VREEMDE PREEKMETHODE
Enige tijd geleden schreef ds. Buskes in de Waagschaal op de hem eigene wijze over een toepassing door ik weet niet welke voorganger gegeven over Jesaja 38 : 14 : ,,Ik kirde als een duif".
„Enigheid des Geloofs" heeft klaarblijkelijk aanleiding gevonden om dit stuk over te nemen en langs die weg is het ook in plaatselijke kerkboden gekomen.
In zoverre heeft ds. Buskes bijval gevonden met het aan de kaak stellen van deze „homiletische goochel toeren", zoals hij het kwalificeert.
De zaak is n.l. zó, dat de bedoelde voorganger de volgende toepassing zou gemaakt hebben : ,,En gelijk Hizkia in de dagen van ouds kirde als een duive, mochten wij zo ook nog eens een hele kir geven, of als het mocht wezen een halve, ja een kwart kir."
Hoewel ds. Buskes afmaant van navolging volgt hij zijn eigen advies niet op, maar geeft een proeve van imitatie, die zeer geschikt is de spotlust gaande te maken. Iemand, die zich daarover geërgerd heeft, komt zijn nood klagen en meent, dat het vijanden van de ,,bevindelijke leer" zijn, die daarin behagen hebben.
Dat ziet deze broeder toch wat heel eenzijdig.
Zeker, ik houd het er voor, dat onder degenen, die pleizier hebben gehad over het stukje van ds. Buskes, mannen zijn, die niets van bevinding moeten hebben.
Maar ik weet heel zeker, dat er ook zijn, die zeer wel weten wat bevinding is en die zich geërgerd hebben aan de wijze, waarop ds. Buskes deze zaak heeft behandeld, hoewel zij die vreemde preekmethode evenzeer afkeuren als ds. Buskes.
Gij moogt daarvan denken, wat gij wilt, maar ds. Buskes heeft zakelijk gelijk. Doch het doet ons leed, dat hij het op deze wijze aan de man brengt. Want hij kan zich niet vrij pleiten van profanie.
De voorganger, die de aangehaalde toepassing heeft gebruikt, is zich mogelijk niet eens bewust geweest, dat hij bij anderen de gedachte aan profanie kon opwekken. De man is wellicht van oordeel, dat hij heel erg geestelijk en bevindelijk is geweest, en heeft mogelijk niet ingezien, dat hij erg ongeestelijk deed.
En dat niet alleen, maar hij was daarmede de oorzaak, dat anderen de spot drijven met ja eigenlijk met hem. Doch daar blijft het niet bij. liet treft ook dat „volkje", dat het zo gaarne hoort. En het is nög erger: De dienst des Woords wordt in belachelijk daglicht gezet en eenvoudige lieden, die zo iets voor geestelijk houden, worden misleid.
Laat ons toch voor ogen houden, dat het gaat om de hoogste geestelijke belangen van de mens en om de ere Gods.
Wat het eerste betreft vragen wij : Kan men nu het „kirren als een duif" tot een eis van het zaligmakend geloof maken ? Om niet te spreken van een „kir" geven, want dat is niet eens een Hollands woord. En wat wil men dan met een „halve kir" of een , , kwart kir". Dat is eerlijk gezegd onzin en in strijd met de eerbied voor Gods Woord. Men behoeft waarlijk geen vijand van de bevindelijke leer te zijn, zoals mijn vrager onderstelt, om zo iets af te keuren.
Wat die voorganger verder heeft gezegd over de tekstwoorden : „ik kirde als een duif" wordt ons niet medegedeeld. Mede in verband met Jesaja 58 : 11 en Ezechiël 7 : 16 : zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid", zien deze woorden klaarblijkelijk op de toestand van dodelijke angst, waarin Hizkia in het aangezicht van de dood verkeerde, toen hij tot stervens toe krank was en — onder de aanklacht zijner ongerechtigheid voor God.
Dit kan men althans verstaan uit de woorden van Jesaja 38 : 15 en volgende verzen. Zie met name vs. 17 : ,,Zie, in vrede is mij de bitterheid bitter geweest; maar Gij hebt mijne ziel liefelijk omhelsd, dat zij in de groeve der vertering niet kwame ; want Gij hebt al mijne zonden achter Uwen rug geworpen".
De onderstelling is dus niet gewaagd, dat de voorganger de kudde, die zich aan hem toevertrouwde heeft willen toewensen, dat het hun mocht geschieden als Hizkia : n.l. dat zij met Hizkia zouden mogen roemen in de genade Gods : ,, Gij hebt al mijne zonden achter Uwen rug geworpen".
Het gaat toch niet aan te onderstellen, dat hij zijn mensen zonder meer dodelijke krankheid, angst en benauwdheid heeft willen toewensen, zodat zij schreeuwen als een angstige vogel.
Hizkia beschrijft hier in treffend sprekende beelden, hoe hij misbaar maakte in zijn ellende en hoe hij tot God riep.
Zonder twijfel is het ook goed, dat de predikers wijzen op zonde en oordeel en op de noodzakelijkheid der wedergeboorte. Dat is nodig en geboden, maar zij moeten het niet doen voorkomen, alsof ,,het kirren als een duif" nu eigenlijk het geheimenis der godzaligheid is. Hizkia spreekt daarover een andere taal.
Als een vreemdeling in die samenkomst binnenkwam en de woorden van de voorganger over die hele, halve en kwart ,,kir" opving, wat zou hij van die vreemde taal verstaan ?
Zou hij daaruit nu een indruk kunnen meenemen van het Evangelie des Heeren ? En dan is dit nog maar een eigengemaakte vreemde taal, doch bedenk nu eens, wat de apostel Paulus zegt van de vreemde talen, die de Heilige Geest gaf te spreken, en hoe hij zegt: dat hij in de gemeente liever vijf woorden spreekt met zijn verstand dan tienduizend in een vreemde taal. (1 Cor. 14 : 19). Alzo ook gij, dewijl gij ijverig zijt naar geestelijke gaven, zo zoekt, dat gij moogt overvloedig zijn tot stichting der gemeente. (1 Cor. 14 : 12).
Wij willen in dit verband niet verder op de zaak ingaan, doch kunnen niet nalaten er op te wijzen, dat er ook in andere kringen vreemde preekmethoden kunnen worden geconstateerd.
Zo treffen wij in Hervormd Utrecht d.d. 24 October j.l. een artikeltje aan, dat wellicht als een meditatie is bedoeld over Ps. 97: 1. „De Heere regeert" van de hand van H. V. d. L., dat vele mensen aanstoot heeft gegeven.
Welke vreemde voorstellingen deze schrijver voorzweven over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die de gemeente van Christus verwacht, moge blijken uit de volgende zinsnede: „De glorie van de nieuwe schepping zal straks te zien zijn ook in Utrecht op Neude en Vreeburg" en enige regels verder, die aankondigen, dat „de herschapen aarde, jong en fris, als op de eerste scheppingsdag zal zijn", laat hij volgen : „Als we allen staan te drommen op de stoepen langs de straat waarlangs Christus intocht houdt. En de kinderen zullen zingen : Lang 'zal Christus leven, in de gloria !"
Is dat geen profanie ? Dat is niet zo bedoeld, zal men misschien tegenwerpen. Dat mag zo zijn. Die andere man heeft het zeker ook zo niet bedoeld, maar men neemt het er uit en drijft er de spot mee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's