De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs

6 minuten leestijd

Schoolgeld.

De mensen noemen het tegenwoordig : schoolbelasting. Dat zal vooral wel daar vandaan komen, dat de schoolgelden gevorderd worden via gemeentelijke aanslagbiljetten. Ook voor het Bijzonder Onderwijs vindt dit in de regel plaats, daar meestal de Schoolbesturen het invorderen aan de gemeente hebben overgelaten. Vroeger, vóór de gelijkstelling op het gebied van het Lager Onderwijs, was het zó, dat de Bijzondere Scholen zelf er voor hadden te zorgen dat de schoolgelden binnen kwamen, die dan trouwens ook geheel aan de schoolkas ten goede kwamen. Thans staat het hiermede geheel anders. De schoolgelden van het Bijzonder Onderwijs komen geheel aan de gemeente, omdat deze ook de exploitatiekosten der scholen voor haar rekening heeft moeten nemen. Bij het innen der schoolgelden door de Schoolbesturen zelf, zou het risico erg groot zijn dat lang niet alle gelden zouden binnenkomen, vooral omdat aan de Besturen geen enkel machtsmiddel ten dienste staat om bij weigering of ten minste bij in gebreke blijven van betaling, dwang toe te passen. Deze overweging heeft er toe geleid, dit veelal de schoolgelden rechtstreeks door de gemeente worden geïnd, op dezelfde wijze als voor het Openbaar Onderwijs, al ware het principieel juister, dat de school dit voor haar rekening nam.

Hoe zwaar ook mij persoonlijk dif laatste weegt, de practijk heeft me geleerd dat deze regeling aan de school geid kost en soms tot veel onaangenaamheden leidt en scheve verhoudingen schept.

Dit schoolgeld moeten we niet zó zien, alsof de ouders hiermede de kosten, die aan het onderwijs van hun kinderen verbonden zijn, zouden betalen. Het is slechts een klein gedeelte en men zou eer kunnen spreken van een kleine tegemoetkoming, die door de ouders wordt betaald. Er zijn trouwens heel wat mensen met lagere inkomens, die er geheel van zijn vrijgesteld.

Toch heeft het heffen van schoolgeld, al brengt het per jaar de tegenover het geheel der onderwijsuitgaven, slechts geringe som van 31 miljoen gulden op, ongetwijfeld grote morele betekenis. Immers zit er ten duidelijkste dit beginsel achter, dat in de eerste plaats het onderwijs een zaak is van de ouders, waarom dan ook zoveel mogelijk iedereen naar de mate van zijn vermogen daaraan via schoolgeld heeft bij te dragen.

Nu wordt als regel belasting niet met genoegen betaald. Men weet, dat het geld nodig is, men weet, dat men mede verantwoordelijk, ook financieel verantwoordelijk is voor het goed functionneren van het staats- en gemeenteapparaat, maar als het belastingbiljet ontvangen wordt, weegt het cijfer nogal eens zwaarder dan het principe. En het schoolgeld is er als schoolbelasting niet populairder op geworden. Een en ander heeft in de Tweede Kamer der Staten Generaal een onderwerp van bespreking uitgemaakt bij de behandeling van de begroting van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Bovendien is er een ambtelijke Commissie ingesteld, waarin ook vertegenwoordigers van de Departementen van Financiën en Binnenlandse Zaken zitting hebben ; deze commissie moet de kwestie van de schoolgeldheffing bestuderen en natuurlijk zal daarbij ook overwogen worden of het beter of wenselijker is, het schoolgeld af te schaffen. Het resultaat van het werk dezer Commissie zullen we moeten afwachten.

Intussen is er in de Kamer toch reeds over gesproken. Uit verschillende redevoeringen is wel gebleken, dat bij de rechtse groepen geen neiging bestaat om het onderwijs geheel gratis ter beschikking te stellen.

Magister Stokman, van de Katholieke Volkspartij, is een voorstander van het vereenvoudigen der belasting .—• dus ook der schoolgeldheffingen ; hij wil rekening houden bij het vaststellen der belasting met de omstandigheid, of het gezin schoolgaande kinderen heeft; hij wil ook een verbetering van het beurzenstelsel met het oog op verdere studie, maar afschaffing van school- en studiegelden, neen, dat wil hij niet: „Onderwijs is een deel van de taak der ouders", zo sprak hij. „Als ik moet kiezen tussen volledige overheidszorg voor schoolopleiding en studie, of handhaven van de verantwoordelijkheid der ouders, dan is voor mij de keus niet moeilijk. Maar dan moeten de ouders ook financieel in de mogelijkheid verkeren, het onderwijs te bekostigen".

Hierbij sloot de Anti Rev. afgevaardigde mr. Roosjen zich aan. Hij herinnerde aan een uitspraak van de vorige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. Rutten, dat tegen de afschaffing van het schoolgeld de psychologische factor pleit, dat wat men gratis krijgt, niet zo hoog gewaardeerd wordt als iets, waarvoor men betaalt.

De heer Van Sleen, van de Partij van de Arbeid, was daarentegen op practische en principiële gronden vóór afschaffing van de schoolgelden. Gratis onderwijs aan allen is volgens hem een eis van rechtvaardigheid en schept gelijke kansen voor iedereen.

De heer Tilanus, van de Chr. Hist. Unie, sloot zich, wat principe betreft, aan bij de heren Stokman en Roosjen. Volgens hem zijn er zeker voordelen verbonden aan kosteloos onderwijs, maar men moet daarvan zich toch geen overdreven voorstelling maken. De 31 miljoen gulden vormen wel een klein deel van de kosten, maar moeilijk kunnen deze inkomsten gemist worden ; bovendien wordt de financiële verhouding van rijk en gemeente door opheffing in de war gebracht.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. Cals, wilde eigenlijk liever over deze zaak zwijgen en het rapport der betreffende commissie afwachten. Toch kon hij er moeilijk over zwijgen, al heeft hij nu niet bepaald scherp positie gekozen. Hij achtte het juist, dat de ouders de plicht hebben hun kinderen onderwijs te verschaffen, maar het staat niet zo, dat óf de Staat alles betaalt, óf de ouders. De ouders zullen nooit meer betalen dan een bijdrage in de kosten. Of de Minister daarmee het principe eigenlijk al heel erg afgeplat vond, het leek me zo. Toch vond hij er anderzijds ook weer niets vreemds aan, dat de ouders naast gedifferentieerde school iets terugbetalen, van wat de Staat voor het onderwijs hunner kinderen doet. Dat schept een grotere verantwoordelijkheid. Ook onderstreepte de Minister hetgeen reeds door de heer Tilanus was opgemerkt, dat de Staat een inkomen zou missen van 31 miljoen, wat, al is het dan betrekkelijk gering, toch overigens ook weer geen sommetje is, om zo maar te veronachtzamen.

In de Kamer kreeg men de indruk, dat de Minister wel wat gevoelde voor afschaffing der schoolgelden bij het Lager Onderwijs. Een definitief oordeel zal wel volgen, wanneer het rapport der ambtelijke Commissie verschenen is. 

Tot zolang geduld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1952

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's