De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hofnar van Gelre

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hofnar van Gelre

Een verhaal uit het begin der 16e eeuw

5 minuten leestijd

En deze ? Hoe wonderlijk voelt zij zich te moede ! Hoe verlicht haar ieder woord van berouw ! Zichzelve aanklagen om het slecht-doen van zovele, jaren, tegen de mensen en daarom ook tegen God, 't is 't enige, dat zij doet, zoals ze nog nooit gedaan heeft, in het hart en met de lippen. En diep in haar ziel dringen Anna's woorden, als deze haar heenwijst naar die Heiland, die het gekrookte riet niet verbreekt, noch de rokende vlaswiek uitblust, maar spreekt van vergeving op waar berouw, en balsem uitgiet in de schrijnende wonde van het hart, dat naar Hem uitgaat.

En Anna merkt bij Marijke iets op van de bange worsteling, die zijzelve eens heeft doorgemaakt, toen haar ogen opengingen voor eigen verdorvenheid.

Zo breekt ten laatste de morgenstond aan.

HOOFDSTUK XIII.

Veel vergoed.

't Is tegen de middag. De zon gloeit fel aan een onbewolkte hemel en maakt het, bij afwezigheid van een enkel windzuchtje, ondraaglijk warm binnen Harderwijks Wallen.

Toch is het ongewoon druk op straat, voornamelijk in de nabijheid van het stadhuis. Afzonderlijke groepjes poorters en poorteressen vormen hier en ginds clubjes en zijn in ernstig gesprek.

En wel zijn het gewichtige zaken, die men verhandelt, want Harderwijk staat op het punt zich aan de vijand over te geven.

,,Nu, 't is maar 't beste, wat we doen kunnen, " beweert een oude poorter onder ernstig hoofdknikken tot enige mannen en vrouwen ; „als we nog zo'n dag moesten doormaken als gisteren, bijlo! wat zou er dan van onze stad worden ! Neen, 't is maar beter, dat de vroedschap onderhandelt, dat is mijn mening ; dan kan men de plundering nog afkopen "

„Ja, dat zeg ik met je, " beaamt een ander. „Weet je ook. Maarten, waarover men 't nog niet eens is ? "

„Welzeker, " beweert de eerste spreker. „Ik vernam seffens van meester Matthijsen, dat de Ritmeester vrije aftocht wou bedingen voor zichzelf en z'n manschappen ; maar hiernaar hadden de Oostenrijkers geen oren. „Je moet als gevangenen uittrekken, " zeiden ze „dan zullen we jelui niet over de kling halen, " en daar bleef men bij."

,,Oef ! daar zal de trotse Ritmeester al heel weinig lust in hebben, " spreekt een derde. In trouwe, neen dat doet hij niet." „Toch zal 't moéten, " begint de oude weer met een wijsgerige hoofdknik. „Toch zal 't móéten, jong, anders begint het spelletje van gisteren opnieuw en zal het met de bezetting en onze stad slecht aflopen, daar kun je op aan. Want hulp krijgen we niet: onze hertog is niet tegen de Oostenrijkers opgewassen en heeft ook geen troepen bij de hand, want Maarten van Rossem is nu in de Betuwe om de vijand "

Een hevig gedrang belet hem voort te gaan.

Kijk, de Stadssecretaris verschijnt op de pui van het raadhuis. Hij spreekt de verzamelde menigte toe en meldt haar het besluit der vroedschap. Harderwijk, dus is besloten, zal zich onder bepaalde voorwaarden aan de Oostenrijkers overgeven ; eveneens de stadsbezetting. Ten strengste worden de burgers vermaand, zich rustig te gedragen en de overwinnaars geen redenen tot ontevredenheid te geven.

Nauwelijks is dit besluit bekend gemaakt, of de vroedschap met de burgemeesters aan het hoofd verlaat in plechtige optocht het stadhuis. Voor hen uit draagt de Stadsbode een sierlijk kussen met de sleutels der vesting er op.

En niet ver achter deze stoet volgt de bezetting. Voorop de bevelhebber Bruin van der Schuren, met sombere stem zijn bevelen uitdelende, en achter deze zijn manschappen, volgens het voorschrift der vijandelijke veldheren allen met witte roe­ den in de hand, en slechts gewapend met een zijdgeweer.

Iedereen begrijpt, wat dit betekent: de Overheid gaat deemoedig de vijand de sleutels der stad aanbieden, en de bezetting geeft zich gevangen.

De meeste poorters begeven zich met een benauwd hart huiswaarts, want, hoe de vroedschap ook hebbe verzekerd, dat zij voor een grote som Rijnse goudguldens de plundering, heeft afgekocht, toch is het te vrezen, dat de ruwe huurtroepen des vijands zich hieraan niet veel zullen storen. Daarom schijnt het hun maar 't beste, de Oostenrijkers niet in 't vizier te komen.

Aan deze vrees is het dan ook toe te schrijven, dat, als na een goed kwartier de beide Oostenrijkse veldheren. Schenk en Floris van Egmond, aan 't hoofd hunner troepen en vergezeld van de vroedschap, onder vrolijk trompetgeschal de poort binnenrijden, slechts enkele nieuwsgierigen op een eerbiedige afstand de intocht der overwinnaars gadeslaan, en de anders zo drukke veste ook nu als uitgestorven schijnt.

Ongeveer terzelfder tijd bevindt zich vrouw Van Emden in de bekende huiskamer. Stijntje van meester Rutger is bij haar.

Er wordt slechts fluisterend door beiden gesproken, om Marijke, die in de naaste kamer slaapt, niet te wekken.

En wat anders dan de overgave der stad kan het onderwerp van gesprek zijn ? Stijntje weet heel wat over dat onderwerp te vertellen want zo pas heeft ze nog even de ouderlijke woning bezocht, waar men van alles geheel op de hoogte is.

Onder het drukke meisjesgebabbel groeven zich in Anna's voorhoofd diepe rimpels. En geen wonder! Ontkennen kan onze poorteres het niet, dat zij thans nog minder gerust is dan tijdens de belegering. Wie toch zal nu haar en het kind en de arme Marijke beschermen, als straks mogelijk de ruwe soudeniers 

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hofnar van Gelre

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's