Een domine vertelt
over XXIX Verschillende gangen.
De lezer moet intussen begrepen hebben, dat wij, behalve het kerklokaal in de Pretorialaan toch nog wel een andere ruimte hadden, namelijk onze grote Wilhelminakerk.
Wij hebben de tijd nog gekend, dat ze elke Zondag vol was. Dat de opkomst ook des avonds behoorlijk was.
Daarna heeft zich het zwaartepunt langzamerhand naar de Maranathakerk verplaatst. In het jaar 1930 kwam deze gereed. Nu stroomden de mensen daarheen en de Wilhelminakerk werd als een moeder, die van vele harer kinderen is beroofd.
Toch, bij bijzondere hoogtijen in het kerkelijke en pastorale leven trokken wij samen steeds weer op naar onze oude, statige kathedraal met haar heerlijk orgel.
O, als ik daaraan denk, hoe menigmalen mij de machtige orgeltonen, dragend en begeleidend de zang der Gemeente, tegemoet rolden bij het binnentreden in Gods Huis ! Hoe het mij dan was, als stond ik meteen in een andere wereld ! Vanuit het profane leven plotseling verplaatst in het heilige !
Wanneer het mij in eens dan tegenklonk: „Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijne ziel tot U, o God !" dan gebeurde het wel, dat God de Heere ineens de ban van koudheid en dode kerksleur doorbrak en dat 'Hij door Zijn Heilige Geest het hemelse heimwee naar Sions tempelzalen in het hart legde.
Dat waren heerlijke ogenblikken, waaraan men nog vele jaren later niet zonder ontroering terugdenkt.
** Het catechisatielokaal in het oude „Maranatha" was waarlijk niet minder vol dan het kerkgebouw.
Jaren geleden had ik zelf nog als jongeling gecatechiseerd bij mijn oom en leer meester op een stil dorp, in een lokaliteit, die eigenlijk veel te klein was. Het gebeurde meer dan eens, dat dp petroleumlampen dreigden uit te gaan bij gebrek aan zuurstof. Wanneer dan de deur opengezet werd, begonnen meteen de lampen weer helderder te branden en ook wij leefden weer op. Wij konden weer wat verse lucht happen.
In de Transvaalstraat in F. zaten wij niet bij petroleumlampen, maar wel met ± 125 volwassen leerlingen tegelijk in één vertrek.
In de winter de kachel roodgloeiend.
Hele avonden zaten wij daar. Nog zie ik onze goede, oude kosterin haar domine verzorgen, die daar Maandag- en Dinsdagavond hele avonden zat en Woensdagavond gedeeltelijk daar doorbracht met Bijbellezing in de kerk.
De kosterin liet dè mensen binnen voor het spreekuur en gedurende de tijd, dat zij wachten moesten, ,,nam zij de honneurs waar" en wist de bezoekers op onderhoudende wijze bezig te houden. Niets deed zij liever, dan de mensen inleiden, en op de hoogte brengen van de werkzaamheden van de predikant. Want er was niets, wat haar zozeer verdroot als dit, dat er gezegd werd : ,,die dominees voeren toch niet veel uit. 's Zondags schudden zij even een preek uit de mouw ; dat is alles !"
Dan kon zij zo echt daarover fulmineren. „Ik heb het hun even anders aan het verstand gebracht", zo sprak zij dan.
Zo is het nu eenmaal in de stad. Vooral de avonden zijn voor allerlei werk bestemd, behalve dan het gewone ziekenbezoek, huwelijksinzegeningen en begrafenissen.
Wanneer uw huis dan niet midden in de wijk staat, maar een eind daar vandaan ; wanneer er zelfs een breed water tussen ligt, dan doen zich hier wel eens grote bezwaren voor.
Wanneer in een dorp de catechisatiën afgelopen zijn, dan zijt gij haast ook meteen thuis. Hier moet gij evenwel de moeilijke tocht naar huis nog aanvangen ; somtijds zelfs de strijd met de elementen aanbinden.
Geducht kon het stormen daar bij de silo's over de Rijnhaven.
En dan de overtocht met het bootje naar het Prinsenhoofd.
Eens woei er schier een orkaan. Er waren met mij mee, drie passagiers voor de overzijde. Men had vergeten, mij te zeggen, dat de boot het Prinsenhoofd niet aandeed, omdat zij anders gevaar liep, stuk geslagen te worden tegen de pijlers van 't bruggehoofd. Zo voeren wij over de volle breedte van de Maas recht door naar het Willemsplein. Nu, dat ging over bergen en door dalen heen. Wij stonden boven aan de trap van de kajuit en hielden ons vast aan de ingang.
Behouden kwamen wij aan de overzijde, maar nu moest ik de nog veel verdere afstand naar huis weer teruglopen, want ik had aan het Prinsenhoofd moeten afstappen.
Een en ander werkte wel mede om u dan des nachts een gezonde slaap te bezorgen.
De avonden vlogen weg met allerlei arbeid. Catechisatiën en verschillende bijeenkomsten wisselden elkander steeds weer af. Het was zó weer Vrijdag en 't werd steeds weer een worsteling om te trachten, althans de laatste dag der week, voor uw preekarbeid te houden.
Somtijds kon ook het spreekuur overstelpend zijn. Mensen kwamen met hun moeilijkheden. Vroegen raad in benarde omstandigheden.
Hulp was spoedig geboden ; maar raad kostte tijd en beraad.
Vaak ging het haast op de minuut. Want daar zaten vele anderen te wachten. Uw gedachten zitten nog volop in het ene geval, terwijl andere raadselen van allerlei aard voor u gereed liggen.
Een paar afgezanten van Verenigingen treden binnen en vragen u om een spreekbeurt of vertellen u van onderlinge questies en geschillen.
Een ander komt, om u te vragen hoe u die of die uitdrukking in uw preek van j.l. Zondag hebt bedoeld?
Een broeder of zuster komt domine een gave brengen voor het een of ander doel en wil meteen het hart eens uitstorten in een geestelijk gesprek. .
Het is intussen 8 uur geworden en de grote jongens wachten al weer voor de catechisatie.
Met een rood, warm hoofd stapt gij het lokaal binnen en moet toch eerst wat bekomen, alvorens gij uzelf weer zijt. Het is een worsteling, om nu ineens weer in het catechisatiewerk in te komen.
Ziehier iets van de beslommeringen, u weergegeven.
Een stadsdomine moet heel veel spreken. Hij heeft wel eens twee begrafenissen en één huwelijksinzegening op één dag. Hij springt dan plotseling van de droefheid midden in de vreugde en moet zich meteen weer in tegenovergestelde omstandigheden verplaatsen kunnen.
Wij weten, dat er in de Bijbel staat:
,,Verblijdt u met de blijden en weent met de wenenden !" Vooral in de grote stad leren wij verstaan, wat dit Woord in heeft en hoe het bij de mensen onmogelijk is, zó van de blijdschap in de droefheid of van de droefheid in de blijdschap over te springen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's