De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe terug naar de reformatie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe terug naar de reformatie?

8 minuten leestijd

Bezien we het geestelijk en kerkelijk leven van onze dag, dan lijkt het mij als een paal boven water vast te staan, dat, zal er nog verwachting zijn, voortdurende bezinning op de reformatorische theologie in verband met de persoonlijke zekerheid des heils directe eis is.

We hebben dan het oog op het geestelijk leven in onze gemeenten en kringen. Want heus, hoevelen ook met een warm hart zoeken de beproefde beginselen te verdedigen, toch moet als een feit worden geconstateerd door allen, die zich wat verdiepen in het getuigenis der reformatie, dat in het algemeen er een grote afstand is tussen het geestelijk leven van thans en dat der reformatie. Globaal genomen heeft het eerste slechts een schaduwgestalte, en dan nog vaak een misvormde, van het laatste. Veelal blijft het geestelijk leven heden hangen in wat standelijke ervaring, waarbij de bekeerde mens in het middelpunt blijft staan, terwijl echter de alles-verterende gerechtigheid Gods, alsmede de algeheel bevrijdende gerechtigheid des geloofs haar beslag in het leven niet krijgen. Doch om deze beiderlei gerechtigheid ging het juist geheel en al in de reformatie.

Daarom achten we het niet overbodig te zijn om niet slechts anderen, maar ook onszelf herhaaldelijk voor te houden de noodzaak van terugkeer tot de reformatie, zowel met het oog op de theologische bezinning als op onze prediking" als op de critische beschouwing van het geestelijk leven in de gemeente.

Wij bedoelen hiermede echter niet, zonder meer onze instemming te betuigen met de beschouwingen der nieuwere theologie, die toch eigenlijk met haar oproep tot wederkeer tot de reformatie beoogt een tot heerschappij doen komen van een objectivisme, waarin de ware religie dood is of een zeer kwijnend bestaan lijdt en dat daarom geheel vreemd is aan de religie der reformatie. Waar twee hetzelfde zeggen, kan er toch een geweldige kloof gapen tussen beider getuigenis. Men kan de woorden der reformatoren hanteren zonder de zaken hunner woorden, zoals ze voor hen golden, ook maar enigszins te benaderen. Neem b.v. het geloof. Dat moet bij de Barthianen een schimachtig bleek bestaan lijden, hoewel men het illustreert met slagzinnen, uit reformatorische geschriften geput, terwijl het echter bij de reformatoren vol is van Geest en leven, a.h.w. vlees en bloed aanneemt in de christen, die in en uit Christus leeft, naar de Schriften. Zo komen we heden ook telkens tegen een zich beroepen op de reformatoren om de volgorde Evangelie—Wet te verdedigen, terwijl toch in hun uiteenzettingen betreffende de toeëigening van het heil aan het zondaarshart, de reformatoren geen twijfelachtig geluid laten horen, maar duidelijk de Schriftuurlijke orde stellen van Wet en Evangelie. Doch de sfeer van het objectivisme, waarin geleefd en gedacht wordt, verblindt blijkbaar de ogen hiervoor en laat Calvijn, Luther e.a. zeggen, wat men graag wil horen, doordat men die bepaalde getuigenissen losmaakt van het geheel van de geestelijke wereld, waarin zij ademden en leefden. Men kan nu eenmaal in de diepste zin van het woord iemand niet verstaan en zijn woorden niet recht wegen, of er moet affiniteit des geestes zijn. Alleen wanneer we in dezelfde religie ademen, verstaan we hun religie en hun woord, daarin gesproken.

De nieuwere theologie wil een terugkeer naar de reformatie met uitschakeling van de ontwikkeling op theologisch en geestelijk terrein in de eeuwen, die tussen ons en de reformatie liggen, met name van hetgeen ons de zeventiende en ook de achttiende eeuw te dien opzichte geboden hebben. Dat achten we niet juist. Wie met een polsstok over de eeuwen heen wil terugspringen naar de reformatie, om daar zijn zakken vol te laden en op dezelfde wijze dan in het heden terug te keren, die moge na zulke halsbrekende toeren de woorden voor onze voeten uitschudden, doch aan de inhoud der woorden, zoals de reformatie die verstond, blijkt hij vreemd gebleven.

Daarom is het beter, ja eis, ook al leven we in de eeuw van het luchtverkeer, de begane grond te houden en door de nadere reformatie heen terug te gaan tot op de reformatie. Maar dan moet wel gewaakt worden er voor, dat we inderdaad bij de reformatie terecht komen en we niet  — en dat gevaar is zeer groot onder ons — blijven steken ergens in de achttiende of zeventiende eeuw.

