Brief aan mijn vriend te meerstad
Zuidstad, 8 November 1952.
Beste Jan,
Het wordt weer eens nodig tijd, dat ik de pen op het papier zet, want er is zoveel te bepraten en er is zoveel op te merken, dat ik vrees in dit ene epistel niet klaar te komen. Enfin, dat doet er ook niet toe, we zullen wel zien hoever we komen en wat in het vat zit verzuurt niet, zegt het spreekwoord.
Vorige week Zaterdag was het Allerheiligen en een Noorderling, die hier toevallig kwam, was verbaasd over de stilte, die hier heerste. Dè fabrieken werken niet, de winkels zijn gesloten. Dat de Roomse medeburgers alzo handelen is in hen te respecteren, het bewijst, dat ze hun godsdienst ernstig nemen. Maar stel je voor, mijn vrouw zou even wat bij de groenteman halen, die Protestant is ; de deur zat netjes op slot! De enige conclusie, die hieruit te trekken is, is, dat er toch wel rare protestanten rondtippelen ! Nu moet je ook niet denken, dat dit voorbeeld 't énige geval is; het vorig jaar bezorgde mijn protestantse bakker op 1 November geen brood en bakte zelf ook geen vers brood.
Mij werd verteld, dat de Roomse zaken in verschillende grote steden wèl geopend waren op 1 November dit jaar, waaruit blijkt, dat de R.K. Kerk door het geven van dispensaties zich gemakkelijk aan alle omstandigheden weet aan te passen.
Ik ontving dezer dagen weer eens een propagandablaadje, dat onder de R.K. parochianen dezer parochie verspreid wordt. Je zult het zeker wel interessant vinden om daar een en ander uit te lezen. Het volgende neem ik er uit over :
Zes maanden achter elkaar op de 13e van de maand verscheen O.L. Vrouw (dat is Maria) in 1917 in Fatima en steeds vroeg zij om gebed en offers om eerherstel te brengen aan God en voor de bekering der zondaars. Moeder Maria gaf ons zelf de gebeden en offers aan.
Kardinaal Tedeschini, de Pauselijke Legaat bij de Sluiting van het verlengde Heilig Jaar op 13 October 1951 in Fatima, zegt hieromtrent in zijn magistrale preek: God stuurde eertijds Zijn profeten; daarna zond Hij Zijn eniggeboren Zoon. Hij kondigde door hun mond straffen aan. Maar nog nooit had Hij Zijn Moeder gezonden. Thans zendt Hij Haar als Boodschapster. Zij spreekt geen taal van toorn, doch van barmhartigheid.
We zien hieruit nog eens duidelijk hoe in R.K. kringen Maria naar voren wordt geschoven, en dat niet alleen. Hier wordt Maria verheven boven de Heere Jezus en ik krijg de indruk van haast boven God zelf. Althans zou hier bijna uit te lezen zijn, dat Maria beschouwd wordt als de Moeder van God de Vader. Dit zal vermoedelijk niet bedoeld zijn te zeggen, maar dan heeft deze kardinaal, toch zeker niet maar de eerste de beste, zich weinig zuiver uitgedrukt. We zien hieruit hoe de Mariaverering voortdurend gepropageerd wordt en de positie van Maria, zo dit mogelijk is, steeds hoger gesteld wordt. Het behoeft dan ook niet te verwonderen, dat in het eenvoudige R.K. volksgeloof de positie van Maria vrijwel overheersend wordt. Dat dit alles in strijd is met de H. Schrift, behoef ik eigenlijk er niet bij te schrijven.
Door dit alles wordt nog weer eens licht geworpen op de betekenis der Hervorming. Aan 1 November gaat vooraf 31 October, waarop wij denken aan het aanplakken der stellingen door Maarten Luther aan de slotkapel te Wittenberg. Het belangrijke der hervorming is m.i., dat weer werd teruggekeerd tot de H. Schrift, dat deze van onder het stof werd te voorschijn gehaald en dat de Gereformeerde Kerken in ons land daarin hun richtsnoer vonden voor hun kerkelijk leven. Het is wel droevig, dat er in onze kerk een katholieke modaliteit bestaat, die in verschillende opzichten de hervorming wil verloochenen. In mijn vo rige brief schreef ik je hierover al, zodat ik niet in herhaling wil vervallen. Maar niet alleen dit is het wat mijn bezorgdheid opwekt, neen, men spreekt het min of meer openlijk uit, dat de ontwikkeling in onze kerk niet goed is geweest. Men vindt het eigenlijk niet goed, dat de Remonstranten op de Synode te Dordrecht veroordeeld zijn ; o zeker, er zat wel een kern van waarheid in deze veroordeling, dat wil men niet ontkennen, maar het is toch niet goed geweest. Ik vind het zeer bedenkelijk, dat er op deze wijze in onze kerk gedacht wordt, want dit is in wezen m.i. toch ook een gedeeltelijke verloochening der hervorming. En zo toont de beoordeling van de hervorming zelve in onze kerk al, hoe ver we daarvan in wezen verwijderd zijn, en hoe verdeeld wij zijn.
Sommigen zijn er, of moet ik misschien zeggen vélen, die menen, dat het thans heel goed gaat in de Hervormde Kerk en zij willen van geen klachten horen. Een klagen over ,,de vervallen staat van Sion" klinkt deze lieden als zinloos in de oren. Wie echter enigszins met de tijd der hervorming op de hoogte is, zal moeten erkennen, dat al was er ook in die dagen heel wat rechtmatige critiek te oefenen, een dergelijk klagen meer gefundeerd is dan het oppervlakkig gejuich, dat het zo goed gaat.
Maar kom, ik moet eindigen, mijn brief is al weer rijkelijk lang geworden.
Met de hartelijke groeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's