De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De nieuwe Theologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nieuwe Theologie

7 minuten leestijd

Dezer dagen ontvingen wij het verzoek om in de Waarheidsvriend een uiteenzetting te geven van de theologie van K. Barth.

Volgaarne willen wij enkele hoofdpunten der ,,nieuwe theologie" voor onze lezers behandelen, maar wij zouden heus onevenredig veel ruimte van ons orgaan moeten opeisen, als wij ons strikt aan het verzoek zouden houden.

Het is wel een poosje alles Barth geweest, wat de klok luidde, maar toen was het toch heus niet alles Barthianisme, wat met die naam genoemd werd, evenmin als nu.

En het is geenszins alleen of ook maar altijd theologische belangstelling, die iemand doet grijpen naar een Barthiaanse stelling of spreekwijze, zij moge dan al of niet de gedachte van de Zwitserse hoogleraar juist vertolken.

Vele factoren werken mede tot de bepaling van de theologische of godsdienstige richting, waarbij men zich voegt: opvoeding, karakter, aanleg, gevoelens en neigingen kunnen daarbij van grote invloed zijn.

Bovendien staat de ,,nieuwe theologie", hoewel Barth haar voornaamste en meest invloedrijke vertegenwoordiger en tot op zekere hoogte haar auteur is, niet alleen op zijn naam. Zij heeft meerdere min of meer zelfstandige vertegenwoordigers en leraren, ofschoon hun namen in de gemeente minder bekend zijn dan die van de grootmeester.

Ook onderling zijn deze heren het niet altijd in alles eens. Dat is trouwens niet alleen een theologenkwaal, maar komt ook in andere wetenschappen voor.

Ondanks de verschilpunten, die er mogen zijn, is het toch niet moeilijk enkele kenmerkende trekken der nieuwe theologie te noemen, die als gemeenschappelijk of in hoofdzaak gemeenschappelijk mogen worden beschouwd.

Een van die kenmerken is dit, dat de „nieuwe theologie" op de bodem van het negentiende-eeuwse Lutheranisme is ontstaan en daarmede menig kenmerk van verwantschap vertoont, al schijnt zij van deze familiebetrekking niet altijd te willen weten. Zij zal dat echter moeilijk kunnen ontkennen, als de papieren voor de dag komen.

Met deze familietrek hangt ook samen, dat zij de traditionele antipathie der Lutheranen jegens de gereformeerden en de gereformeerde religie mede heeft geërfd. Velen harer aanhangers laboreren aan de waan, dat zij de reformatie beter begrijpen en in 'menig opzicht uitnemender gereformeerd zijn dan de belijders, die aan de Confessie der gereformeerde vaderen vasthouden.

Wellicht zal iemand opmerken, dat dit van die huishoudelijke opmerkingen zijn. Dat is het juist. Wij hebben in ons kerkelijk leven dagelijks met deze verschijnselen te maken. En het is een onmiskenbaar feit, dat het Hervormd kerkelijk leven de duidelijkste kenmerken van verlutheranisering vertoont; niet het minst, ook in zijn ,,open staan" voop de ,,nieuwe theologie".

Van de dagen van Luther af kan men onder de Lutheranen een afkeer waarnemen van de leer ener absolute praedestinatie en een neigitig tot universalisme, of zoals het in de gemeente heet naar „algemene verzoening". Ook de ,,nieuwe theologie" distantieert zich van de leer van de gereformeerde belijdenisgeschriften aangaande de praedestinatie, al is er onder de auteurs allerlei Versdhil Van opvatting en structuur. Het is vooral ook het stuk der reprobatie (verwerping), dat tegenstand ondervindt. Brunner beweert in zijn dogmatiek, dat de Schrift van geen besluit van verwerping weet en dr. Woelderink volgt hem hierin.

Die bewering is intussen juist, in zoverre wij nergens van een besluit der verwerping in de Schrift lezen, maar dat zegt allerminst, dat de leer der verwerping onschriftuurlijk zou zijn of in de Schrift niet zou voorkomen. Immers de gereformeerde belijdenis spreekt alleen over dit leerstuk, omdat zij deze leer in de Schrift aantreft. Het is daarom ook onjuist, zoals altijd weer opnieuw beweerd wordt, dat de gereformeerden de leer der verwerping bij wijze van gevolgtrekking uit de leer der verkiezing aanhangen. Klaarblijkelijk trekken degenen, die dit beweren, zulk een consequentie.

Een heel eigenaardige opvatting omtrent verkiezing en verwerping wordt door K. Barth geleerd, welke er op zou neerkomen, dat de aardse mens onder tweeerlei gezichtspunt verschijnt, n.l. zó, dat de aardse mensheid als zodanig verworpen is. Maar diezelfde mensheid is als toekomstige, lals nieuwe mensheid in Christus verkoren. Met andere woorden : De mensheid draagt aan deze zijde het beeld van Ezau, maar naar haar hemelse zijde dat van Jacob. Hier verloren, daar verkoren.

