HET ONTWERP VOOR EEN GENERALE REGELING PREDIKANTSTRACTEMENTEN
II
De kleine gemeenten.
Een moeilijk probleem in onze Hervormde Kerk is de pastorale verzorging van de kleine gemeenten., Vele van die gemeenten zijn sinds jaar en dag vacant, omdat ze niet in staat zijn een eigen predikant te onderhouden. En dat aantal vacante gemeenten dreigt nog groter te worden in de toekomst. Het is de generale regeling voor de predikantstractementen, die noodwendig er toe zal bijdragen, dat kleine gemeenten geen eigen predikant meer zullen kunnen beroepen. Deze regeling stelt de eis van minimum-tractementen, die vele kleine gemeenten tezamen met de overige kosten, niet meer zullen kunnen dragen. Vroeger" was het Rijkstractement, vermeerderd met de opbrengst uit 't kerkegoed of de pastoralia, een zeer belangrijk deel van het gehele tractement van een predikant. Thans zijn deze bedragen tegenover het levende geld, dat uit de gemeente moet komen, een gering deel van de som, die een gemeente nodig heeft. Men kan tegenwoordig niet meer teren op hetgeen vroeger eeuwen aan kapitaal voor de Kerk hebben afgezonderd. De thans levende gemeente zal moeten leren om de kosten voor haar eredienst en Diaconie uit haar bijdragen uit eigen middelen te financieren. Voor kleine gemeenten kan dit nu grote moeilijkheden opleveren. Wel staat men soms verwonderd over hetgeen kleine gemeenten met bloeiend kerkelijk leven door grote offervaardigheid bijeen weten te brengen. Maar het feit blijft, dat het voor verschillende gemeenten een onmogelijkheid zal blijken te zijn om het vereiste bijeen te brengen. Zulke gemeenten blijven verstoken van een predikant. Uit eigen ervaring weet ieder, dat het kerkelijke en geestelijke leven vooral onder de jeugd gaat inzinken bij een veel-jarige vacature.
Een oplossing voor de moeilijkheid, waarin zulke gemeenten verkeren, kan dan gevonden worden in een of andere vorm van combinatie. In verschillende gevallen werkten deze combinaties bevredigend. De commissie, die de generale regeling voor de predikantstractementen heeft ontworpen, stuitte door haar regeling vanzelf op het probleem der kleine en financieel zwakke gemeenten. Behalve in een of andere vorm van combinatie, stelt ze nog een nieuwe mogelijkheid : het pastorale verband. In een groep gemeenten, die een pastoraal verband vormen, is steeds meer dan één kracht werkzaam : hetzij twee of drie predikanten, al of niet bijgestaan door een of meer hulpkrachten, hetzij één predikant met een of meer assistenten (hulpprediker, vicaris of emeritus). In een „pastoraal verband" is er bovendien een commissie, gevormd uit de betrokken gemeenten en centrale commissie geheten, die zorgt voor de tenuitvoerlegging van de tussen die gemeenten in overeenkomst vastgelegde regeling inzake de werkverdeling en de rechten en plichten op de gemeenschappelijk gefinancierde regeling betrekking hebbende.
Bij de procedure ter vaststelling van de ligger kan het breed moderamen van de provinciale kerkvergadering reeds als haar oordeel te kennen geven dat een gemeente in aanmerking komt voor opneming in een pastoraal verband. Tevens zijn daar dwangmiddelen mogelijk om een gemeente, die in zulk een geval niet al te spoedig begrijpt in welke koers men zeilen wil, deze dan toch wat duidelijker aan het verstand te brengen. Op deze weg van dwang nu is men verder gegaan in het voorstel tot toevoeging aan ordinantie 2 van een nieuw artikel 24. Deze toevoeging vindt men aan het slot van het ontwerp dezer generale regeling. In al. 3 wordt het vormen van een pastoraal verband nog overgelaten aan het vrije initiatief van de betrokken gemeenten onder goedkeuring van het breed moderamen der provinciale kerkvergadering. In al. 4 wordt evenwel bepaald, dat een gemeente, die nalatig is in de redelijke verzorging van haar pastorale verzorging door het breed moderamen wordt opgenomen in een pastoraal verband. Het blijft een grote vraag of een gemeente, die dan naar het oordeel van het breed moderamen misschien niet voldoende diligent is inzake de beroeping of uit hoofde van finantiëel onvermogen tot een beroeping niet kan overgaan, gebaat zal zijn bij 'n dergelijke enigszins gewelddadige oplossing. Op deze wijze kan een gemeente in een pastoraal verband worden ingewrongen, waar ze, haar modaliteit in aanmerking genomen, niet thuis hoort. Voor de gemeente zelf kan en zal dit vaak noodlottige gevolgen hebben. Inplaats van opbouw van kerkelijk leven, zal men dan misschien wel eens brokstukken te zien krijgen. Deze bepaling, die tot opneming in een pastoraal verband kan dwingen, dient te worden geschrapt. Men taste de zelfstandigheid der kleine gemeenten niet aan. Hier staat men weer voor een der uitvloeisels van een systeem, dat van boven af alle dingen centraal regelt.
Het kan niet uitblijven of uit een gedwongen samenwerking vloeien conflicten voort. Zal een combinatie van gemeenten heilzaam werken, dan moet een gezonde basis daaraan ten grondslag liggen. Een allereerste vereiste is dan toch, dat men tot overeenstemming is gekomen, wat betreft de wijze, waarop in de Dienst des Woords en der Sacramenten zal worden voorzien. De Kerkeraad is in de eerste plaats daarvoor verantwoordelijk en kan en mag die verantwoordelijkheid niet ten dele delegeren.
