Beloften Gods
I.
In de geschiedenis der kerk zijn er twee perioden aan te wijzen, die in staat zijn ons met jaloersheid te vervullen, maar ook om ons beschaamd het hoofd te doen buigen, wanneer we die perioden vergelijken met de tijd, waarin we leven. Inzonderheid, wanneer we een vergelijking maken tussen 't peil van het geestelijke leven toen en nu.
We denken allereerst aan de tijd der eerste christenen, waarvan de Heilige Schrift getuigt dat de menigte van degenen die geloofden één hart en één ziel was. En dat de apostelen met grote kracht getuigenis gaven van de opstanding van de Heere Jezus en er grote genade over hen allen was. Het was de tijd waarin het leven des geloofs en de gemeenschap der heiligen zich rijk ontplooide, zó zelfs, dat de heidenen moesten getuigen: Ziet, hoe lief ze elkander hebben.
Is het niet of we vanuit een stralend heldere dag plotseling in een donkere nacht gesteld worden, wanneer we de tijd van toen vergelijken met die van nu?
Thans verdeeldheid allerwege. De staven liefelijkheid en samenbinding liggen verbroken ter aarde. De gemeenschap der heiligen is schier, ziende op de zich openbarende werkelijkheid, tot een aanfluiting geworden. Zonen van hetzelfde huis wonen niet meer als broeders samen en het schone en hartinnemende psalmvers: „Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen, van 't zelfde huis als broeders samenwonen, waar 't liefdevuur niet wordt verdoofd", kan helaas bij het verkilde liefdevuur nauwelijks meer worden aangeheven. Er is als het ware geen gemeenschappelijk brandend haardvuur meer, doch een ieder zit bij eigen kerkelijk haardvuur zich te warmen bij de sprankels van vaak eenzijdig naar voren geschoven dogmatische waarheden. En daarbij zich ontrovend de warmte van de veelzijdige genade Gods. Anderzijds, en dat is ook een kwaad van onze dag, ziet men vaak als broeders bijeen diegenen, die toch niet als broeders van hetzelfde huis aangemerkt mogen worden. We denken aan hetgeen er onder oecumenische vlag zoal te aanschouwen valt. Vrijzinnigen, Remonstranten, Midden-orthodoxen enz., broederlijk bijeen. Maar daarbij worden met voeten vertreden de eerste beginselen van een waarachtig christelijk geloof, n.l. de gebondenheid en onderworpenheid aan de Heilige Schrift. Verkondigers en aanhangers van leringen, die in strijd zijn met Gods Woord en die als zodanig door onze vaderen gebrandmerkt, van de kansel en uit de kerk geweerd werden, worden thans weer met open armen ontvangen. Broederlijk worden er kerkdiensten belegd waar misschien wel gezongen wordt: „Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen, van 't zelfde huis als broeders samenwonen", doch de fundamenten der kerk staan bij dat zingen te schudden, omdat men tegelijkertijd bezig is die fundamenten te ondermijnen.
Gemeenschap der heiligen, één hart en één ziel, grote genade over allen, zo was het bij die eerste christenen. En thans ? Hoe is het goud verdonkerd !
De andere periode uit de geschiedenis der kerk, die in staat is ons met jaloersheid te vervullen, doch ons ook beschaamd het hoofd te doen buigen, ziende op toen en nu, is de bloeitijd van de kerk-reformatie.
De reformatie plaatste de kerk weer op het vaste en onwankelbare fundament der Heilige Schrift en stelde de Heilige Schrift boven de kerk. Zo kon er een Schriftuurlijk geestelijk leven opbloeien, dat kostelijke vruchten des Geestes openbaarde. Een geestelijk leven dat in Schriftgebondenheid zich niet in vage termen uitte, doch dat in klare taal uitdrukking gaf aan het levend geloof, dat de ziel vervulde.
De kerk der reformatie trok de lijnen zuiver en scherp, waarlangs het kerkelijk en geestelijk leven zich kon ontwikkelen. Men blies de bazuin met een zuiver geluid. Men wist niet wat het was om „in de weg van het belijden", zoals tegenwoordig de geliefde uitdrukking is, alles in vage termen te houden, zonder aan een vast belijden toe te komen. Integendeel, als pilaren der Waarheid verrezen de belijdenisgeschriften onzer kerk, als vruchten van een door Gods Geest gewerkt geloof. En als hoogtepunten daarin werd beluisterd vanuit vol aanbidding brandende harten het drievoudige : Soli Deo Gloria, sola fide, sola gratia, Gode alleen de eer, door het geloof alleen, uit genade alleen.
De tijd der reformatie, het was een tijd, waarin de kracht der godzaligheid openbaar kwam. Een tijd van geloofsgemeenschap met God, van een leven bij, uit en onder het Woord des Heeren.
Het is goed, dat we ons deze tijd telkens weer in herinnering terug roepen. Opdat we dat Schriftuurlijk, levend geloof, dat zich toen zo rijk openbaarde, biddend leren begeren.
Een herinnering aan de tijd der reformatie en een herinnering aan de tijd der eerste christenen, roept ons terug tot Gods Woord. Tot een leven uit dat Woord.
Een leven uit het Woord is een leven uit de beloften Gods.
Uit die beloften Gods leefde de kerk der reformatie.
Uit die beloften leefde de kerk van het Oude en het Nieuwe Verbond.
Uit die beloften Gods leven al Gods pelgrims, gisteren, vandaag en morgen. Hun geestelijk leven wordt door die beloften gedragen.
En daarom willen we onze gedachten gaan bepalen bij de beloften des Heeren, die zulk een grote plaats in het leven van Gods kerk en kind innemen. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's