Het richtingsgesprek
't Is de lezers van De Waarheidsvriend bekend, dat er vanwege de Synode voortdurend op aangedrongen is om richtingsgesprekken te voeren. Men hoopte daardoor te bereiken dat de richtingen elkaar zouden ontmoeten en in die weg elkaar beter zouden leren verstaan en begrijpen.
Inderdaad is dit het geval. Men komt wat beter op de hoogte van eikaars bedoelingen. Op mij heeft het echter een tegenovergestelde werking uitgeoefend van datgene wat met het richtingsgesprek beoogd werd. Het is mij duidelijk geworden dat er een diepe kloof is tussen orthodoxie en vrijzinnigheid, tussen gereformeerde beginselen en remonstrantse beginselen. Die kloof is niet te overbruggen.
Er hebben al heel wat conferenties plaats gehad. Men heeft er verbazend grote verwachtingen van gehad. De laatste tijd hoor ik er weinig of niets meer van. Het lijkt wel, of men het begint in te zien dat we met die richtingsgesprekken geen stap verder komen.
Als men op een kerkelijke vergadering bijeen is en er wordt weer eens een van de fundamentele punten aangesneden, dan hoort men onmiddellijk uit het vrijzinnige kamp de opmerking maken dat men het op dit of dat punt nog lang niet met elkaar eens is. Daar moet nog eens over gepraat en over gedacht worden. En in de gesprekken, die dan volgen, blijkt weer voor de zoveelste maal dat men mijlen van elkaar afstaat.
Een uitspraak volgt er nooit. De leergeschillen worden nimmer tot een oplossing gebracht, 't Blijft alles, zoals het is. We zijn hierin niet teleurgesteld. Van de aanvang van de nieuwe kerkorde hebben we gedacht, dat het zo gaan zou.- Het feit, dat men in artikel 10 van de nieuwe kerkorde van geen binding aan de belijdenis heeft willen weten, zegt genoeg.
Wat ziet het er daarom droevig uit met onze kerk, die zo dodelijk krank is.
Naar den Woorde Gods moest ze zijn een pilaar en vastigheid der Waarheid.
Met weemoed moeten we belijden dat de pilaar vermolmd is. Iedereen gaat voort te prediken, wat goed is in zijn ogen.
Tegen deze uiterst droeve gang van zaken moge ik het volgende opmerken, wat nog weer doet hopen.
Het is een feit, dat er toch nog een vragen is naar de oude paden. Uit vele gemeenten van onze vaderlandse kerk komt weer de roep om gereformeerde prediking. Er zijn tientallen gemeenten, die tevergeefs een beroep uitbrengen op een predikant van gereformeerde beginselen, maar ze blijven liever jaren vacant, dan dat ze zouden beroepen een man van niet gereformeerde beginselen.
Er openbaart zich grote liefde en offervaardigheid voor het gereformeerde beginsel. Daarop ziende, mogen we onze dodelijk kranke kerk niet verlaten, maar moeten we de Heere bidden en smeken, dat het bij reorganisatie van onze kerk niet moge blijven, maar dat het kome tot grondige reformatie.
Het atheïsme, het communisme weet wel wat het wil. Onze kerk weet het echter nog niet. Er moet nog over worden gediscussieerd, wat Waarheid is.
Hoe kan het anders, of ze moet al haar invloed op ons volksleven inboeten, omdat ze haar roeping verzaakt en geen getuige der Waarheid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1952
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's