In de zeventiende en achttiende eeuw heeft God in het getuigenis en de geschriften van door Hem geleerde mannen schatten aan Zijn Kerk geschonken, die niet dan tot grote schade van haar huidig leven door haar kunnen worden verwaarloosd. Doch het is goed, dat we niet naar hen luisteren zonder ook tegelijk te horen naar de reformatoren, wier vertolkers zij zich in die eeuw en in die bepaalde kerkelijke en geestelijke gesteldheid toch wisten. Bij dit laatste heeft ongetwijfeld de één beter de juiste toon getroffen dan de ander, en dat zullen we ook aanvoelen, indien we maar ook tevens op het reformatorisch getuigenis acht geven. Inderdaad is het piëtisme ten onzent wel eens hier en daar op zijpaden terecht gekomen, waar de objectieve heilswaarheden Gods schier bijna geheel uit het oog verloren waren en men verzandde in de gestaltenbeschrijving van de bekeerde zondaar. Daar ontbrak dan gedeeltelijk het reformatorisch Christusgetuigenis. Maar juist dat wordt onderkend door ons, als we tegelijk aan de voeten van Calvijn zitten. Intussen zullen we dan rijke winst boeken met het luisteren naar de besten onzer zeventiende en achttiende eeuwse vaderen en hun geestverwanten, b. v. in Schotland. Want zij hebben toch eigenlijk niets anders gedaan, dan aangedrongen op de beleving van de reformatorische leer. Zij waren Christocentrisch tot en met, d.w.z. zij beoogden slechts de persoonlijke ware hartekennis van Christus en de vruchten daarvan voor te stellen en zochten zo op een wonder tere pastorale wijze tot bevestiging in de kennis van Christus te leiden. Het was hun derhalve geenszins te doen om de aandacht der ziel van de objectieve heilswaarheid in Christus af te trekken en te vestigen op het wankele innerlijke leven des harten, maar om de réchte relatie des geloofs tot het objectieve heil voor te stellen. En'daarbij waren ze door onderwijs der Schriften en uit eigen levenservaring op de hoogte van de onpeilbare verdorvenheid en arghstigheid van het menselijk hart, zodat ze be-schreven de valse gronden, waarop een mens altijd weer zoekt te bouwen en de eigengerechtigheid in haar meest verfijnde vorm aan de kaak wisten te stellen. Voorts wisten ze ook tot leiding der zielen de verscheidene wijzen van het betrokken zijn van de ziel op Christus en de verschillende graden, die er zijn in de kennis van Christus in verband met de wasdom des geloofs, naar voren te brengen. Doch dat alles geenszins om te doen rondzwerven en te blijven hangen in de gestalten van eigen gemoed, doch juist om, alzo ontdekkend aan valse gronden en geestelijk opvoedend, de zielen te leiden tot de ware kennis des geloofs en hen te bevestigen in Christus, opdat ze zouden mogen leven uit Christus.

Daarom kunnen we niet dan tot onze grote schade en verarming hun onderwijs verachten. We hebben ze nodig, zou ik haast zeggen, om het reformatorisch getuigenis in zijn volle diepe zin en rijkdom te kunnen peilen. We lezen b.v. in de christenreis van Bunyan het gesprek, dat Christen en Hoop met Onkunde voeren : HOOP. Vraag hem eens, of ooit Christus van de hemel in hem geopenbaard werd? — ONKUNDE. Hoe? Meent gij dat God zich nog in de mens openbaart? Ik houd het er voor, dat gij en allen, die nog van een onmiddellijke gemeenschap tussen God en het mensenkind droomt, aan zinsbegoocheling lijdt. — HOOP. Hoe, mijn vriend ! Is dan Christus voor alle vleselijke verstand niet zo in God verborgen, dat Hij bij geen mogelijkheid door iemand op zaligmakende wijze kan gekend worden, tenzij dat de Vader Hem in ons openbare? — ONKUNDE. Dat is uw geloof, maar niet het mijne ; en tevens betwijfel ik niet, dat mijn geloof even goed is als het uwe, al heb ik niet zo veel grillen in mijn hoofd. CHRISTEN. Laat mij nog één woord mogen zeggen. Gij zoudt weldoen, als gij minder lichtzinnig spraakt over deze zaak, want dit durf ik met alle vrijmoedigheid zeggen, evenals mijn vriend en reisgenoot dit deed, dat niemand Jezus Christus kan kennen, tenzij door openbaring des Vaders. Ja, ook het geloof, dat als 't ware de hand op Christus legt en Zijn gerechtigheid zich toeeigent, moet, zal het die macht hebben, gewrocht worden door de uitnemende grootheid van Zijn almachtige kracht. Van deze werking des geloofs, beweer ik, dat gij arme Onkunde, geheel onbewust zijt. Ontwaak dan, en zie uw eigen nood, opdat gij tot Jezus de toevlucht neemt en door Zijn gerechtigheid, welke de gerechtigheid Gods is, zult gij van het oordeel verlost worden, want in Hem is God geopenbaard. —• Wie zich nu innerlijk distantieert van hetgeen hier wordt voorgehouden, maakt het zich toch eigenlijk onmogelijk het getuigenis der reformatie werkelijk te verstaan. Het wil ook niets anders zijn dan vertolking van het reformatorische leven, en terecht.

Maar we hebben daarbij dan ook altijd wel te bedenken, dat het juist daarom nooit de bedoeling is om het gemoedsleven en het leven der bekommernis aangaande de staat voor de eeuwigheid te cultiveren. Waar dat wél gevonden wordt, is inderdaad te constateren een afwijken van de weg, die de reformatie aanwees. Naar we menen wordt dat laatste in onze dagen, vooral ook in onze gemeenten, niet duidelijk gezien door velen. Daardoor komt het, dat velen wel menen gereformeerd te spreken, terwijl ze, naar we menen, toch vaak daarbij blijven beneden de maat van de reformatorische leer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Hoe terug naar de reformatie?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's