De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs

Terugblik

6 minuten leestijd

Het jaar 1952 ligt al weer enkele dagen achter ons. Vergun me een korte blik terug op dit voorbije tijdperk.

Ging als regel de gang van het Lager Onderwijs regelmatig voort, afgezien van wat kleine incidenten hier en elders, een paar dingen trokken wat meer opmerkzaamheid.

Dan denk ik in de eerste plaats aan de kwestie Hardegarijp, Waarover heel wat is te doen geweest. Speciaal het „advies" van de Hervormde Raad Voor de zaken van kerk en school heeft nogal beroering in de kringen van het Chr. Onderwijs veroorzaakt. We willen deze zaak nu niet in haar geheel ophalen, maar 'n feit is het, dat er grote actie door is ontstaan in woord en geschrift en ik geloof niet, dat ik te veel zeg, als ik beweer, dat velen zich weer meer bewust geworden zijn, wat ze aan het Chr. Onderwijs hebben en dat ze het tenslotte toch niet willen missen.

Jammer, dat tegenover elkander soms kwamen te staan mannen, die in de grond der zaak hetzelfde bedoelen, maar van wie sommige een andere visie hadden op de taak der kerk in de schoolorganisatie en in het schoolleven. Wij voor ons kiezen onvoorwaardelijk voor de vrije Chr. School, al is de leuze : , , de school aan de ouders" hier en daar misschien meer theorie dan practijk. Je kunt daar moeilijk een statistiek van opmaken, maar ik hoorde juist gisteren nog van een groep scholen, waarvan het Bestuur met een vereniging van 3 leden de leiding heeft. Practisch is geen enkel ouder lid van deze schoolvereniging. Het zal wel een uitzondering zijn, maar hoe het ook moge wezen, de vrije Chr. School moet uitgaan van en gedragen worden door de ouders. Dat is o.i. nog altijd het principe, omdat in de eerste plaats de ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding hunner kinderen.

U hebt dezer dagen in de dagbladen kunnen lezen, dat de opposanten tegen het stichten van een Chr. Nat. School te Hardegarijp hun beroep bij de Kroon zagen afgewezen en dat dus dit Friese dorp zijn Chr. School krijgt.

Iets wat we trouwens ook meer dan eens in dit blad hebben geschreven, dat gebeuren zou. Er is nog wel recht te krijgen in Nederland, al duurt het soms wat lang.

Een andere zaak, die ons trof in het afgelopen jaar, was de als gevolg van de naoorlogse omstandigheden grote toeloop van kinderen naar verschillende scholen. Grote, soms dubbele aanvangsklassen, onderwijzers en onderwijzeressen aangesteld volgens art. 56-2 der L.O. wet.

Echter was deze grote toeloop niet algemeen.

Er zijn b.v. in de grotere steden opmerkelijke uitzonderingen, overigens heel goed te verklaren. Het betreft bepaalde stadswijken, die reeds jaren zijn , , volgebouwd en niet meer voor uitbreiding vatbaar, omdat ze zijn aangebouwd tegen de spoorlijn, of tegen het water. Ook uit de gezinnen in deze wijken zijn jonge mensen getrouwd er door de huidige woningnood bij de ouders blijven inwonen, of op , .kamers" in de buurt gebleven. Deze ouders hebben op de duur geen kinderen meer op school. En de jonggehuwden? Zodra hun huwelijk met een paar kinderen was gezegend, kregen ze een: huurvergunning en verhuisden naar één der nieuwgebouwde woningen in een ander stadsdeel, 't Gevolg was, dat in de oudere (en nog niets eens zoveel oudere) wijken de schoolgaande jeugd in aantal óf constant bleef, óf meer of minder belangrijk verminderde. In elk geval werden de aanvangsklassen van de daar gevestigde scholen nauwelijks normaal bezet, ja zelfs minder bezet dan vorige jaren. Zo is me een wijk bekend waar 't aantal lokalen, dat door het Openbaar en Bijzonder Lager Onderwijs bevolkt wordt, zeker met 22 is verminderd. Deze lokalen zijn leeg, of worden gebruikt voor andere soorten onderwijs (U.L.O., B.L.O., Nijverheidsonderwijs).

