De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Conclusies

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Conclusies

2 minuten leestijd

van de Conferentie V. H. M. O./L. O. op „Woudschoten", op 19—20 September 1952.

Levende uit het besef, dat de leerlingen, als schepselen van God, Die aan onze wereld in Zijn Zoon Jezus Christus tot redding verschenen is, door Hem ieder persoonlijk begiftigd zijn met bepaalde gaven en talenten, en dat zij deze hebben te besteden in overeenstemming met Zijn heilige wil, dienen wij ons voortdurend te bezinnen op de vraag, hoe hun de mogelijkheid moet worden geboden die plaats in het leven in te nemen, waar deze gaven tot de rijkste ontplooiing kimnen komen.

1., Bij de toelating tot de M. S. moeten wij tevreden zijn, indien zij op grond van de beschikbare gegevens een redelijke kans aanwezig acht, dat de leerling, althans in de lagere klassen, het onderwijs zal kunnen volgen.

Het huidige toelatingsexamen geeft geen bevredigende selectie. 

De toelating tot de M. S. is een zaak, waarvoor het M. O. en het L. O: beide verantwoordelijkheid dragen.

Binnen het kader van het toelatingsexamen-reglement zijn nog niet alle mogelijkheden voor een verbeterde toelating uitgeput, in 't bijzonder wat het accentueren van de verantwoordelijkheid van het L. Cv betreft.

Een meer bevredigende aansluiting L. O.— M. O. is mogelijk door:

a. een betere bekendheid van de bij het L. O., resp. het M. O., werkzame onderwijzers en leraren met de M. S., resp.. de L. S, (speciaal wat betreft de doelstelling, het leerplan, de werkmethoden, e.d., van de andere tak van onderwijs) ;

b. de overlegging van een geschiktheidsverklaring van het hoofd van de L. S.. en het instellen van een toelatingsonderzoek over die stof, waarvan in gemeenschappelijk overleg tussen L. O. en M. O. is vastgesteld, dat de L. S. in staat isdeze te behandelen. In de examencommissie dienen zowel het L. O. als het M. O. vertegenwoordigd te zijn; het eerste met mede-beslissende stem ten aanzien van het samenstellen van de opgaven en, indien beide takken van onderwijs dit wensen, het beoordelen van het gemaakte werk;

c. door een aangepast onderwijssysteem in de eerste klas, waardoor de grote kloof tussen het L. O. en het M. O. wordt overbrugd.

De mogelijkheid van een psychotechnisch onderzoek, de wenselijkheid van het overleggen van een persoonsbeschrijving over de laatste L. S.-jaren en de waarde van een proefklas behoren nog nader in de practijk te worden beproefd.

(Opgenomen op verzoek van het Christelijk Paedagogisch Studiecentrum). 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Conclusies

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's