en dat God die Geest geeft aan degenen, die Hem gehoorzaam zijn, m.a.w., dat de Heilige Geest allen, die van Christus zijn, tot getuigen maakt en dat de gemeente des Heeren de vergadering der getuigen in de wereld is. In die zin kan de Kerk de getuige des Heeren genoemd worden.

Een Synode kan zich derhalve alleen getuige des Heeren noemen in zoverre zij Kerk is, de Kerk vertegenwoordigt, uit en namens de Kerk getuigt en getuigen kan.

Maar — wat wil nu de Synode zeggen, als zij hoopt, dat haar getuigenis als getuigenis voor Kerk en volk worde gehoord en verstaan?

Bedoelt zij te spreken voor, d.i. in de plaats van Kerk en volk?

Dat zou een heel vreemde figuur zijn. Dan immers zou de Synode namens Kerk en volk getuigen.

Wij vragen dan : wat is dat voor een kerk, voor welke de Synode als getuigende kerk getuigt? Misschien een lekenkerk, die weinig van het volk in het algemeen verschilt? Of spreekt hierin de droom van een volkskerk?

Kerk en volk worden in één adem genoemd en derhalve op één lijn geplaatst. Met de Schriftuurlijke leer aangaande de kerk is dat in openlijke strijd, want de Schrift leert duidelijk onderscheid tussen Kerk en wereld: , , Die in de Zoon gelooft. heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, de toorn Gods blijft op hem". (Joh. 3 vs. 36).

De kerk, welke zo op één lijn wordt gesteld met het volk, wordt in ieder geval bij deze opvatting als een onmundige gezien en de Synode verschijnt dan wel erg in een bisschoppelijk licht.

Misschien zijn we dichter bij de eigenlijke bedoeling, als wij helemaal maar niet denken aan een spreken der Synode namens de kerk en vanuit het geloof der kerk, doch als we de uitdrukking voor Kerk en volk verstaan in de betekenis van een getuigenis, dat naar kerk en volk uitgaat, in de hoop weerklank te vinden. Van het wezen der kerk blijft dan niet veel meer over. Wat is een kerk zonder getuigenis anders dan een kerk zonder leven, een kerk zonder geloof?

Wij houden de kerk, ondanks alle gebreken die haar aankleven, niet voor zulk een mummie, maar, indien het alzo ware, dan hadden wij nog altoos haar belijdenis als een getuigenis van haar levend geloof. Als de Synode de kerk waarlijk zo onmundig ziet, dat zij haar getuigenis tot haar richten moet, in de hoop, dat zij het als getuigenis der kerk zal horen en verstaan, waarom bepaalt de Synode haar dan niet bij haar belijdenis omtrent het Evangelie der Schriften?

De Synode beweert leiding en voorlichting te geven op grond van het Evangelie van Jezus Christus, Wiens getuige zij zegt te zijn en zij hoopt als zodanig gehoord en verstaan te worden. In deze figuur heeft het alle schijn, dat de Synode zich voor de ware kerk houdt, die zich onder meer tot de institutaire kerk richt — en men zou ook de indruk kunnen krijgen, dat zij zich het apostelschap toeschrijft. Zij houde ons ten goede, maw: zij spreekt in haar herderlijke brieven telkens op een wijze over het Evangelie en over de kerk, welke o.i. slechts als Bijbels kan worden voorgedragen door hen, die zich van de belijdenis hebben losgemaakt en een ruime opvatting van het Schriftgezag huldigen.

Wij beweren niet, dat de Synode zich het gezag van de apostelen toeschrijft, maar aan vrijheid schijnt het haar niet te ontbreken.

De inleiding van het herderlijk schrijven over het huwelijk, spreekt van duidelijke richtlijnen, principiële voorlichting n.l. van de kerk, en verantwoorde hulp.

Het verantwoord-zijn wil zich klaarblijkelijk terugtrekken op de voorafgaande uitdrukking „vanuit de bijbelse verkondiging". Dit beroep kan echter niet bevredigend zijn, voor wie bedenkt, dat deze maatstaf zó ruim van interpretatie blijkt te zijn, dat hij verenigbaar is met een modaliteiten-kerk.

Dat werpt zijn schaduw ook over het begrip ,,principiële voorlichting". Hoevelen hebben luide verkondigd, dat zij van principes en beginselen, van dogma's en leerstellingen niets moeten hebben, als ware dit alles een gevaar voor de kerk en een sta-in-de-weg voor de kerkelijke saamleving. Intussen kan in zulk een redenering een dogmatisme schuilen, dat honderdmaal erger is en de gemeenschap des geloofs tot een illusie maakt.

Een ander bezwaar is, dat de voorgestelde wijze van behandeling van „brandende vragen", de kerk en derhalve ook degenen, die daarmede te worstelen hebben, en met name de'ambtsdragers, zo weinig van meet af daarbij laat betrokken zijn. Wij denken aan de kerkeraden en de grondvergaderingen der kerk.

Het herderlijk schrijven over het vraagstuk van „Oorlog en Vrede" gewaagt van „de democratische gemeenschapsordening" (blz. 3) ; zou het niet een meer sprekend getuigenis zijn, als de Synode meer aandacht schonk aan de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente, en aan de werkzaamheid der grondvergaderingen ? Nu komt alles van boven af. Hebben zij dan toch gelijk, die tekenen menen waar te nemeh, welke er op wijzen, dat men de methode der overwonnenen bezig is na te volgen? En dat zelfs in de kerk?

Typerend is een zinsnede in hetzelfde geschrift op blz. 3 en 4 : „De Kerk verlangt krachtens haar eigen recht en opdracht, vrijheid voor haar Evangelieverkondiging, niet alleen opdat de gemeente een gerust en stil leven moge hebben enz." (Wij cursiveren, S.).

Vanwaar het onderscheid Kerk en gemeente? Waarom niet, opdat zij een stil en gerust leven moge hebben? De kerk is toch de gemeente? De kerk is niet een actieve beschermende macht over de meer passieve gemeente. Komt hier toch weer de idee van een leidende kerk en een geleide min of meer onmundige gemeente naar voren? Wij vragen slechts, maar het doet toch wel zeer hoogkerkelijk aan en is mogelijk wel kerkordelijk verantwoord, maar daarom nog niet Bijbels verantwoord.

Tenslotte nog dit.

Het is alles oecumene, wat de klok slaat in onze dagen. Ook dit geschrift gewaagt daarvan (blz. 5). Intussen gedraagt de Synode zich o.i. in verschillende toch zo belangrijke dingen weinig oecumenisch. Zij geeft een proeve van hernieuwd reformatorisch belijden in Fundamenten en Perspectieven, verandert en maakt formulieren, schrijft herderlijke brieven over huwelijksvragen en over het vraagstuk van Oorlog en Vrede, die met de uitlegging der Heilige Schrift en met de belijdenis onmiddellijk saamhangen. En wat zij in dat alles laat horen, ademt veelal een andere geest dan de belijdenis der vaderen. Zij richt zich tot het ganse volk, dat intussen tot verschillende kerkformaties behoort, is er geen aanleiding om bij de bestudering van deze vraagstukken ook die andere kerkformaties te betrekken?

Het is maar weer een vraag en zo zijn er meer, doch wij willen ook nog enkele opmerkingen maken over de inhoud en strekking dezer herderlijke brieven.

Daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Herderlijk schrijven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's