Er heeft eenvoudig een verschuiving plaats. Misschien, dat over enkele jaren, als de oudere generatie, die geen jonge kinderen meer heeft, door jonge gezinnen is vervangen, de toestand weer anders wordt. Dit zijn natuurlijk bijzondere omstandigheden, maar men heeft er rekening mee moeten houden. Ook in de nieuwere wijken, waar de scholen op de grens daarvan overbevolkt werden en zo spoedig mogelijk op korte termijn met semi-permanente of met houten noodgebouwen de aanwas moest worden opgevangen, 't Is hier niet mogelijk, om de'schoolgebouwen te verplaatsen.

Evenmin als de kerken, waar men met hetzelfde probleem te worstelen heeft, en dat bij alle gezindten.

Een derde punt waar de blik op valt, als we het afgelopen jaar overzien, is de wisseling van het Ministerie en daarmee ook van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Minister Rutten is afgetreden en in zijn plaats is opgetreden Minister Cals.

Men weet — we hebben vrij uitvoerig in , , De Waarheidsvriend" hierover geschreven — dat de vorige Minister in een nota een heel nieuw plan van Onderwijs heeft ontwikkeld. Zal zijn opvolger dit plan overnemen ; zullen er wijzigingen in komen?

De mannen van het U.L.O. vooral hebben hier al heel wat over gezegd en gesproken en pas enkele dagen geleden heeft ook prof. Waterink er over gerefereerd. Moet het U. L. O. verdwijnen en plaats maken voor een A.M.S.?

Met recht is er op gewezen dat de school voor U.L.O. een grote en belangrijke plaats in het geheel van het onderwijs heeft verkregen in de loop der jaren. En dat geleidelijk aan dit onderwijs voor duizenden kinderen zowel op het platteland als in de stad, eigenlijk onmisbaar is geworden. We geloven dan ook niet, dat het U.L.O. zo maar van de vlakte zal geraken. Daarvoor is het in de afgelopen 50 jaren te diep in ons volksleven ingeworteld en daarvoor is het voor velen van te grote betekenis geworden voor hun verdere leven.

En verder denk ik aan de discussie over het al of niet heffen van schoolgeld, over de onderwijsvernieuwing, over de propaganda vóór en de uitbreiding van het V.G.L.O. en nog wel meer.

Dit alles zal ook in het nieuwe jaar 1953 wel weer aan de orde zijn, blijven, of komen. En weet wat er nog meer in het midden der belangstelling komt te staan. Misschien heel belangrijk voor een deel van het onderwijs of zelfs voor het geheel.

Maar één ding staat toch voor ons vast, dat als wij in 1952 regelmatig met ons werk hebben kunnen voortgaan, dit een zegen was van de Heere onze God, die ons bekrachtigde. En voor het jaar 1953 wens ik allen, die bij het Chr. Onderwijs zijn betrokken, in het bijzonder onze Besturen, Onderwijzers en Onderwijzeressen toe, dat zij in getrouwheid en met liefde voor het onderwijs en het kind hun werk voor en in de school mogen verrichten, onder biddend opzien tot en diep afhankelijk van Hem, uit Wiens hand wij ons leven ontvingen en onze taak. In de zekerheid door het geloof, dat dit werk in maatschappelijk maar vooral ook in geestelijk opzicht niet ijdel zal zijn. Tevergeefs werken de bouwlieden, als de Heere de stad niet bouwt. Maar als Hij bouwt, — en Hij wil zich daarbij bedienen van mensen — dan zal Hij het doen gelukken.

Zijn kracht worde in uw zwakheid en de mijne volbracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's