De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wachttijd immer verloren tijd?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wachttijd immer verloren tijd?

9 minuten leestijd

Tot de tijd toe dat zijn woord kwam, heeft hem de rede des Heeren doorlouterd. Psalm 105 vs. 19

Is wachttijd verloren tijd?

Met deze vraag willen wij u aan boord komen. Menigeen zal zeggen: „Ja vaak wel. Ik weet dat uit ervaring maar al te goed. Hoe dikwijls was me het verblijf in de wachtkamer van een dokter, een tandarts, juist daarom een kwelling. Thuis lag een berg werk, en daar, in die wachtkamer zat ik werkeloos neer".

Zou ook menige zieke, die reeds weken, ja maanden aan huis gebonden is, ook zo niet denken?

Men ligt te wachten op beterschap, men bidt zelfs vurig om herstel; de beterschap komt echter niet, of zeer langzaam. Ook zulken denken gedurig, dat al hun wachten verloren tijd is. Het huisgezin lijdt onder de ziekte, het bedrijf, de arbeid kwijnt er onder.

Waarom geeft de Heere toch geen beterschap? Waarom maakt Hij toch niet een einde aan dat wachten, door het geven van uitkomst?

Zo vraagt menige zieke zich af. Zo redeneert ook menig ander, die wacht op een betrekking, die wacht op de huwelijksdag, die wacht op kinderzegen, die wacht op terugkeer van een afgedwaald kind.

Er zullen onder de lezers ook stellig zijn, die wachten op de vervulling van een woord van God. Eén of meerdere uitspraken van Gods Woord heeft een bijzondere indruk op hen gemaakt, omdat deze gewaagde van de nood, waarin ze verkeerden.

Laat ons maar een paar gevallen noemen. Iemand las in Ezechiël 36 vers 26 : „en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven".

Dat woord sloeg in. Hij had reeds lang last van zijn harde hart. Ongevoelig was zijn hart voor de hoge God. Gods vloek liet zijn hart onberoerd. En Zijn lokkende stem wees het hart af.

O, als hij de macht had om dat hart, dat centrum van zijn persoonlijkheid, week te maken, hij zou het niet nalaten. In die toestand hoort hij het Woord des Heeren, van wegneming van dat harde hart. Hij gaat er me© in de eenzaamheid tot de Heere, en hij vraagt: , , o Heere, ik hoor ook tot het huis van Israël (Ezech. 36 vs. 37), ik heb ook het teken van het genadeverbond ontvangen in mijn Doop, wil ook aan mij Uw belofte vervullen? "

En nu gaat zo iemand naar de vervul­ ling van Gods toezegging. Hij begint met wachten op de Heere. Eén dag, een maand, een jaar, vele jaren.

Laat ons nog één voorbeeld nemen. Een meisje, een vrouw, heeft door de Heilige Geest diepe indrukken gekregen van haar zonden tegenover een goedertieren en rechtvaardig God.

Daardoor is het verlangen naar verlossing groot geworden, om met David te mogen zeggen : En Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. (Psalm 32 : 5). Maar neen, dat kan zij niet. Er is wel een eerbiedig zoeken naar Christus, Wiens bloed reinigt van alle zonden. Het is echter net of de Heere Jezus Zich voor haar verbergt. En nu is men elke dag ongelukkig. Met kracht is wel eens het Woord van Christus tot haar gekomen : „Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven". De rust komt echter niet. Men wacht er op, maar wachten valt zo zwaar.

Wij namen als voorbeeld een man, die last kreeg van zijn stenen hart, een vrouw, die verlangde naar de rust in Christus. Er zijn stellig onder ons talloze andere gevallen. Hier woont er één, die na Christus te hebben ontvangen tot rechtvaardigheid, nu Hem zo graag zou bezitten tot heiligmaking. Ginds is iemand, die bedroefd is over de geestelijke onverschilligheid van een zoon of dochter en reeds zo lang wacht op de belofte, die de Heere juist over hem of haar gegeven heeft. Daar is een arbeider in de dienst des Heeren, die wacht op de vervulling van Gods belofte van vrucht op zijn arbeid. Zijn ook dezen niet dikwijls van gedachte, dat zulk wachten verloren tijd is? Verloren voor hem of haar, verloren toch eigenlijk ook voor de Heere. De Heere zou er toch in verheerlijkt worden, als men ontving, waarop men mocht hopen.

Toch blijkt uit onze tekst, dat zulk wachten absoluut niet verloren tijd mag genoemd worden.

In onze tekst wordt van Jozef gesproken. Jozef heeft een wachttijd meegemaakt van 13 jaar; een wachttijd, die doorgebracht moest worden op duistere of gevaarlijke plaatsen.

Jozef werd toch door zijn broeders in een kuil geworpen. Daarna werd hij als slaaf naar Egypte gevoerd. Hij kwam in het huis van de machtige Potifar terecht.

Hij had het er eensdeels goed, maar anderzijds was elke dag toch zo'n gevaarlijke dag voor hem. Potifar's vrouw trachtte hem toch voortdurend te verleiden tot overspel; tot overtreding van Gods heilige wil.

Toen hij weigerde in die zonde te bewilligen, bracht een valse aanklacht hem in de donkerte van de gevangenis. Men drukte zijn voeten in de stok ; zijn persoon kwam in de ijzers (vers 18).

Deze woorden zeggen ons, dat vooral in die eerste tijd zijn verblijf aldaar allervreselijkst was. Het leven, dat door hem geleefd moest worden, scheen steeds verder te geraken van de toezeggingen, die de Heere hem eens gedaan had.

