Verwarring in de rechtspraak
Gedurig staan we in onze kerk voor conflicten bij de bediening van de Heilige Doop. Er zijn altijd in de gemeenten wel mensen, die het met de prediking in de plaatselijke kerk niet eens zijn. Er zijn nu eenmaal in onze kerk allerlei richtingen, of zoals men tegenwoordig zegt modaliteiten. Van richtingen wil men immers niet meer gesproken hebben.
Ik kan het mij echter zeer goed indenken, dat een vrijzinnige zijn kind niet wil laten dopen door een predikant van de Gereformeerde Bond. En het omgekeerde behoef ik niet te bewijzen.
Wat is nu de weg, die moet worden ingeslagen door iemand, die zijn kind in een andere gemeente wil laten dopen?
Die moet zich vervoegen op de officiële zitting van de doopcommissie van de kerkeraad en verzoeken om een consent, teneinde zijn kind in de gemeente X te laten dopen. Die gemeente moet dan met name worden genoemd.
Nu kan de kerkeraad weigeren om de toestemming te verlenen. Die weigering, met redenen omkleed, moet door de commissie aan de aanvrager worden medegedeeld. Maar ook rnoet eenzelfde schrijven binnen 14 dagen gericht worden aan de kerkeraad van die gemeente, waar de Doop zou plaats vinden.
Na deze weigering kunnen de ouders of verzorgers van het kind zich beroepen op de Provinciale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen.
Nu komt echter de droeve practijk.
De Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen handelt in de ene provincie heel anders dan de overeenkomstige commissie in een andere provincie. Om een voorbeeld te noemen: 't Gebeurt, dat in sommige gemeenten aan een gereformeerd lidmaat, die trouw in een naburige gemeente of in een evangelisatie kerkt, het consent wordt geweigerd.
Ook de Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen komt aan de wensen van deze mensen niet tegemoet. In andere provincies worden de kerkeraden gedwongen om zelfs consenten af te geven aan mensen, die nooit een voet in de kerk zetten, noch in eigen gemeente, noch elders, doch in onverschilligheid volharden.
De Synode zou inzake de doopspractijk richtlijnen geven. Of die richtlijnen reeds gegeven zijn, weet ik tot mijn spijt niet. Dat die richtlijnen, zo ze er zijn, niet worden toegepast, is eveneens mogelijk.
Het wordt echter hoog tijd, dat er door alle commissies van bezwaren één lijn wordt getrokken. Anders krijgen we zulk een toestand, dat wat in de ene provincie voor recht wordt gehouden, in een andere provincie onrecht wordt geheten.
Bovendien is 't te wensen dat die richtlijnen ook een einde zullen maken aan de ontzaglijke ontheiliging van het sacrament van de Heilige Doop.
In tal van gemeenten gaat men maar voort om kinderen te dopen van mensen, die met alles spotten en nimmer in de kerk komen onder de Dienst des Woords, en men schijnt niet eens meer te beseffen dat de toorn Gods zal ontbranden over zulk een schrikkelijke ontheiliging van het sacrament.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's