De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Nieuwe Theologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nieuwe Theologie

8 minuten leestijd

Reeds werd er op gewezen, dat de ,,nieuwe theologie" een samengesteld verschijnsel vertegenwoordigt. En zij staat ook als zodanig niet op zich zelf, maar maakt deel uit van een ,,complex van psychologische en wijsgerige reacties van de moderne mens op het humanisme van de negentiende eeuw, zodat reeds daarom de kwalificatie „nieuw modernisme" meer grond heeft dan de verbolgenheid van de aanhangers van de nieuwe stijl, als het kind bij de naam wordt genoemd. Zij verraden zich telkens weer, als zij haastelijk bereid zijn om het beroep op de belijdenis der vaderen te beantwoorden met de opmerking, dat wij in de twintigste eeuw leven. Daarmede wordt de orthodoxie afgewezen en ingeruild voor iets, dat waarlijk moeilijk anders dan modern kan worden genoemd.

Of deze appreciatie ook van toepassing is op de nieuwe theologie ? In zoverre deze aanspraak mag maken op de naam theologie, neen, maar niemand zal ontkennen, dat zij doorknced is met een flinke hoeveelheid van de zuurdeeg van moderne wijsbegeerte en humanisme.

En in hoeverre de nieuwe theologie dan wel Godgeleerdheid mag heten ? Dit is eigenlijk een onaangename vraag voor degenen, die haar nalopen. En het merkwaardige is, dat men die vraag liever niet hoort in de kringen van haar aanhangers. Dat is vreemd, want soms krijgt men de indruk uit hun redeneringen, dat van eigenlijke Godgeleerdheid op aarde geen sprake kan zijn en dat het een beetje erg dom is, als je vraagt, waarom die mensen zich dan zo druk maken en zoveel dikke boeken schrijven.

De vragers maken het niet erg gemakkelijk, want dan willen zij weer weten, wanneer wel en wanneer niet van Godgeleerdheid kan worden gerept.

Wij gaan daarop thans echter niet in, want wij zouden immers handelen over het openbaringsbegrip van de , , nieuwe theologie". Wellicht vinden wij dan ook nog een antwoord op deze vraag.

Zij wil dan de Godsopenbaring bepaald hebben tot de vleeswording des Woords. Het vlees geworden Woord is volgens de nieuwe theologie de enige Godsopenbaring en deze openbaring wordt dan bepaaldelijk als openbaring der verzoening genomen.

Buiten deze Godsopenbaring in het vleesgeworden Woord geen openbaring.

En de Heilige Schrift dan ? Aanvaardt de nieuwe theologie haar dan niet als Gods Woord ?

Wij zouden haast geneigd zijn te zeggen, dat is toch logisch. Als de enige Godsopenbaring in de vleeswording des Woords is geschied, dan is de Heilige Schrift, zoals die daar ligt, geen Godsopenbaring. Zij is dan hoogstens menselijk getuigenis omtrent ja, omtrent wat dan eigenlijk? Omtrent de Godsopenbaring? Omtrent de vleeswording desWoords of misschien ook omtrent het Woord, dat is vlees geworden?

Zeker, in die richting wordt het gesteld. Menselijk getuigenis omtrent het openbaringsgébeuren. Doch wees voorzichtig met uw conclusie over wat ,,logisch" is, want de nieuwe theologie beweert tegelijkertijd, dat de Bijbel Gods Woord is.

Zij bedoelt dat echter heel anders dan art II van onze Ned. Geloofsbelijdenis.

Dit artikel wordt volledig van de hand gewezen. Hèt spreekt, zoals gij weet, van tweeërlei kennisse feods en derhalve van tweeërlei openbaring, n.l. door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld of algemene openbaring, en vervolgens klaarder en volkomener door Zijn heilig en goddelijk Woord of de bijzondere openbaring.

De nieuwe theologie verzet zich heftig tegen de gedachte van een algemene openbaring en sticht nog bovendien verwarring door de kennis der, algemene openbaring ten onrechte als natuurlijke theologie te waarderen. In dit opzicht beweegt zij zich nog in de achttiende eeuwse sfeer. Dit is trouwens niet het enigste aanrakingspunt met de geest van die tijd.

Ook het tweede deel van genoemd artikel der belijdenis aanvaardt zij niet in de zin der belijdenis, zoals wij hebben gezien. Zij is van oordeel, dat God door deze belijdenis wordt opgesloten in de Bij'bel, dat wij over Gods openbaring zouden beschikken, e.d.g. meer. ;

De wijze, waarop de aanhangers der nieuwe theologie overigens over de Bijbel beschikken, kan aantonen, welk een vrijheid zij kunnen verenigen met het standpunt, dat de Bijbel in een bepaalde situatie Gods Woord kan zijn of worden.

De afwijking van de gereformeerde belijdenis op zulk een voornaam punt moet ten gevolge hebben, dat zij in alle stukken des geloofs doorwerkt. Niet ten onrechte spreekt men van nieuwe theologie, want het is inderdaad iets heel anders, dan wij van de vaderen hebben ontvangen.

Deze theologie is ook niet uit het leven der gemeente opgekomen en beantwoordt niet aan het leven, der gemeente.

Is het niet dr. Noordmans, die opmerkte. dat de ethische theologie alleen maar officieren had?