Immers op 17-jarige leeftijd (Gen. 37 VS. 2) had God door middel van twee dromen hem voorzegd, dat hij tot een grote taak zou geroepen worden, in een hoog ambt zou gezet worden, waarin hij vruchtbaar voor God en Zijn volk zou zijn en dat eer met zich mere bracht. En inplaats van dat alles, was hij nu in die 13 jaar behandeld geworden als een boef, als een misdadiger, die een voortdurend gevaar is voor de maatschappij.

Waar bleef nu toch de vervulling van Gods belofte? Waarom stelde de Heere toch de vervulling van Zijn Woord uit, waarover Hij zelfs hem een dubbele droom gegeven had?

God geeft ons hier, door de mond van David wellicht een antwoord op die vraag. Wij lezen immers : Tot de tijd, dat zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd.

In deze tekst wordt het ons duidelijk, dat Jozef die wachttijd niet kon missen. Hij moest vooraf nog doorlouterd worden. Hij moest innerlijk in de smeltkroes. Het valt te betreuren, dat in de Nieuwe Vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap o.a. het begrip smelten, doorlouteren, helemaal niet meer terug te vinden is in onze tekst, terwijl zij op andere plaatsen het door de Psalmdichter gebruikte woord wèl weergeeft met smelten en doorlouteren.

Een vertaling als deze geeft te meer grond aan het advies van vele ambtsdragers in onze Kerk aan de Synode, om niet tot vrijgeving voor kerkelijk gebruik van de Nieuwe Vertaling van de Bijbel door het N.B.G. over te gaan, voordat de conclusies van de door de Synode ingestelde Commissie binnengekomen zijn.

God achtte, dat Jozef deze wachttijd evenzeer nodig had, als het onzuivere goud het vuur.

Al was Jozef reeds vroeg een godvrezende jongeling, evenwel had hij nog een oude natuur, die juist in die wachttijd bewerkt moest worden; bovendien moest zijn geloof nog wassen.

De Gefst heeft hem bewerkt in die jaren van zijn gevangenschap. Daar leerde hij, dat God alle dingen leidt. Toen hij immers dacht, te moeten sterven, zorgde God voor uitkomst. Daar leerde de Heere hem, dat God anders rekent dan hij. Daar werd hij geoefend in geduld en lijdzaamheid. In die wachttijd maakte hij kennis met het onrecht, dat woonde in het hart van anderen en dat van hem. Maar daar ervoer hij óok, dat God rechtvaardig is in ar Zijn weg en werk. Hij werd doorlouterd ook in het stuk van zijn kunnen en zijn weten. Zijn macht was onmacht, zijn weten dwaasheid. Maar op verrassende wijze toonde de Heere hem Zijn Macht en Zijn Wijsheid. Al die lessen had Josef zo nodig. Het vuur van loutering moest in hem branden, anders zou hij vast verongelukken op de hoge plaats, die God hem toegedacht had. Zonder die loutering zou Jozef zeker aan het Hof afgegleden zijn tot de heidense godsdienst van zijn omgeving. Zonder die loutering zou hij straks gevallen zijn in de vreselijke zonden van hoogmoed of in het zedeloos leven van menige hofkring.

Lang, héél lang heeft hij moeten wachten op de verhoring van Gods beloften, maar het was heus geen verloren tijd. Afgezien van het feit, dat hij zo lijdend een type van Christus geworden is.

En zou de Heere ook nu niet dikwijls hetzelfde bedoelen met het uitstel van Zijn verhoring?

Ongetwijfeld, lezer. Wachttijd is nu ook heel vaak louteringstijd. In die wachttijd moet soms geleerd word-en hoe onwaardig wij zijn in onszelf, om geholpen te worden. Het geloof, dat zo dikwijls bijmengsels heeft, moet gezuiverd worden.

Het hoogmoedige hart, dat anders zelfs met genade zou pronken als met iets van zichzelf, moet in die wachttijd vernederd worden.

Neen wachttijd is geen verloren tijd. Laat de wachters onder ons op Gods beloften dat nu aannemen. En als zij het niet kunnen aannemen, laat hen bij zichzelf maar eens nagaan of deze tekst ook niet reeds enigermate in eigen leven bewaarheid is geworden. Kleiner, afhankelijker zijt ge wellicht geworden in die wachttijd. Welnu, dan ook verder op de Heere gewacht. Jozef is doorlouterd, tot de tijd, dat zijn woord kwam. Het woord, dat Jozef van God ontvangen had inzake zijn verhoging, het is in vervulling gegaan. De gevangenis werd geopend. Hij is de tweede in Egypte geworden ; hij is daar vruchtbaar geweest voor de Heere, voor zijn verwanten, voor de Kerk.

Wij mensen zijn ontrouw, maar de Heere is getrouw aan Zijn Woord van belofte.

Zij vinden toch hun grond in Gods barmhartigheid, die Hij om Christus' Middelaarswerk kan bewijzen. Zo zal de Heere ook nu doen aan al degenen, die van Gods genade in Christus het verwachten.

Die wachttijd kan lang duren, maar er komt een einde aan. Ook nu geldt het woord, dat door Jeremia tot ons kwam : De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt. (Klaagl. 3 vs. 25). Dat wil niet zeggen, dat de Heere ieder die wacht op herstel van gezondheid of wegname van aardse druk, geeft hetgeen waarop men hoopt. Hij handelt daarin naar Zijn vrijmacht. Al deze zaken, hoe belangrijk ook, zijn van tijdelijke betekenis. Maar wie waarlijk de Heere zelf nodig gekregen hebben, deze zullen, hoe lang de wachttijd ook moge duren, geholpen worden.

Hun wachttijd is louteringstijd. En daarom getn verloren tijd.

Ridderkerk/Slikkerveer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Wachttijd immer verloren tijd?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's