Terecht heeft Brunner aan Barth verweten, dat hij bij een wederherstelling aller dingen uitkomt, hetgeen Barth wil ontkennen met een beroep op de vrijmacht Gods.

Het is echter opmerkelijk, hoe de gedachte telkens wordt uitgesproken, dat de mensheid sedert Golgotha in een andere situatie tot God staat n.l. in een situatie van verzoend zijn onverschillig, of men zich daarvan bewust is of niet. Objectief zou dat zo zijn en voor de ganse mensheid gelden.

Zulk een leer is velen zeer naar het hart. Zij zouden het gaarne zo wensen en maken zich gemaikkelijk wijs, dat het zo ook Bijbels is. De ganse wereld is in Christus verzoend en zal zo straks worden verlost.

Predikers, die zulk een leer gaarne algemeen aangehangen zagen, ontzien zich niet in zulk een trant ook te preken.

Men moet zich er echter over verwonderen, dat zij de kerken niet helemaal leegpreken. Want, indien iemand gelooft, dat zulk een leer het ware Evangelie brengt, behoeft hij die boodschap slechts één keer te horen om overigens te eten en te drinken en vrolijk te zijn. Allen verzoend in Christus, bewust of onbewust. Wat kan ons gebeuren !

Eigenlijk is er geen aasje religie meer in. Mensen, die er niet veel verstand van hebben, beweren wel 'eens, dat het geloof in de zaligheid slappe mensen maakt, doch als wij op zulk een Evangelieprediking zien, kan men waarlijk niet anders verwachten.

Wie op de hoogte is .met wat er hier en daar in de kerk gebeurt, de kerkelijke pers leest, en de radio hoort, heeft geen nader bewijs nodig. Hij weet, dat er op die wijze gepreekt wordt en hij verwondert zich er niet over, dat sommige prekers zo weinig hebben te zeggen, dat zij zelfs een film kiezen als stof voor de ,,preek" of ,,geestelijke" toespraak.

Uit de aard der zaak zijn dit niet de predikanten, die de meeste belangstelling hebben voor de theologie.

Maar er zijn ook anderen, idde zich meer bekommeren om de , , theologische problemen van onze tijd", en vooral om hetgeen de mannen Van wetenschap daaromtrent te zeggen hebben. Het is voor dezulken lang niet ^altijd' gemakkelijk hun standpunt te bepalen — en dan die mode !

Men gevoelt zich toch wel wat aan zijn naam en aan de wetenschap verplicht de mode enigszins in acht te nemen. Dat doet men met zijn kleding toch ook en met zoveel andere dingen.

Dus een beetje naar de nieuwe mode preken, maar als je er wat ivan weet en vooral ook op de hoogte bent met de reformatorische theologie en misschien van huis uit daarbij opgevoed, dan wordt het wat moeilijk om de verantwoprdelijkheid te dragen voor leringen, die in feite de leer der reformatie op de meest gevoelige punten weerspreken en verkrachten.

De kans is niet gering, dat izulke prekers een compromis zoeken tussen het oude, dat ze niet loslaat en het nieuwe, dat hen trekt, omdat het in zekere kringen nu eenmaal mode is.

Welk een worsteling, want dat gaat niet, omdat het niet overeenkomt met het leven der kerk. Theologie is geen zadk van speculatie, 'en een theologie, welke niet uit het leven der gemeente opkomt kan door de gemeente niet worden gedragen. En het is niet onduidelijk, welke gevolgen dat voor de samenkomst |der gemeente moet hebben. 

Nog een kenmerk van de nieuwe theologie, dat zij gemeen heeft met haar negentiende-eeuwse betrekkingen, kan worden' gezien in haar instelling op de Heilige Schrift, die ten enenmale afwijzend staat tegenover hetgeen de Confessie haar aangaande belijdt.

Al de genoemde kenmerken staan niet los van elkander, maar houden verband met moderne opvattingen omtrent de Godsopenbaring. En deze hebben op haar beurt een historische 'achtergrond in de scepsis van de achttiende eeuw, welke in verschillend opzicht ook nog in onze tijd nawerkt in een geest van indifferentisme (onverschilligheid) en vatbaarlheid voor allerlei wind van leer.

Een en ander moest met name aan de dag treden in de jgedachten omtrent de Godsopenbaring en inderdaad naderen wij hiermede tot hetgeen het uitgangspunt of de kern van de nieuwe theologie kan worden genoemd en van waaruit ook de boven aangeroerde vraagstukken moeten worden bekeken, zodat wij tevens gelegenheid zullen hebben deze afwijkende leringen der nieuwe theologie nauwkeuriger te bezien. 

Beginnen wij dan de volgende keer met de gedachten over de Godsopenbaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De nieuwe Theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's