De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE FORMULIEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE FORMULIEREN

7 minuten leestijd

voor bevestiging en inzegening van het Huwelijk

Inleiding, gehouden op de Class. Vergadering te Amersfoort, 24 September 1952, door ds. J. van der Velden te De Bilt.

I.

In het Ontwerp-Dienstboek, waarin ruimte is voor verscheidenheid, zijn 4 formulieren opgenomen. Als bijlage werd het formulier van de Protestantse Kerk in Indonesië — met enkele wjjzigingen '— toegevoegd. De bedoeling van deze bijlage is niet duidelijk. (Waarsch. ook voor gebruik Dan een hek van de dam geen formulier van andere vrij gegeven? waarom dan kerken? )

De bedoeling is natuurlijk niet, thans wederom in discussie te treden over het feit, dat thans meerdere en onderscheidene formulieren aan de Kerk worden aangeboden. Deze kwestie is al meer naar voren gekomen.

Peroonlijk blijf ik daaromtrent deze vragen stellen: is de geestelijke toestand der Kerk thans zó, dat het inderdaad mogelijk is dat er formulieren worden aangeboden, die naar inhoud en stijl op het niveau van de oude formulieren staan, hoewel wij die natuurlijk ook niet zonder meer als feilloos willen beschouwen? Zijn er in de nieuw aangeboden formulieren geen bewijzen dat de veelheid hier lang niet altijd een grotere rijkdom betekent, maar een trachten te verbinden van toch principieel onderscheiden elementen? En zal hier, gezien het feit dat in de gemeenten de kennis over het algemeen gering is, de veelheid juist niet verwarrend werken en zal ze inplaats van dat zij de wankele kennis sterkt, deze niet nog meer doen wankelen?

't Gaat ons nu echter nader om de inhoud der aangeboden formulieren, als zodanig.

Het Dienstboek geeft ook deze formulieren niet los op zichzelf staande, maar geplaatst in het geheel van een orde van dienst. Die orde roept enkele vragen op, waaraan wij eveneens voorbijgaan, omdat ze reeds onder de ogen gezien zijn bij de bespreking van de orden van dienst uit het Dienstboek. B.v. de plaatsing van het gebed om verlichting met de Heihge Geest en de Schriftlezing.

Evenzo laat ik rusten de vraag of het huwelijk 's Zondags in het midden der gemeente bevestigd moet worden of in de week in een aparte dienst. (In principe niet tegen ; practisch niet voor).

Ik wil echter thans eerst iets zeggen over het eerste formulier. Wanneer wij daarna de andere formulieren bespreken, komt vanzelf de vraag naar voren of deze een verbetering betekenen.

Formulier I is het oude formuher en behoort met het Doops- en Avondmaalsf ormulier tot de oudste liturgische geschriften onzer Kerk. Het is door Datheen bijna woordelijk overgenomen uit de Kerkorde van de Paltz ; via deze gaat het terug op Calvijn, "Micron en op de liturgie van Farel (1533). 

Wij vinden in dit oude formulier duidelijk de Reformatorische leer omtrent het huwelijk. Het was in de tijd van zijn ontstaan, wat de inhoud betreft, belangrijk, en is (naar ik meen) dit nog, hoewel het ook zijn schaduwkanten heeft.

De' Gereformeerde Kerken stelden in 1933 een revisie (herziening) vast.

Het bevat allereerst een uitgebreid, onderwijzend gedeelte. De andere formulieren hebben dat eveneens, ^— het minste nog formulier III. Ik kom daar nader op terug. Het onderwijzend karakter mag zeker in een formulier, in gebruik in een Kerk van Gereformeerde confessie en signatuur, niet gemist worden. (Veel waarde wordt gehecht aan het bewust geloof);

Aan onze aandacht ontgaat natuurlijk niet de aanhef. Wat daar staat is zeker een belangrijke uitspraak en behoeft ook op de trouwdag niet verzwegen te - worden, al kan er bezwaar tegen ingebracht worden, dat deze uitspraak als eerste zin hier staat. De Gereformeerde Kerken verplaatsten ze en zetten ze na de zin over de bruiloft te Kana.

Belangrijk is, dat het huwelijk duidelijk als inzetting Gods bij de schepping gezien wordt en van daaruit over het huwelijk v/ordt gesproken. (De leer der schepping '— als openbaring Gods - — is en blijft belangrijk).

Wanneer het formulier over de bedoelingen van het huwelijk spreekt, noemt het eerst de hulp en de bijstand, dan de opvoeding der kinderen in de vreze des Heeren en ten slotte de vermijding van alle boze lusten en onkuisheid.

