De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke zegening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke zegening

7 minuten leestijd

Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus. Efeze 1 : 3.

Voor het recht verstaan van de brieven van Raulus, doen wij goed ons telkens weer de situatie voor de geest te roepen. Paulus is op zijn derde zendingsreis in Efeze geweest. Ook deze wereldstad, het hart van de provincie Azia, heeft hij voor zijn Meester willen verwerven.

Welk een geloofsmoed !

Want de bevolking van Efeze lag in de vaste greep van Diana-dienst en keizerverering, die de donkere hartstochten tomeloos opzwiepten. Tegen deze ontzaglijke machten heeft de apostel het opgenomen in de naam van zijn Zender.

In deze stad, vol van de stralende glorie van het heidendom heeft hij gestaan, de onaanzienlijke, eenzame man. Maar vervuld van de Heilige Geest en daarom gedragen door het vurige geloof dat zijn Heere sterker was dan alle machten van het heidendom.

En 't wonder is gebeurd. Door de machtige en onwederstandelijke werking van Zijn Geest heeft de Heere de harten van vele mensen geopend, zodat zij hetgeen hun gewin was schade hebben leren achten om Christus' wil.

Na drie jaren mocht Paulus een bloeiende gemeente achterlaten.

Ongeveer zes jaar later is Paulus in gevangenschap in Rome.

Telkens weer moet hij denken aan zijn geliefde gemeente in Azië. Zijn eigen moeilijkheden en noden vergeet hij terwille van wat zij doormaken. Hij weet, dat de gemeente van Efeze het niet gemakkelijk zal hebben.

Zij wordt omspoeld door een machtige zee van afgoderij, toverij, bijgeloof en wereldse wijsheid, 't Is niet gemakkelijk om in die verderfelijke omgeving de  godsvrucht te bewaren.

En daarom schrijft Paulus zijn brief, die door Tychicus wordt overgebracht.

En in die brief staat het, in het begin al: „Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus."

De gelovigen van Efeze moeten God zegenen, dat is loven.

Want hun leven is gezegend door de Heere.

Niet met aardse zegeningen. Want ze hebben het moeilijk in vele opzichten.

Maar met geestelijke zegeningen. Dat zijn zegeningen, die een gave zijn van de Heilige Geest. De Heilige Geest, die hun een open oog gaf, dat bhkt in hun diepe val en verlorenheid, zondigheid en ongerechtigheid. En Die hun een hart gaf, dat met smart bedacht, dat het voor God niet bestaan kon.

Maar die dat hart ook vervulde met hemelse troost. Met geloof, hoop en liefde. Met de ondervinding en doorleving van de rijkdom der genade, die in Christus Jezus is. In Christus, die Zijn bloed gaf tot een verzoening van hun zonden. In Christus, wiens eigendom te zijn hun enige troost mocht worden in leven en in sterven. In het leven, het moci1; , 'ke leven in Efeze, met al z'n kruis en nood. En in het sterven, de donkere poort der verschrikking, die nochtans naar het leven leidt.

Gemeente van Efeze:

Looft de grote God, Wiens troon Hoger rijst dan die der goón ; Want Zijn gunst alom verspreid. Zal bestaan in eeuwigheid.

Hebben wij niet hetzelfde nodig ?

Maar laat ons eerst wat anders vragen. Hebt gij met de gemeente van Efeze de beslissende keuze mogen doen ?

Zijt gij ook persoonlijk bekend met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus ?

Is die geestelijke zegening al uw hoogste begeerte geworden ?

Er gaat eigenlijk geen ogenblik van ons leven voorbij of ons hart is, bewust of onbewust, vol van begeerten en verlangens.

Naar gezondheid en welstand, een goed bestaan, naar levensgeluk en levensvreugde.

En zeer zeker mogen wij uiterst dankbaar zijn, als de Heere ons door genade ook hierin het goede doet zien.

Maar wel moeten wij ons er bewust van zijn, dat niet door aardse dingen ons hart bevredigd kan worden. Hoe uitnemend en kostelijk die ook mogen zijn, zij gaan steeds voorbij en ontvallen ons eenmaal. De aarde dingen vervullen niet de hoogste nood van het hart en stillen niet de klacht van het angstig en schuldig geweten.

Die aardse dingen zijn zo onvolmaakt, duren zo kort en gaan steeds met zorg en verdriet gepaard.

