Voorbede gevraagd
Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging, biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des woords opene. Colossenzen 4 : 2, 3a.
Toen Maarten Luther op 31 October 1517 - nu 435 jaar geleden — zijn 95 stellingen bevestigde aan de gesloten deur van de Wittenbergse slotkapel, was het niet te voorzien welke uitwerking deze daad zou hebben.
Als men toen aan de hervormer gevraagd had : ,,ls het uw bedoeling om een nieuwe kerk te stichten ? " zou hij zeker een antwoord hebben gegeven dat een scherpe ontkenning bevatte. Immers, hij hoopte aanvankelijk, dat hij in de Roomse kerk een hervorming zou beleven.
Het was hem er om te doen dat Gods Woord heerschappij in de kerk zou hebben. Hij bond de strijd aan tegen de geestelijke leidslieden, die het eenvoudige volk verleidden om van de waarheid Gods af te wijken. Als een echte vriend van de waarheid wilde hij deze verbreiden en verdedigen.
Hoe zocht hij naar alle mogelijkheden om het Woord Gods ingang te doen vinden. Maar het scheen wel of de weg voor dat Woord naar alle kanten versperd was.
De situatie is in onze tijd schijnbaar gunstiger, maar in de werkelijkheid wordt op allerlei manieren de loop van Gods Woord ook nu belemmerd. Wie Gods Woord begeert te prediken in het openbaar en in de huizen, komt evenals Luther voor gesloten deuren.
Maar evenals toen is ook nu de kracht van Gods Geest in staat om de deur voor het Woord te openen.
Dat ondervond ook de apostel Paulus toen hij gevangen zat. Wat moet dit voor deze actieve figuur een zware beproeving geweest zijn. Al genoot hij nog de vrijheid om mensen te kunnen ontvangen en brieven te schrijven, hij kon toch niet meer zijn reizen maken om te gaan prediken.
Daarom vraagt Paulus na de oproep tot gebed en waakzaamheid meteen de voorbede der gemeente.
Duidelijk komt hierbij uit dat hij deze voorbede niet vraagt voor zijn welzijn of voor zijn belang. Hij begeert alleen dat er voor hem gebeden wordt met het oog op de verkondiging van het Evangelie.
Dit was het ergste voor de apostel dat hij door zijn gevangenschap gehinderd werd in zijn werk. Maar hij weet dat Gods Woord niet gebonden en niet te binden is. Daarom moet het gebed der gemeente gedurig worden opgezonden opdat het Woord des Heeren toch uitgaat de wereld in.
Deze voorbede is altijd noodzakelijk. Want ook nu is de deur des woords gesloten, wanneer het de predikers aan vrijmoedigheid ontbreekt en de lippen op gesloten deuren lijken. De psalmdichter vraagt: Heere open mijn lippen door Uw kracht, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen. Ezechiël spreekt er van dat de Heere moet geven opening des monds. Tot Jesaja zegt de Heere Zelf : Ik leg mijn woorden in uw mond.
In het besef van zijn afhankelijkheid mag een prediker het van de Heere verwachten, dat Hij wegen baant waar wij geen weg kunnen vinden en deuren opent, als wij er niet op rekenen. Als God het geeft vindt het Woord een doorgang naar buiten en vloeit door de werking van Zijn Geest de mond steeds over van Gods eer.
Maar ook dan kunnen er nog belemmeringen zijn voor de prediking, omdat de harten der hoorders van nature gesloten zijn voor het Woord Gods. De Heere Jezus heeft Zelf gezegd : Mijn Woord heeft in u geen plaats.
Het menselijk hart is wel open voor wat de wereld laat horen. Het zondige woord vindt vrije toegang. Maar voor het Woord Gods is de toegang versperd. Reeds in het paradijs gelukt het de zielevijand om de mens met zijn verleidende woorden te bereiken en zo afkerig te maken van Gods gebod.
Naar recht had de Heere de mens toen los kunnen laten, maar reeds terstond na het zondigen komt de Heere met Zijn waarschuwende, maar tegelijk ook lokkende stem om de mens terug te roepen.
De eeuwen dóór blijft Hij nog bezig om Zijn Woord te laten horen. Hij zendt Zijn gezanten uit in de wereld om te getuigen van Gods liefde. In de volheid des tijds zendt God Zijn Zoon, opdat de wereld in Hem geloven zou. Maar : Hij is gekomen tot het Zijne, doch de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Wat een tegenstand heeft ook Christus ondervonden. Ofschoon zelfs de vijanden moesten erkennen, dat nooit iemand gesproken had zoals Hij, zocht men Hem toch te doden, opdat Zijn stem niet meer zou weerklinken.
Hoe scheen het inderdaad te gelukken om Hem voorgoed het zwijgen op te leggen, toen Hij stierf aan het kruis. Maar in Zijn sterven betuigt Hij, dat alles volbracht is en na Zijn opstanding zendt de verheerlijkte Zaligmaker Zijn gezanten uit in de gehele wereld om van Hem te getuigen.