Dit is van gewicht voor de Reformatorische opvatting aangaande het huwelijk. Rome toch ziet het huwelijk als sacrament en ziet als het primaire doel van het huwelijk de procreatie — de voortplanting. Dit hangt samen met haar (de Middeleeuwse) beschouwing van de sexualiteit als een toch zondige begeerte. De sexuele bevrediging en de geslachtsgemeenschap zouden alleen zijn toegestaan voor de procreatie (de voortplanting) en geen betekenis hebben in zichzelf. Dit verzakelijkt de huwelijksverhouding. Het wordt een gebruik maken van eikaars lichaam voor de voortplanting. De Reformatorische zienswijze maakte zicji hiervan vrtj en zag het huwelijk als een totale gemeenschap, wat nog iets gans anders is dan een contract voor het gebruik van elkanders lichaam. Wel is van deze totale gemeenschap het lichamelijke contact teken, uitdrukking, diepe beleving.

Van belang in dit opzicht is Genesis 2 VS. 18, waar het zijn van de vrouw naast de man allereerst op het verlenen van hulp en bijstand is gericht, en Efeze 5 vs. 25 (de mannen zullen hun vrouwen liefhebben, gelijk Christus de gemeente !) De verhouding binnen het huwelijk staat in het licht van de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente, de lichamelijke gemeenschap ook, deze heeft zo een eigen betekenis.

De formulering van het derde doel van, het huwelijk geeft aanleiding te vragen, in hoeverre zit achter dit gedeelte toch nog de Middeleeuwse opvatting omtrent de concupiscentia, de sexuele begeerte als zondige begeerte. Wel heel sterk geaccentueerd wordt, dat het huwelijk zoiets zou zijn als een voorbehoedmiddel tegen sexuele uitspattingen.

Anderzijds is het heel reëel, wanneer de zondemacht op dit terrein duidelijk onderkend wordt. En dat zit toch ook wel in dit gedeelte ! 

Van belang is ook, hoe de verantwoordelijkheid van de man binnen het huwelijk omschreven wordt. Wij zien hem hier in zijn roeping als hoofd, echtgenoot en kostwinner. Sterk naar voren komt de verhouding van Christus tot Zijn gemeente, naar Efeze 5 ; de roeping binnen het huwelijk wordt in dit licht gezet. De man heeft een eervolle plaats, die echter ook verplichtingen en verantwoordelijkheid meebrengt, 't Is niet een regeren, om te regeren, doch in wijsheid, tot troost en bijstand ; er moet in uitkomen dat de liefde het beheerst.

De omschrijving van de verantwoordelijkheid van de vrouw binnen het huwelijk doet vragen: krijgen de dingen, die hier gezegd willen worden, niet te brede toelichting, zó, dat ze aan kracht verliezen? Overigens is het van betekenis, hoe in dit gedeelte de liefde van de vrouw op bijzondere wijze gekwalificeerd wordt als eren, vrezen en gehoorzamen. In wezen is het toch zó, dat die gezags- en eerbiedsbeschouwing naar de Schrift aan het huwelijk inherent is. Het sluit ook het elkander dienen niet uit. Genesis 3 blijft van belang : (de man geeft de vrouw haar eer als medeerfgename des levens!)

Dit betekent geen belediging voor de vrouw ; diep in haar ziel wenst zij dit.

Wat het onderwijzend gedeelte betreft, is nog op te merken, dat daarin wel wat weinig gezegd wordt over de huwelijksvreugde.

Na het onderwijzend gedeelte volgt het liturgisch gedeelte. Evenzo in de andere formulieren. In dit gedeelte vinden wij eerst dus de vraag naar de aanvaarding. Dit, n.l. het stellen van die vraag, geschiedde vanouds in het voorportaal van of vóór de' kerk. Daarna, dat er geen bezwaren zijn. (Het Gereformeerd formulier heeft dit aan het begin). Dan de solemnisatie of plechtige afkondiging.

In de vragen valt wel wat éénzijdig" het accent op het gehoorzamen, dienen en helpen van de vrouw. Het regeren van de man is ook een dienen ! Opmerkelijk is ook, dat hier niet gesproken wordt over het liefhebben van de vrouw en over haar zorg, een taak, waarin zij als vrouw en moeder zoveel betekenen kan.

Het gedeelte over de onverbreekbaarheid van het huwelijk, naar Matth.. 19 vs. 3—9, past hier slecht. Het breekt de climax en valt uit de toon. Hier past het gebed. Dit gedeelte zou thuis behoren in het onderwijzend deel (b.v. na de ..oorzaken). 

Het gebed bevat veel schoons, legt nadruk op het verbond, op de lijn van het verbond door de geslachten. De vraag is echter te stellen: past hier niet een schuldbelijdenis èn uiting van dank? 

De bedoeling van de slotzin is niet duidelijk.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE FORMULIEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's