De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beloften Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beloften Gods

6 minuten leestijd

IV.

De derde vraag die we ons stelden was: hoe worden de beloften vervuld ? En dan willen we maar direct voor onze aandacht plaatsen dat vaak zo moeilijk in de praktijk van het geestelijk leven te leren Schriftwoord : „Want Mijne gedachten zijn niet ulieder gedachten en uwe wegen zijn niet Mijne wegen, spreekt de Heere". Jesaja 55 : 8.

Tussen het ontvangen van een belofte en de vervulling daarvan kan namelijk vaak een lange en bange weg liggen, al kan het ook wel eens zijn dat men een belofte in korte tijd zienderogen ziet openbloeien tot heerlijke vervulling.

Op de weg tussen het ontvangen der belofte en de vervulling daarvan, liggen zowel geestelijke hoogten als geestelijke diepten, die elkander afwisselen, al naar gelang het geloof of de twijfel overheerst.

Als de twijfel de overhand heeft, ziende op het uitblijven der vervulling, dan horen we de klaagzang : „Zou God Zijn gena vergeten, nooit meer van ontferming weten ? " ,,Zouden Zijn beloftenissen, immer hun vervulling missen, vruchteloos worden afgewacht, van geslachte tot geslacht ? "

Maar als het geloof levendig is, dan worden zelfs bij nog onvervulde beloften de liederen Sions aangeheven. Dan weerklinkt op de hoogten Israels : „'k Zal gedenken hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen" of „Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou". Dan leeft men met het gezicht op Christus en Gods onveranderlijke beloften. Zo wordt er in hope gezongen en in verwachting geleefd.

Tussen het ontvangen der beloften en de vervulling daarvan ligt een tijd van gebed en geloofsoefening.

Het gebed wordt op de beloften gebouwd. Dan is er een voortdurend werkzaam zijn in het gebed, opdat de belofte moge vervuld worden. ,,Gedenk het woord tot Uwen knecht gesproken, op hetwelk Gij hem hebt doen hopen".

Maar er is ook geloofsoefening. Ziende op de beloften kan er dan geestelijke genieting zijn. Dan krijgen de beloften weer glans en kleur. „Ik zal uitzien naar den Heere; ik zal wachten op de God mijns heils ; mijn God zal mij horen".

Het is opmerkelijk dat wanneer de Heere spreekt over de vervulling van grote beloften, dat Hij er in de Schrift dikwijls aan toe voegt: „Gij zult weten dat Ik de Heere ben". Wat kan door de oefening des geloofs het geestelijk leven hierdoor gesterkt worden. Het is de Heere Die voor Zijn beloften instaat. Zou voor Hem iets te wonderlijk zijn ? Hij heeft toch maar te spreken en het is er te gebieden en het staat er? Wanneer de beloften het verst van hun vervulling af schijnen te zijn, dan zijn ze vaak het dichtst daar aan toe. Maar in zulke omstandigheden hebben toch ook weer, zelfs de meest gevorderden van Gods kinderen, gewankeld. Gewankeld wanneer ze geen waarschijnlijkheid overhielden dat de beloften zouden vervuld worden.

Anderzijds is het ook in zulk een tijd, wanneer de werkelijkheid de waarheid der beloften tegenspreekt, in de dag der beproeving, dat de kracht des geloofs zich openbaart. Dan is er als het ware een staan op de wachttoren. Een gelovig wachten op de Heere.

De Heere laat vaak op de vervulling wachten, opdat het geloof zou geoefend worden, opdat de heerlijkheid van de wijsheid Gods en van Zijn macht in de vervulhng des te meer openbaar komen. Dan blijkt het dat alle dingen moesten medcr werken ten goede.

Vaak moet bij de vervulling der beloften beschaamd getuigd worden: niettegenstaande ons ongeloof vervuld. Waren er geen ogenblikken geweest dat men de vervulling der beloften schier had afgeschreven ? Er geen crediet meer voor had ? Zijn zulke tijden zelfs niet aan te wijzen in het leven van hen, die God met name in de rij der gelovigen uit Hebr. 11 deed vermelden ?

Daarom, bij de vervulling der beloften is er naast geestelijke blijdschap toch ook altijd nog weer plaats voor kleinhoudende beschaamdheid. Maar de blijdschap gaat overheersen en verwonderd en overweldigd door de diepe nederbuiging Gods, zal het inzonderheid ook in het Huis des gebeds, waar zo dikwijls voor 's Heeren Aangezicht de noden werden neergelegd, uit het hart opwellen: „O God, wij gedenken Uwer weldadigheid in het midden Uws tempels".

De vervulling der belofte brengt ook deze kostelijke vrucht mede, dat het geloof versterkt wordt van zijn aandeel in God.

De beloften van het genadeverbond, ze zijn vele en velerlei. Ze zijn de spijze van het geloof, daarin verlustigt het zich en wordt er door ondersteund. Ze geven kracht tot lijdzaamheid en onderwerping aan Gods weg. Als mijne gedachten zich binnen in mij vermenigvuldigden, zo getuigde de psalmist, hebben Uwe vertroostingen mijne ziel verkwikt. En komen die vertroostingen niet meest in de vorm van beloften ?

Wie zal zeggen hoeveel zielsversterkende en zielsvertroostende kracht in Gods beloften ligt opgesloten ? En wat kan in dagen van beproeving het terugdenken aan vroeger ontvangen beloften, waardoor de ziel toen verlevendigd werd, alsook het zich herinneren van vervulde beloften, dan weer bij vernieuwing de hoop verlevendigen en het lied van het Godsvertrouwen in het hart werken :

Maar de Heer' zal uitkomst geven. Hij Die 's daags Zijn gunst gebiedt, 'k Zal in dit vertrouwen leven En dat melden in mijn lied.

Beloften Gods. Het is een onuitputtelijk onderwerp. We hebben er slechts iets en zeer onvolledig van kunnen aanstippen. Maar uit het weinige is hopelijk toch wel iets van hun rijkdom naar voren gekomen.

W^e leven in een tijd waarin velen de geestelijke smaak verloren hebben, zodat Gods beloften hen niet verkwikken en Zijn bedreigingen hen niet verschrikken.

We leven in een tijd waarin een oppervlakkig christendom met handvollen tegelijk de beloften Gods op tegen-schriftuurlijke wijze om zich henen strooit. Zo vormt men een christendom dat wel van beloften spreekt, doch aan geen Bethels en Pniëls, aan geen Elims en Rehobóths kennis heeft. En het is toch juist langs deze weg dat God Zijn beloften schenkt en vervult.

Beloften Gods — leven des gebeds — beoefening des geloofs : dit is het drievou­dige snoer waarmede 's Heeren Geest Gods kinderen trekt en leidt. 

En zowel de beloften als het geloof in de beloften zijn gaven Gods. Zodat het ook hier weer uitloopt, zoals trouwens bij al Gods werken, in het: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Beloften Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's