Het is ons ongeluk, dat wij bij „zegen" geneigd zijn aan de gaven te denken en niet aan de Gever.

Wij jachten en jagen en naarmate onze begeerten al of niet vervuld worden, spreken we van meer of minder zegen.

Dan is er meestal niet zo heel veel zegen, want om der zonde wil is het uitnemendste des levens moeite en verdriet.

Neen, het moet ons, bij aanvang en voortgang, te doen zijn om „geestelijke zegening in de hemel in Christus". Dat is dus de zegening van de Heilige Geest.

Daartoe is nodig, dat wij wederomgeboren zijn. Geen werk van de mens maar werk Gods door de Heilige Geest.

Willen wij bij ons bidden vooral om die zegening vragen ? Want God wil Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven, die Hem met hartelijk zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

De Heilige Geest maakt ons bekend met de vloek van ons leven. Vloek betekent, en dan wordt het heel persoonlijk, dat God uit mijn leven weg is. Ik sta alleen. Ik sta geestelijk in de duisternis. Misschien heb ik veel goede dingen om mij heen, maar ik mis de Heere, en daarmede mis ik alles. En dat door eigen schuld. Gods wet gekend, maar niet gehouden. Hem de rug toegekeerd, die de Springader van alle leven is. Als een schaap ronddwalend, dat onbedacht zijn herder heeft verloren.

Zo gaan wij zelf onder in de diepte van schuld en zonde en onder de. benauwenis van omkomen onder Gods gerechtigheid en heiligheid.

Maar in dit zelf-ondergaan leidt Gods Geest ons tot het bewonderen van een genade zonder wederga en een ontfermen te bovengaand alle gedachte.

Hij laat proeven en smaken een vreugde en een blijdschap, die de liefde tot de zonde en de wereld niet kent en nooit kennen zal. Want deze vreugde komt voort uit hemelse zegening. Vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog.

Deze zegening is de rust der ziel in Hem, bij wie vergeving is, Die trouwe houdt en nooit laat varen het werk Zijner handen.

Arm en verslagen hart, laat het dan komen tot het kinderlijk geloof in Jezus Christus, de Vorst des levens. Een arm zondaar wordt gerechtvaardigd door het geloof alleen.

Laat u vallen en zinken op het enig fundament der zaligheid Jezus Christus. Arm en ellendig zijt gij in uzelf, maar neem die van God gezonden Zaligmaker aan met een levend geloof. Want dat is het Goddelijk welbehagen en de wil van de Zich ontfermende God.

Dat is geestelijke zegening.
Hemelse weldaad.
In Christus.
Het Lam, dat geslacht werd voor uw zonden.

En nu blijft Paulus al maar zeggen, dat de God en Vader van onze Heere Jezus Christus om al deze weldaden geprezen moet worden. De lofzang moet komen uit het hart van Gods kinderen, want de Heere heeft hun het nieuwe lied in de mond gelegd.

De Heere deelt geestelijke zegening uit aan een wederhorig kroost.

Dat is groot, dat is ongelooflijk groot. De Heere is waardig er voor geprezen te worden met al wat in ons is.

Maar 't blijft moeilijk. De verborgen ondersteuning des Geestes is er dagelijks voor nodig". Want de wereld, de Satan en ons vlees houden niet op ons aan te vechten.

't Geloof is er in het hart van Gods kind, maar 't is meestal zo zwak, meestal zo onrustig. 

En waardoor heeft die geestelijke zegening toch zo'n onwankelbaarheid ?

Omdat wij niet de Heere vasthouden, maar Hij ons. Hij . heeft ons immers in Christus uitverkoren vóór de grondlegging der wereld. Ons leven ligt vast in Zijn eeuwig besluit, Zijn eeuwige trouw.

De Heere bereikt Zijn doel. Ja daarom is Hij ons lied, ons psalmgezang.

Wij al minder. Hij al groter. Hij is de eerste en de laatste. In die kleinheid klinkt de lofzang.

Om dat heilgenot, worde Jacob's God met gejuich geprezen.

De klacht over onszelf en de zucht over het bederf van ons hart kan niet ontbreken, maar die juichtoon moet er ook zijn. Er is alle reden voor. Want Zijn barmhartigheden in Christus roemen tegen een welverdiend oordeel.

Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen, Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken, elk hef met mij de lof des Heeren aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Geestelijke zegening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's