Onderwijs
EEN RUSTIGE SFEER.
III.
Men zij zich toch bewust van de buitengewoon grote invloed, die er van het gezinsleven uitgaat op de kinderen.
Maar hoe herhaaldelijk kun je het lezen, dat er van een eigenlijk gezinsleven nauwelijks sprake is. De kinderen komen even uit school, dan de straat op, tot of zelfs na het donker worden, komen thuis om te eten en dan naar bed ! Of — en dat komt ook voor : weer naar buiten.
En nu weet ik maar al te goed, dat ik ook met het oog op de gezinnen, niet behoef te zoeken naar het volmaakte, evenmin als in de school. Maar er kan gestreefd worden naar evenwicht in het gezin, naar de juiste verhoudingen, naar wederzijdse waardering. Daarbij gaat het er dan niet om, wie de ,,baas" is, vader of moeder, ook niet hierom dat moeder de baas is overdag en 's avonds vader, wie dan eventuele klachtenlijsten kunnen worden aangeboden. Neen, maar ik prijs me het gezin, waar vader werkelijk vader en moeder werkelijk moeder is en waar het kind ook inderdaad kind is en wederzijds de liefde niet gemist wordt, maar juist in het middelpunt staat, of anders gezegd het draagvlak is, waarop al het andere rust.
In die sfeer zouden onze kinderen moeten opgroeien en het zou kunnen, als wij allen meer beseften en beleefden, dat kinderen een erfdeel des Heeren zijn. Met een erfdeel springt men nu eenvoudig niet nonchalant 'om, als het tenminste uit geld of goed bestaat.
Welnu hoeveel te meer klemt dit waar het betreft, ouders, uw eigen vlees en bloed, dat ge van uw God hebt ontvangen.
Al heeft moeder het dan nog zo druk en dat heeft ze in de meeste gezinnen — dan is er toch nog wel een ogenblikje voor uw kinderen.
Al is vader dan 's avonds nog zo moe van z'n dagelijks werk, dan kan hij zich toch nog wel met z'n kinderen bemoeien. In hartelijk-vertrouwende omgang.
En nu kan elke vader of moeder natuurlijk zich verschuilen achter het drukke leven en de onrustige tijd en het vele dat roept, nochtans is uw gezin u het naaste, tenminste dat moet het zijn. Laat het voor u en uw kinderen een oase zijn in de woestijn van het leven, een rustplaats, waaraan ze met vreugde nog tot in hoge ouderdom kunnen denken.
Dan zal er zéker ook wel eens iets „voorvallen", dan zal er vast ook wel eens sprake van „spanningen" zijn maar dan zal het nooit leiden tot blijvende verwijdering.
Aan zulk een sfeer heeft uw kind behoefte.
Maar helaas wat zijn er een kapotte gezinnen. Waar alles fout is gelopen. Waar de vader is weggelopen, omdat hij met moeder niet meer leven kan. Deze week moest ik nog zulk een geval horen. Of waar de moeder er tussenuit is getrokken, omdat er een andere lokstem was, die haar meer leek. Dan zijn de kinderen de dupe en de hele sfeer is grondig bedorven.
't Blijkt ook in deze zo ontzettend duidelijk, dat" er geen plaats meer is voor het Woord der Waarheid. Het gezin gaat zó ten onder en het moest toch zijn het middelpunt, het houvast van staat en kerk en maatschappij.
Er groeit op zo'n manier een jeugd op, die aan alles maling heeft. Een jeugd, die geen rustige sfeer meer kent, wier hoogste ideaal is de straat en de bioscoop en het vuil.
Evenals de profeten van ouds moeten ook nu de voorgangers van ons volk onverzwakt en onverpoosd het de kerk, de gemeente, de wereld toeroepen : ,,Tot de wet en tot de getuigenis".
En wie nog het grote voorrecht heeft, te leven in een normaal gezin met 'n rustige sfeer, moge er God voor danken, dat hij of zij voor veel ellende wordt gespaard.
Het schoolleven ondervindt ten sterkste de sfeer van het gezin, 't Is niet zo maar, dat we altijd vragen bij een meer of minder moeilijke patiënt onder de schoolbevolking, bij één, die altijd er bewust of onbewust op uit is, om de sfeer te bederven.
,,Uit welk soort gezin komt hij of zij ? Hoe zijn de ouders ? "
Daarom is het zo hard nodig, dat het onderwijzend personeel kennis draagt van de verhoudingen in de gezinnen, van de omgeving dus waaruit de kinderen komen, van het standpunt en de verhouding van vader en moeder en ook van de overige kinderen.
't Is me gebeurd, dat een vader zijn jongste kind, dat bij ons op school was in de eerste klas, er af haalde en naar de Openbare School stuurde. Waarom ? Och hij had het eens op de Chr. School willen proberen en 't was hem zó goed, maar thuis, als de kleine wat vertelde van hetgeen de juffrouw op school behandeld had, werd hij door de grotere broers en zusters bespot en uitgelachen. En dat wilde hij niet langer hebben. Dus aan dat gespot en gelach kortweg een eind gemaakt? Neen, zover reikte z'n gezag niet meer. — 't kind maar van de Chr. School af, dan komen zulke verhalen niet meer en alles is weer pays en vree! Is 't niet erg ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's