Een domine vertelt
XXIX Verschillende overgangen.
In F. zijn mij de jaren snel verlopen. Er was een sterke band gegroeid tussen Gemeente en leraren, want (ik doelde er reeds op), F. is leraarlievend, tenminste wanneer de wederzijdse verhouding in orde is.
Nu ja, wij hadden ook wel eens onze ongenoegens, om niet te zeggen : onze onenigheden. Er zijn wel eens harde noten gekraakt, wanneer het moest.
Niet met bepaald genot denk ik terug aan die onzalige stemmingsdagen, wanneer wij met een paar secondanten onze plaats aan het stembureau innamen. Wanneer alles ons deed denken aan een politieke stemming voor de Tweede Kamer of iets dergelijks.
Van elke kerkelijke fractie zaten vertegenwoordigers in de zaal, die de namen opschreven van degenen, die kwamen, om hun stem uit te brengen.
Er werd bericht gestuurd naar de thuisblijvers, om toch te komen, want , het ging om de Waarheid", of „het ging om het belang der Gemeente".
Het was geen beginselstrijd; het werd meer een partijstrijd.
Ik kan helaas niet zeggen, dat het mooiste bij de mensen boven kwam op zulke stemmingsdagen. Men had de blikken moeten zien, die men elkander toewierp, vooral bij de opening van de stembus en het tellen der stemmen. Dan zat de zaal vol nieuwsgierigen en daarmee vol spanning.
Wanneer dan de éne partij overwonnen had, stonden de verslagenen meteen op en gingen heen. In kerkelijk opzicht kwam hier „Holland op zijn smalst" wel voor de dag.
Wat kon ons dat smarten, wanneer ook in eigen kring gewezen moest worden op onwaarachtig gedoe. Hoe diep voelden wij dan de innerlijke verscheuring der Kerk. Doch er waren ook andere tijden. Dan mochten wij bemerken, dat de Heere met Zijn Geest en zegeningen nog niet geweken was. Dat de belangstelling toenam voor de gezonde prediking des Woords.
Het was wel bemoedigend, om te mogen constateren dat men nog luisterde naar een verstandig en bezadigd woord. Of naar datgene, wat domine in bepaalde omstandigheden aan de Gemeente adviseerde.
Er waren natuurlijk altijd wel mensen, die er aardigheid in hadden om juist het tegenovergestelde te doen van hetgeen hun geraden werd. Dan konden zij zo smalend zeggen : „In F. zijn de mensen Rooms. Ze doen wat hun dominees zeggen !" „Maar wat mij aangaat", zo sprak eens één van hen : „Of K. wat zegt (dat was ik dan) of C. (de naam van een rapailleman uit de politiek van die tijd), dat blijft mij gelijk!"
Die dat zeide, kwam nog wel uit de Roomse Kerk. Maar 't is waar : sommigen menen, dat het echt protestants is, om „maling te hebben aan de priesters".
De laatste jaren in F. zijn mij niet de gemakkelijkste geweest. Degenen, die er van op de hoogte zijn, wat zich in de oorlogsjaren in Rotterdam heeft afgespeeld, verstaan wel, waarom?
't Waren dagen en jaren van verschrikking, ook voor de leraren der Gemeente. Een ieder van hen kreeg wel zijn eigen pak te dragen. Hoe zal ik ooit vergeten de eerste oorlogsdag, de tiende Mei 1940?
Het was de datum van mijn intree in mijn eerste Gemeente, 37 jaar geleden. Des morgens kwart voor vier werd ik wakker van iets, wat ik eerst geen naam kon geven, maar al spoedig tot mij doordrong als gedreun van afweergeschut.
Ook dit deed mij nog niets vermoeden, want gedurende de laatste dagen hadden wij de „luchtkanonnen" al meer gehoord, wanneer enkele vreemde vliegtuigen onze grenzen niet eerbiedigden.
Thans echter was het geronk van vliegtuigen al heel sterk en zwaar.
Meteen trok het drukke gepraat van mensen daar buiten op de kade mijn aandacht.
Ik keek door het raam. Daar zag ik vele vliegtuigen als zilveren vogels zich aftekenen tegen de blauwe lucht, in het licht der zon. Een wonder phantastisch schouwspel; maar de vreselijkheid daarvan zou ons weldra duidelijk worden.
Ik kleedde mij snel en rende de trap af, naar buiten, om mij te voegen onder de mensen, vragend, wat dit alles te beduiden had ?
„Weet gij het niet ? " antwoordden zij. ,,'t Is oorlog. De vijand is zonder oorlogsverklaring binnengevallen !"
Meteen zagen wij in de verte dichte rookkolommen opstijgen boven Waalhaven. De vijand had het vliegveld met alle hangars in brand geworpen.
Velen der onzen waren eigenlijk in de slaap gedood.
Een paar uur later kwamen plotseling een twintigtal grote watervliegtuigen op geringe hoogte over het poortgebouw heen en streken voor onze ogen op het water
De bemanning, staande in de vliegtuigen, wuifde ons toe, als waren zij onze vrienden. Zij wierpen rubberbootjes op het water, sprongen er in en kwamen, aan land.
In een ogenblik hadden zij met mitrailleurs de hoeken der straten bezet en .... wij waren „Duits "...........
Valschermtroepen zagen wij bij honderdtallen in de verte dalen aan hunne parachutes ; en heel spoedig daarop renden zij op hunne motoren reeds over de havenbruggen.
Ons eiland was, met Rotterdam-Zuid, bijna meteen ,,Duits".
Zal ik ooit in staat zijn dat verlammende gevoel te beschrijven, dat in iemands benen opkomt en vandaar al hoger stijgt ? Het was geen angst; het was ontzetting ! Een loden druk, die u in machteloosheid neerboog !
Wat begreep ik mijn buurman goed, die ineens naar huis liep, roepend : „Ik haal mijn revolver!" Eén revolver tegen : „die Deutse Wehrmacht, mensen !"
Het scheen alles zo geweldig onwerkelijk. En toch was het werkelijkheid !
Nooit hadden wij geweten, wat kostelijk kleinood ook aardse, nationale vrijheid was. Het ging ook ons wel wat als de Farizeërs in Christus' dagen hier op aarde, die zeiden : „Wij zijn vrij en hebben nooit iemand gediend !"
Nu zaten wij dan onder het juk, zoals straks zou blijken : onder een vreselijk slavenjuk.
Wat kropen de minuten om. Het was, alsof het niet later wilde worden.
Het duurde heel lang, eer dat het morgen en eer dat het avond geweest was de eerste dag.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's