Ondanks de telkens opkomende dwalingen en steeds voorkomende moeilijkheden mogen de dienstknechten des Heeren nog uitgaan om Zijn Woord uit te dragen.
Het is zeker de grootste betekenis van het feit der hervorming dat sindsdien het Woord Gods weer in het middelpunt werd gezet.
Welk een zegen is het wanneer gij de zuivere waarheid kunt beluisteren.
Maar let er eens op waarheen uw gedachten soms wegzwerven als ge neerzit in de kerk. De boer is bezig met zijn vee, de werkman is in zijn gedachten in de werkplaats, de winkelier zit inkopen te doen en de huisvrouw tobt over haar zorgen. Zo gaat het woord langs ons heen, al is de spreker nog zo begaafd.
Dit moet ons tot nadenken brengen om de oorzaak te zoeken.
Die oorzaak ligt niet bij anderen maar bij onszelf, omdat de deur van ons hart dicht zit en geen menselijke macht is in staat om die deur te openen. Het is alsof het hart dichtgegrendeld is door onze hoogmoed of door een wrok tegen onze naaste of door een boezemzonde die wij niet los kunnen laten.
Verwacht ge het nu van de prediker dat hij de vastgeroeste deur van uw hart kan openen ? Of zal een hoorder zelf in staat zijn om het hart open te stellen ? Gods Woord zegt ons dat alleen de Heere het hart opent. Wij lezen van Lydia dat haar hart door de Heere geopend werd zodat zij acht gaf op het woord dat Paulus sprak. Niet Paulus, maar God kreeg daarvan de eer, omdat Hij door Zijn Geest voor het gepredikte woord de weg baande.
Na de terugkeer van een zijner zendingsreizen gaf Paulus een verslag van de grote dingen die God gedaan had en dat Hij voor heidenen de deur des geloofs geopend had.
Wanneer wij tegenwoordig letten op de beweringen van hedendaagse sprekers en schrijvers dan lijkt het wel alsof alle deuren helemaal openstaan en vanzelf opengaan. Paulus dacht daar anders over. Hij rekent op gesloten deuren. De toegang tot het hart is bij de natuurlijke mens afgesloten.
Daarom vraagt hij de voorbede der gemeente, opdat Gods Geest wordt uitgezonden om de harten te openen. Door de Heilige Geest kan het hardste hart verbrijzeld worden en vervuld worden met de vrees voor Gods heihgheid en gerechtigheid. Dan openbaart zich ook een nieuw leven, het leven der wedergeboorte dat God door Zijn genade schenkt en waartoe Hij het Woord als het zaad der wedergeboorte laat uitgaan. Zo schenkt de Heere in Zijn barmhartigheid de ware zielevreugde.
Hoe wonderlijk werkte de Heere dit ook in de dagen der reformatie. God gaf het dat Zijn Woord weer heerschappij kreeg in de harten. Wel waren er grote moeilijkheden in de eerste tijden na Luthers optreden. Maar de Heere werkte en opende de deur voor het Woord.
Hoe heerlijk is het dat Gods werk nog doorgaat om onder de prediking van het Woord zielen aan te raken en mensen aan zichzelf bekend te maken, opdat wij tot de ontdekking komen dat wij zondaars zijn en Christus niet kunnen missen. Hoe zalig is het óók te mogen vernemen dat Christus in de wereld kwam om zondaren te redden. Maar het allervoornaamste is het, als Christus Zelf gestalte krijgt in ons hart.
Of luistert gij liever naar de verleidende klanken der wereld, waardoor ge naar het verderf wordt gelokt ? Staat u alleen daarvoor open en keert ge u af van de prediking der waarheid ?
Dan bedriegt gij uzelf en gij misleidt ook anderen door uw houding. Hoe bedroevend is het dat velen achteloos voorbijgaan aan het woord der zaligheid.
Maar hoe beschamend is dit alles ook voor ons, omdat wij moeten erkennen, dat er zo weinig gebeden wordt voor de predikers, dat God de deur voor het woord opene.
Denkt u er wel aan om in uw voorbede de predikers te noemen en ook daarbij sterk aan te houden en te waken in het bidden ? Dan kan daarna de dankzegging volgen. Want God is nog altijd de Hoorder der gebeden.
Vergeet u het vooral niet om behalve 's Zondags vóór de dienst óók in de dagen der week Gods zegen te vragen voor allen die werkzaam zijn in de dienst des Heeren, zowel in onze eigen omgeving als in de verre landen waar Gods Woord nog niet bekend is.
Laten wij nu op de Hervormingsdag gedenken hoe de Heere ongedachte wonderen heeft verricht om Zijn Woord te doen verbreiden onder de volken.
Maar dan vragen wij bij ons gedenken of de Heere ook nu de deur voor het Woord wil openen, niet alleen onder ons volk, maar ook bij de heidenen. Dan dragen wij ook het werk der zending en de zendingsarbeiders met hun gezinnen op aan Hem, die machtig is een geopende deur te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's