De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een domine vertelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een domine vertelt

5 minuten leestijd

XXIX Verschillende overgangen.

Reeds schreef ik een enkel woord over de Dienst des Woords in oorlogstijd. Dat was een zwaar, verantwoordelijk werk. Het geschiedde iedere Zondag onder een zekere spanning. Men wist van tevoren niet, wie al die hoorders waren. Daar konden ook spionnen onder zitten. En zij zaten er inderdaad, zoals ik bemerkt heb.

Wij hadden in die dagen wel dubbele vrijmoedigheid van boven nodig. Meer dan eens moest dan eèn Evangeliedienaar aan de Heere vragen of Hij hem leren wilde, wat hij spreken moest, maar ook wat hij zwijgen moest.

Het ging hier toch niet om het uithalen van bravourstukjes.

Zwaar viel mij menigmaal het optreden voor de Gemeente, wanneer er in de afgelopen week weer zoveel gebeurd was.

Als gij dan op de kansel stondt en zaagt uw gehoor vóór u, waaronder ook die gezinnen, die Zo zwaar getroffen waren, dan kon u dat als lood op het hart liggen. Die mensen verwachtten een troost- en bemoedigingswoord van u, terwijl uw eigen knieen knikten, want gij hadt hun ellende meegemaakt. Al moet ik er bij zeggen : de Heere gaf in elke zwakheid kracht.

Temidden van dit alles had ik mijn 40 dienstjaren mogen vol maken. Het besluit van de Synode, om na volbrachte diensttijd heen te gaan, trof dus ook mij.

Eerlijk gezegd, kon ik dat geen ramp vinden. Wel wist ik, dat de Gemeente trouw was gebleven, ook in haar opkomst en mijn arbeid waardeerde.

Misschien, wanneer ik uitstel had gevraagd, met het oog op de uitzonderlijke toestand, men mij dat uitstel zou hebben gegeven.

Ik deed het echter niet en heb het aldus maar beschouwd : ,,Ecclesia (i.e. de Synode) locuta, causa finita (de kerk (in dit geval de Synode) heeft gesproken, de zaak is afgelopen). De Heere zou wel zorgen, dat ik nog wat anders doen mocht, dan eigen Gemeente verzorgen.

Alleen de overgang naar het emeritaat bleef mij bij wijlen zo iets als een schrikbeeld. Het kon vooral gedurende de laatste maanden gebeuren, wanneer ik daar op de kansel stond en de Gemeente daar vóór mij zag, dat het mij plotseling heel sterk aangreep : „Nog enkele keren staat gij hier en dan zal het afscheid volgen".

Dat waren kwade ogenblikken, maar (wat een zegen er ook in dit opzicht toch in arbeid kan liggen), de Heere nam het onder de prediking geheel weg.

Dat is trouwens toch zo wonderlijk : wij nemen soms allerlei kwaaltjes op de kansel mée; wij voelen dit en wij voelen dat. En na de preek zijn wij totaal genezen.

Verwacht niet, dat ik van het afscheid veel zeggen zal, temeer niet, waar dat woord in druk verscheen.

De Heere gaf mij op dat ogenblik flink werk en bewaarde mij alzo voor overgrote gevoehgheid, waardoor ik niet had kunnen spreken.

Van de tragiek van het heengaan voor goed heb ik niet veel smart ondervonden. Nog vraag ik mij meer dan eens af : Is dat wel tragiek ? Wij wisten van tevoren, dat het naar de eindpaal ging en nu die eindpaal is bereikt, is dat tragiek ?

Zou Johannes de Dooper dat aldus hebben aangevoeld, wanneer hij tot zijn discipelen zegt: ,,Hij moet wassen, ik minder worden ? " Hij zeker niet.

Wat willen wij dan ?

„Wilden wij naast Christus blinken ? Was dat ons Christendom ?

Of diep voor Hem in 't niet verzinken ; In Zijne heerlijkheid alom ? "

Is dat tragiek, wanneer na schone dag De zon ter kimme neigt;

Terwijl ik mij in goudgloed baden mag En alles om mij zwijgt ?

Wanneer ik weet, dat zij des morgens weer zal staan Aan d' oostertrans, als uit haar as herrezen ;

Dat Christus' nieuwe morgen eeuwig op zal gaan Voor allen, die Zijn Naam hier prezen ?

Is dat tragiek, als 't uur der vrijheid daagt;

De hemelpoort genaakt ; En Hij mij boven alle bergen draagt ; Mijn zondebanden slaakt !

Als Hij mij overzet uit 't aardse strijdtoneel ;

Voor eeuwig mij ontrukt aan 't ondermaanse leven;

Om mij te hechten als een kroonjuweel Op Middlaarskroon, die God Hem heeft gegeven 7

Wanneer 'k in Christus eenmaal rusten mag ven al mijn werk ; Voor eeuwig triomfere met Zijn zaalge Kerk ;

Is dat tragiek ?

Dit is alles goed en wel, zult gij zeggen, maar daar is ook een andere zijde aan. Helaas, het is waar. Ik heb ook niet gezegd dat ik het altijd zó voel, als boven beschreven. Wanneer wij onze arbeid hebben liefgehad, dan valt het ons moeilijk, die los te laten. 

In alle minder worden zit toch, vanuit ons oogpunt bezien, wel terdege tragiek.

Daar ligt tragiek in de herfst. In het langzaam kwijnen der bloemen. De rozen bloeien, zolang zij kunnen ; maar de frisse zomerkleur en geur is er in het najaar niet meer op.

Ik zie oude ambtsdragers, die nog bezig zijn, te vechten met de restjes van de energie, die eens de hunne was. Zij willen nog meedoen tot elke prijs en het zijn niet anders dan zielige figuren, die slechts medelijden afdwingen.

Ik weet, dat wij allen onderworpen liggen onder het zondeproces des doods. Daar is geen andere raad, dan dat wij ons overwonnen geven, maar in Christus' handen. Het lichaam moet sterven en in de dood. Straks komt de laatste overgang. Wat zal dat een geweldige verrassing brengen!

Wat overgang van de zondige aarde naar de heilige hemel!

Van de strijdende Kerk naar de triomferende !

Vanuit het ten dele kennen naar het volmaakte kennen !

Vanuit het zien door een spiegel in het zien van Aangezicht tot aangezicht.

Vanuit één van de vele christelijke kerken op aarde nu in de éne, ware Christus' Kerk !

Uit alle strijd in de eeuwige vrede !

Hier op aarde kent en vindt men onze standplaatsen niet meer. Dan overgezet in de eeuwige standplaats, waar geen afscheid meer zijn zal.

Ten tijde des avonds zal het licht wezen, wanneer God ons verzekerde, dat het in Christus naar die standplaats gaat.

Het scheiden van hier zal dan niet al te zwaar vallen.

Christus gaat met ons !

Christus ging ons voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een domine vertelt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's