UIT HET DIENSTBOEK
voor de Ned. Hervormde Kerk (in ontwerp)
Het tweede Formulier.
Vervolgens vraagt dan het tweede Formulier onze aandacht.
De algemene indruk is dat men hier zich niet zo heel ver verwijdert van het eerste. Men heeft meer willen aanpassen aan taal en stijl van onze dagen. Maar daarnaast toch ook gezocht naar een verbetering van het oude Formulier. Is men daarin geslaagd ? M. i. niet.
Vooreerst ontbreekt de aanhef, Zeker, als het Formulier dan komt tot de inzetting van het huwelijk wordt de aanhef over kruis en tegenspoed, alsnog ingevoegd, zij het verzwakt tot tegenspoed en leed. De zinsnede is echter min of meer op dood spoor gerangeerd.
Iets dergelijks is gebeurd met de zinsnede uit het oude Formulier, waarin sprake is van de huwenden als erfgenamen des eeuwigen levens. .
Verder : één van de aangevoerde beswaren tegen het oude formulier is, dat het voor de mensen van deze tijd niet verstaanbaar zou zijn. Bij nadere bestudering blijkt het, dat dit tweede formulier beslist niet duidelijker is. Wat te zeggen van de ingewikkelde zin, waarin het tweede huwelijksdoel omschreven wordt. „Het tweede is dat zij, onder de zegen van God, die gezegd heeft, weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u, een gezin zullen stichten en hun huis tot eer van God, tot opbouw van Zijn gemeente en tot heil van allen, die hun als kinderen geschonken zullen worden en als huisgenoten toevertrouwd zullen worden, in de waarachtige kennis en vreze des Heeren zullen voorgaan". Dit ds alles in tegenstelling met de formulering in het eerste formulier, tamelijk academisch, en zeker niet duidelijker.
Een tweede voorbeeld zou ik hieraan nog willen toevoegen. Als uiteengezet wordt de wederzijdse verantwoordelijkheid in het huwelijk tegenover de man, heet het: „Voorts zult gij als hoofd van uw gezin, dat deel is van een grotere gemeenschap, uw verantwoordelijkheid tegenover de samenleving en haar noden in kerk en maatschappij verstaan".
De toespraak tot de man en de vrouw, hoewel overigens zich vrij nauw aansluiten bij het oude formulier, is m. i. geen verbetering.
De facultatieve ringwisseling. Ik ben van mening dat wij beter doen ons tot deze ceremoniën maar niet te begeven. Zelfs indien aan te tonen ware dat zo hier en daar in de kerk der hervorming deze handeling verricht is, zou er reden zijn om dankbaar te zijn dat ze verdwenen is. Het is op zich zelf geen kwaad. Maar er is vaak toch al zo veel te kijken, dat we maar geen nieuwe oorzaken moeten geven dat de aandacht van het Woord en het gebed wordt afgetrokken.
Fout is wat er op blz. 126, staat dat zij door deze ceremoniën man en vrouw geworden zijn. Daarmee zou de kerk het burgelijk huwelijk te niet maken. Maar zij komen niet tot ons om te trouwen, maar om hun huwelijk voor Gods aangezicht te laten bevestigen en om Gods zegen af te smeken en door het geloof te ontvangen.
Het derde Formulier.
Het z.g. oecumenische. Of het formulier dat open staat naar de oecumene, zoals het heet.
De opstellers, de commissie voor het Dienstboek, zeggen gewaakt te hebben tegen romaniserende insluipsels.
Maar ik meen dat er hier grote gevaren zijn. Er is iets gaande in de kerk. Niet voor niets is gesproken van „de Reformatie in de crisis". Terecht is daarom ter Synode de opmerking gemaakt dat dit formulier alleen maar begrijpelijk is tegen de achtergrond van een bepaalde theologie. De groet, de drievoudige schriftlezing, het bijkans wegvallen van het didactische gedeelte, de facultatieve avondmaalsviering, zijn allemaal zaken die beter passen in een anglicaanse liturgie, dan in een gereformeerde.
