Onderwijs
Zo lang mij heugt is er al kwestie geweest over de aansluiting van het Lager Onderwijs en het Middelbaar Onderwijs (waarbij ik voor het gemak het Voorbereidend Hoger Onderwijs inschakel). En het zal ook wel al voor die tijd geweest zijn. Wat is de beste wijze van toelating tot de Middelbare School ? Wat moet men doen bij de overgang van L.O. naar M.O. om het beste resultaat te bereiken ? Hoe heeft men de meeste kans, dat een zo groot mogelijk percentage van de leerlingen, die tot de eerste klas van de Middelbare School worden toegelaten, ook het eindexamen haalt. Jaren geleden nam men een toelatingsexamen af, waarbij ook Frans tot de verplichte vakken behoorde. Het Frans heeft men laten vallen en voortaan ging het alleen over de Ned. Vakken : Taal, Rekenen, Vaderlandse Geschiedenis en Aardrijkskunde.
Later is het toelatingsexamen geheel vervallen en kon de leerling worden toegelaten, als hij een verklaring overlegde van het Hoofd der Lagere School, dat hij bekwaam en geschikt geacht werd het onderwijs in de eerste klas van het M.O. te volgen. Het een noch het ander schijnt een bevredigende oplossing te hebben gegeven, want inmiddels is al weer jaren het toelatingsexamen hersteld en nog altijd zijn de klachten niet van de lucht. Het blijkt dus, dat dit examen, nog nader gesteund door een vooraf ingezonden verklaring van het Hoofd der Lagere School geen voldoende waarborg biedt, dat de leerling nu ook inderdaad in staat is, het M.O. behoorlijk te kunnen volgen. Het percentage der niet-succesvollen is groter dan men redelijkerwijs mocht verwachten. Het is te begrijpen en te waarderen, dat men in de betrokken kringen niet stilzit, maar naar middelen ter verbetering zoekt. Het Chr. Paedagogisch Studiecentrum heeft over deze zaak een conferentie gehouden, met Directeuren, Rectoren en Leraren bij het Chr. V.H.O. en M.O. en enige Hoofden en Onderwijzers bij het L.O. De Rector van het Chr. Lyceum te Hilversum, dr. Turkstra heeft de besprekingen ingeleid met het houden van een referaat getiteld : Toelating tot en selectie op de Middelbare School.
Volgens de Referent (we putten deze gegevens uit een verslag in de dagbladen) legt het huidig examen-reglement te veel, d.i. bijna uitsluitend, de beslissing omtrent de toelating in handen van het M.O. terwijl het aandeel van de Lagere School wettelijk veel te gering is. Nog niet alle mogelijkheden voor een verbeterd toelatingsexamen zijn binnen het kader van het bestaande toelatingsreglement uitgeput. Toch is verbetering nodig. Van de leerlingen, die met een gunstig advies van het Hoofd der L. S. en na een voldoend toelatingsexamen tot het M.O. werden toegelaten, bereikte dertig procent niet het eindexamen. Wat hieraan te doen ?
Referent bepleitte, dat de leerkrachten van het M. O. en L. O. meer kennis moeten nemen van de doelstellingen en werkmethoden van beide takken van Onderwijs.
Vóór de aanmelding voor de M. S. zou een psycho-technisch onderzoek kunnen worden ingesteld over de intelligentie en zij de persoonlijkheidsstructuur.
Ook bracht spr. het idee naar voren, dat een examen-commissie zou worden gevormd (voor elke M. S.) bestaande uit de Directeur en vier leraren met nog vier Hoofden of Onderwijzers van de afleverende Lagere Scholen. Deze Commissie moet dan het examenwerk vaststellen, het gemaakte werk beoordelen en over de al — of niet — toelating beslissen. De eerste klas M. O. moet beschouwd worden als een soort proefklas of experimenteerklas, met een onderwijsmethode speciaal gericht op de overbrugging van de kloof tussen het L. O. en het M. O.