Iets dergelijks zou ook van de nieuwe theologie kunnen worden gezegd.

Aan de beperking der Godsopenbaring tot de vleeswording des Woords ligt een geheel ander begrip van openbaring ten grondslag, zelfs zo, dat het ook het tegendeel kan zijn n.l. verhulling.

Op zich zelf gezien niet zo onbegrijpelijk, want ook de discipelen konden in de Christus de Zone Gods niet ontdekken, tenzij de Vader het aan hen openbaarde.

Tenzij de Vader het aan hen openbaarde. Wij weten dat uit de mond van de Christus, die ons in de Evangeliën wordt voorgesteld, zelf.

Hier treedt dus het verschil tussen openbaring en openbaring aan het licht. Openbaring, zoals wij daf in de traditionele zin verstaan is een daad Gods en daarom rein geestelijk. Daarom hebben wij de leiding en het hcht des Heiligen Geestes evenzeer nodig om de Schrift als Gods Woord te verstaan, als Petrus de daad des Vaders nodig had om in de Man van Nazareth de Zone Gods te ontdekken.

Intussen is de Christus niet minder Godsopenbaring en ontvangen wij ook de Schrift als Gods Woord, openbaring in objectieve zin, maar het is eerst echt openbaring voor ons door de werking des Heiligen Geestes.

Wie openbaring verhulling noemt, heeft het toch eigenlijk niet over een daad Gods, maar over de blindheid van de mens.

Er is ook geen enkele reden om de Godsopenbaring beperkt te zien tot de Christus in het vlees, alsof God de Heere aan dat vlees gebonden ware om zich bekend te maken aan de mens, die Hij naar Zijn beeld heeft geschapen, zelfs als die mens gevallen is. 

Hoe zou de profeet van Immanuël geprofeteerd hebben, als Immanuël niet tot hem ware gekomen ? Hoe kan de Christus zelf zeggen, dat de Schriften van Hem getuigen, als Hij zich aan de profeten niet had bekend gemaakt ?

Vandaar dan ook, dat wij Hem belijden als onze hoogste Profeet en Leraar (Cat. vr. 31) en de Schrift Hem noemt de overste Leidsman des geloofs.

Deze Christus, die ons in de Evangeliën wordt voorgesteld, betuigt ook het goddelijk gezag van het woord der profeten. Hij zegt, dat de mens niet bij brood alleen zal leven, maar bij alle Woord, dat de mond Gods uitgaat.

Hij zegt ook, dat de Schrift niet gebroken kan worden.

Als Hij deze dingen zegt, heeft Hij het toch kennelijk over de openbaring, die aan Zijn vleeswording voorafgaat.

Dit onderstelt wel wat anders dan de beperking der Godsopenbaring tot de vleeswording des Woords. Men zou zo vermoeden, dat de hier voorgestelde Christus met Die der Evangeliën toch niet overeenkomt. Het gevoelen is dan ook niet misleidend, dat het openbaringsbegrip, hetwelk hier achter schuilt, van onderstellingen omtrent de mens en zijn verhouding tot God uitgaat, waardoor het wordt bepaald.

Bovendien zou de nieuwe theologie weinig te vertellen hebben als er geen kerkelijke belijdenissen en theologische verhandehngen waren, die uit de ganse Schrift .hebben geput als uit een rijke bron van openbaring.

Wat de mens aangaat, Barth tekent de paradijsmens als zijnde zonder bijzondere openbaring. Hij zou in een onmiddellijke betrekking tot God gestaan hebben. „God was voor hem nog geen probleem" zegt K. Barth met een echt Kantiaanse uitdrukking. (Dogm. I. S258).

Het vreemde is voorts, dat deze paradijsmens volgens Barth verlossing nodig had. Dat is dan een mens, die getekend wordt in een betrekking van onmiddellijke Godsopenbaring !

Waarom had die eerste mens verlossing nodig ? Om van het schepselmatige verlost te worden soms ? Men zou haast moeten aannemen, dat de hope op verlossing, welke de paradijsmens wordt toegeschreven, een boven schepselmatig bestaan verwacht. In ieder geval ligt de gedachte voor de hand, dat er dan iets gemankeerd hééft aan de paradijsmens, hoewel wij lezen, dat God de mens goed geschapen heeft. Het was immers alles „zeer goed".

Over de val van de mens wordt in deze passage slechts in het voorbijgaan gesproken om tot de tweede handeling van God te komen. Eerst de schepping en nu de menswording van de Zoon, de verzoening.

De paradijsmens leefde, zoals reeds opgemerkt in de hope der verlossing als een onmiddellijk gegeven, terwijl de gevallen mens leeft in het teken der vleeswording d.i. verzoening.

Aangezien de vleeswording des Woords als de enige openbaring wordt voorgesteld, kan van de paradijsmens worden gezegd, dat hij zonder bijzondere openbaring was. Hij wordt voorgesteld als levende in een onmiddellijke openbaring. Welke betekenis men daaraan moet hechten wordt niet duidelijk. Ook niet wat een hope der verlossing als onmiddellijk gegeven bedoelt.

Het begrip bijzondere openbaring, zo even aangehaald, kan.slechts. zin hebben in onderscheiding van de , , onmiddellijke", aangezien de nieuwe theologie van geen algemene openbaring wil weten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Nieuwe Theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's