De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hofnar van Gelre

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hofnar van Gelre

Een verhaal uit het begin der 16e eeuw

3 minuten leestijd

En uit geheel haar hart zucht ze de zanger na : ,,Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten. Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen. Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak. Ik eet as als brood, en vermeng mijn drank als tranen."

O, hoe eenzaam gevoelt ze zich ! Alles, alles wat ze liefheeft hier op aarde is weg: man en kind ! En zal de nood eindigen ? Zal de beproeving nog eenmaal ophouden ? •— Ach, indien zij de Heere niet zo innig liefhad, en op Hem niet zo geheel Vertrouwde als een kind op zijn vader, ze zou er wanhopig onder worden !

Dan, sterk moet en wil ze toch zijn, voornamelijk ook om de taak, die zij op zich heeft genomen.

Ze droogt heur tranen en staat behoed­zaam op. Bijna onhoorbaar schuift haar voet naar de bedstede en heel voorzichtig tuurt ze door een kier tussen de twee bedgordijnen.

,,Gelukkig, ze slaapt gerust, " fluistert ze ; waarna ze weer even zacht naar heur stoel terugkeert, om zich dan opnieuw te verdiepen in haar troostvolle Bijbel.

't Is Wijntje bij wie  ze waakt. Reeds driemaal na het vertrek van de heelmeester is ze wakker geworden en telkens heeft Anna haar iets van een drankje toegediend en een kopje melk aan de lippen gebracht. Eerst heeft Wijntje zich als wezenloos laten verzorgen ; de laatste maal echter schenen haar levensgeesten weer ietwat op te flikkeren ; ,,althans ze heeft haar verzorgster een wijle met een vreemde, schuwe blik aangekeken, doch is daarna al spoedig opnieuw ingesluimerd. Nu is goed oppassen gewenst.

Maar, kijk, •— het gezicht van Anna is onder 't lezen opgeklaard : de diepe rimpels van kommer en zwaarmoedigheid zijn geheel verdwenen. En geen wonder ! Ze leeft mee op 't ogenblik met de oude zanger, die ook boven zijn moedeloosheid uitkomt. En alles rondom zich vergetend, leest ze ten laatste, als om de zin beter in zich op te nemen, allengs hoorbaarder:

„Ik heb de Heere gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vreze gered.

Zij hebben op Hem gezien, ja. Hem als een waterstroom aangelopen ; en hunne aangezichten zijn atiiet schaamrood geworden.

Deze ellendige riep, en de Heere hoorde ; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.

Smaakt en ziet, dat de Heere goed is ; welgelukzalig is de man, die op Hem betrouwt.

Vreest de.......... "

Eensklaps houdt ze op. Zó was ze vervuld van de heerlijke troostwoorden, dat ze onder 't lezen niets vernomen heeft van een zwakke beweging in de bedstede; maar nu zo opeens het bedgordijn met een ruk wordt weggeschoven, wordt ze, als met een schok, in haar gewijde aandacht gestoord.

Daar zit Wijntje, bleek, met een omzwachteld hoofd, en met vragende blik haar aanstarend.

,,Waar ben ik ? " klinkt het dof. „Wat is er met me gebeurd ? "

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hofnar van Gelre

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's