Het specifieke karakter van het Christelijk M. O. vraagt een belangrijke plaats voor het opvoedend element en een opnieuw bezinnen op het punt van de beoordeling van de leerling naar al zijn gaven en talenten van hoofd en hart hem door God geschonken. — In de plannen van Minister Rutten vond Referent mogelijkheden ter verbetering van het toelatingsvraagstuk.
Bij de discussie over het referaat en bij de bespreking in de secties bleek wel de overtuiging, dat meer samenwerking nodig was tussen de twee takken van Onderwijs, maar over het hoe was geen eenstemmigheid. Zo rezen er bezwaren tegen, dat de vertegenwoordigers der L. S. in de toelatingsexamencommissie mede zouden beslissen over de toelating. Ook over het psycho-technisch onderzoek kwam men niet tot een vaste mening. Sommigen wilden het toelatingsexamen helemaal afschaffen.
Tenslotte is de conferentie gekomen tot de volgende conclusies :
Levende uit het besef, dat de leerlingen als schepselen van God, Die aan onze wereld in Zijn Zoon Jezus Christus tot redding is verschenen, door Hem ieder persoonlijk zijn begiftigd met bepaalde gaven en talenten en dat zij deze hebben te besteden in overeenstemming met Zijn heilige wil, dienen wij ons voortdurend te bezinnen op de vraag, hoe hun de mogelijkheid moet worden geboden, die plaats in het leven in te nemen, waar deze gaven tot de rijkste ontplooiing kunnen komen.
1. Bij de toelating tot de M. S. moeten wij tevreden zijn, indien zij op grond van de beschikbare gegevens een redelijke kans aanwezig acht, dat de leerling althans in de lagere klassen het onderwijs zal kunnen volgen.
2. Het huidige toelatingsexamen alleen geeft geen bevredigende selectie.
3. De toelating tot de M. S. is een zaak, waarvoor het M. O. en het L.O. beide verantwoordelijkheid dragen.
4. Binnen het kader van het toelatingsreglement zijn nog niet alle mogelijkheden voor een verbeterde toelating uitgeput in het bijzonder wat het accentueren van de verantwoordelijkheid van het L. O. betreft.
5. Een meer bevredigende aansluiting L. O.-M. O. is mogelijk door : a. een betere bekendheid van de bij het L. O. resp. M. O. werkzame Onderwijzers en Leraren met de M. S. resp. de L. S. (speciaal wat betreft de doelstelling, het leerplan, de werkmethoden e.d. van de andere tak van het Onderwijs).
b. het overleggen van een geschiktheidsverklaring van het Hoofd der L. S. en het instellen van een toelatingsonderzoek over die stof, waarvan in gemeenschappelijk overleg tussen L. O. en M. O. is vastgesteld, dat de L. S. in staat is, deze te behandelen. In de examencommissie dienen zowel het L. O. als het M. O. vertegenwoordigd te zijn ; het eerste met medebeslissende stem ten aanzien van de samenstelling van de opgaven en indien beide takken van Onderwijs dit wensen, het beoordelen van het gemaakte werk.
c. een aangepast onderwijssysteem in de eerste klas, waardoor de grote kloof tussen het L. O. en het M. O. wordt overbrugd.
6. De mogelijkheid van een psycho-technisch onderzoek, de wenselijkheid van het overleggen van een persoonsbeschrijving over de laatste Lagereschooljaren en de waarde van een proefklas behoren nog nader in de practijk te worden beproefd.
Me dunkt, hier is waardevol materiaal, de conclusies zijn duidelijk en verliezen zich niet in algemeenheden. Met name conclusie 6 wijst er op, dat er sprake is geweest van grote voorzichtigheid, om toch vooral niet te aanvaarden, wat z'n practische bruikbaarheid en nuttig effect nog niet heeft bewezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's