Bij de pogingen om op een dergelijke wijze pastorale verbanden in het leven te roepen, wreekt zich de natuurlijke zelfstandigheid der plaatselijke gemeente op het gecentraliseerde karakter der kerkorde, zoals dit reeds in art. 1 is neergelegd en waarmee de ordinantiën en deze generale regeling zijn doortrokken. Bij doorvoering dezer voorstellen zal op een droeve wijze de fictie van de eenheid der Kerk aan de dag treden door de verbrokenheid der Kerk en de geestelijke verscheidenheid der gemeenten. Men moge het betreuren, maar het feit ligt er.
Centralisatie en nivellering.
Boven werd reeds opgemerkt, dat de kerkorde een sterk gecentraliseerd karakter draagt. Welbewust heeft men aanstonds in art. 1 na breedvoerige discussie vastgelegd, dat de plaatselijke gemeenten delen van het grote geheel der Nederlandse Hervormde Kerk zijn. De Nederlandse Hervormde Kerk bestaat immers uit al de Hervormde gemeenten. Bij consequente doorvoering van deze opvatting kan er in een kerkorde geen ruimte overblijven voor de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente. De plaatselijke gemeente heeft geen zelfbestuur meer, ze wordt van boven af geregeerd. Van lieverlede zal het terrein, waarover de gemeenten dit zelfbestuur nog bezitten, steeds meer ingekrompen worden. Voor hen, die aansturen op centralisatie, moet het toch een doorn in het oog zijn, dat er nog bolwerken gevonden worden, die een van boven opgelegde organisatie zouden kunnen weerstaan. Zulke bolwerken moeten genomen worden en ingelijfd. Daarom worden de kerkegoederen onder een ingrijpend centraal geregeld toezicht gesteld. De pastoralia, waarvan het beheer toch rechtens alleen aan de predikant toekomt, worden aan deze onttrokken en de kerkvoogden in handen. gegeven. Het Rijkstractement, waarop de predikant een persoonlijk recht heeft, zal nu door de kerkvoogden geïnd worden. Geen handopening zal worden verleend, of er moet vooraf voldaan zijn aan een reeks finantiële voorwaarden, die de Kerk stelt aan gemeente en predikant ter wille van een sterk gecentrahseerde regeling. Zodoende krijgt de centrale macht de finantiële hulpbronnen stevig in handen. De aangeboden generale regeling der traktementen en pensioenen haalt de koorden der centralisatie nog nauwer aan. Wat zal er straks overblijven van de weduwenbeurzen, die een eigen vermogen en zelfstandig beheer daarover bezaten ? Op deze wordt een druk uitgeoefend, die vele besturen niet hebben weerstaan. Zo ziet men op het gehele terrein der Kerk, dat lichamen met zelfbestuur en eigen beheer worden gedegradeerd tot uitvoerders van een centraal gezag.
Deze centralisatie duldt ook geen verscheidenheid. Noodwendig moet ze tot nivellering leiden. De aangeboden generale regeling toont ook deze trekken. Er worden minima gesteld, Maar ook maxima. Wat een gemeente aan haar predikant meer dan ƒ 500.— boven het minimum uitkeert, wordt hem ingehouden op hetgeen hij aan verhogingen en kindergeld moet ontvangen van de centrale kas. Voorts kan de raad voor de traktementen subsidies toekennen aan kleine gemeenten en pastorale verbanden. Deze raad kan eveneens bij het berekenen van het zielengeld of in daarmede op een lijn te stellen afwijkende gevallen, rekening houden met zeer bijzondere omstandigheden, waardoor het finantiële leven dier gemeente in ongewone mate nadelig wordt beïnvloed. Uit al deze bepalingen blijkt, dat men aanstuurt op egalisatie van finantiën der gemeenten en traktementen der predikanten. Alle finantiële hulpbronnen der Kerk worden door elkaar gewerkt. Kleine gemeenten zullen dan verhoudingsgewijs meer moeten bijdragen dan de grote. De aanvangstraktementen en het zielengeld drukt zwaarder op de leden der kleine gemeenten dan op die van grote stadsgemeenten.
Conclusie.
Men heeft in de Hervormde Kerk eenmaal de weg der centralisatie ingeslagen. Terugkeer is in de gegeven omstandigheden niet wel denkbaar. De vrijheid en zelfstandigheid der gemeenten blijve echter gewaarborgd. Geen gemeente worde gedwongen tot een vorm van combinatie tegen haar wil. Ook in de salariëring worde een gemeente vrijgelaten, wanneer ze overigens aan haar verplichtingen heeft voldaan. Om dit te bereiken zullen enkele bepalingen geschrapt dienen te worden.
Voorts zal het ieder duidelijk zijn, dat deze generale regeling, zowel van predikanten als van gemeenten, soms grote bedragen zal eisen. Het blijft een vraag of deze werkelijk nodig zijn voor het uit te keren pensioen. De jongere collega's mogen niet belast worden met een verhoogde premie ter wille van de pensioenen der ouderen. De Kerk moet daarin op een andere wijze voorzien.
Wat men beoogt met de generale regeling, kan ook bereikt worden met behoud van zelfstandigheid en vrijheid der gemeenten.
Ongewijzigd aanvaarde men deze regeling niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's