We gaan er hier niet op vooruit. Het volk moet onderwezen worden. Ook in de bijbelse, gereformeerde leer aangaande het huwelijk. Dat is vandaag bitter hard nodig, meer dan ooit te voren. Op de Synode is opgemerkt dat dit formulier zo wettisch is. De onderwijzing vangt direct aan met: gij zult. Het zou wel eens kunnen zijn dat dit niet toevallig is. In ieder geval is in het oude gereformeerde formulier van meet af de tegenstelling onze zonde en Gods genade, hulp en bijstand aan de orde.
T.a.v. de facultatieve avondmaalsviering. Met dr. Dankbaar (Handboek der prediking) ben ik van mening dat de opvatting dat een dienst zonder avondmaal een torso is (niet af is) een verzelfstandiging van het Avondmaal tegenover de Doop inhoudt. Zoals hij zegt; Christus rijdt binnen op het Woord Zijner Waarheid. Het Avondmaal dient gevierd te worden in het midden der gemeente, na voorbereidingspredikatie en gevolgd door een nabetrachtingspreek. Onze kerk moge inzien dat we op weg zijn naar een sacramentalisme, naar een mysterie-godsdienst, die ons van de wortel der reformatie zal afsnijden.
Het vierde formulier.
Het is een vrije formulier. Maar het is me niet recht duidelijk waarom het mee doet. Ook de commissie van het Dienstboek was niet enthousiast. Het is een aardig verhaaltje, opstelletje. Er staan niet direct verkeerde dingen in. Of het zou moeten zijn wat er staat van het huwelijk, en gezin, als huisgemeente. Een huisgemeente is in het n.t. geen gezin. Overigens is het natuurlijk juist dat de huiselijke godsdienstoefeningen in ere worden gehouden.
Het „Indonesische" formulier.
Met meerdere leden der Synode ben ik van mening dat het geheel onjuist is dat formulier op te nemen, zij het ook als bijlage. Er is terecht opgemerkt dat dan het hek van de dam is. Waarom zouden de formulieren van tallooze andere kerken niet worden opgenomen?
Tenslotte is dit nu wat ons hier wordt voorgezet in deze formulieren een blijk van bloei van het gereformeerde geestelijke en kerkelijke leven ? Een andere vraag : is het geen hybris, overmoed, om in deze tijd van verwarring en geestelijke ingezonkenheid dergelijke klassieke formulieren te willen verbeteren ? Men klaagt over de onbegrijpelijkheid van de oude formulieren. Maar ik meen dat daar geen sprake van is, daar waar men onze Catechismus en Belijdenis kent. In plaats van te komen tot een vervlakking van onze formulieren komt het mij gewenster voor dat de predikanten het volk weer zouden gaan onderwijzen in de rechte leer. Ik zie de ontwikkeling der kerk, die mij lief is ondanks haar gebreken, met grote zorg tegen. De nieuwe kerkorde zou een tijdperk inluiden, waarin de kerk hotel-kerk af zou zijn. Maar is dit bewaarheid ? Of is er reden om dit te verwachten ? Ik meen dat we o.a. ook hieirdoor, door 4 a 5 formulieren te stellen, bezig zijn de hotel-kerk eerst recht te consolideren. Ieder heeft het zijne. Het was nu al zo dat we elkaar, vanwege de liturgie mede, hoewel leden der zelfde kerk, niet meer herkenden. Maar aanstonds eerst volkomen. Er is al ter Synode opgemerkt dat het Dienstboek, juist in de gemeente waar de gereformeerde leer in ere is, onbruikbaar zal zijn. Het klassiek-hervormd karakter onzer kerk is aan het verdwijnen. In dezelfde mate als wij opschuiven naar de oecumene, verwijderen wij ons van de kerk (en) van het gereformeerde type. De niet-hervormde eredienst wordt legitiem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's