DE FORMULIEREN
Voor bevestiging en inzegening van het Huwelijk (Slot)
FORMULIER III
Formulier III draagt meer eenzelfde karakter als de orde van dienst voor de Zondagmorgen IV en die voor het Avondmaal III ; is dus meer oecumenisch, wil meer openstaan naar de Oecumene.
De opstellers •— de commissie voor het Dienstboek — zeggen, gewaakt te hebben tegen romaniserende insluipsels. Toch meen ik, dat hier het sein op onveihg moet gezet. Temeer, omdat wij allen wel weten, dat er iets gaande is in de kerk. Ik herinner aan de titel van dr. Lekkerkerkers boek: „De Reformatie in de Crisis". Bij dit formulier rijzen vragen, die raken aan de grote vragen omtrent , , Liturgie" - , , Sacrament".
Opmerking verdient allereerst, dat wij hier vinden een gebedsgroet, een veelvoudige Schriftlezing, terwijl, zoals blijkt, hier de dienst kan worden voortgezet met een Avondmaalsviering. Zit daar de gedachte achter, dat een dienst zonder avondmaal een torso is (niet af is), dan zitten wij ook hier midden in de huidige discussie over de verhouding van Woord-prediking-Sacrament en staat hier dit formulier tegenover de achtergrond van een bepaalde theologie.
Intussen is over de viering van het Avondmaal na een huwelijksbevestiging reeds gesproken.
Niet onopgemerkt mag blijven, dat in het gebed (eerste gebed) staat: , , die de huwelijksvereniging op zo verheven en geheimenisvolle wijze hebt geëerd". Dit staat op de rand van het sacramentele en van de mysteriediensten.
Zo vallen ook op uitdrukkingen als : , .begenadigen" en , , hetgeen door onze bediening verricht wordt".
De woorden , , en roepen U om Uw vergeving in het kruis van de Verlosser aan", doen koud aan. De Verlosser ! en daarbij nog het kruis. (Hoe anders in het bloed van onze Heere Jezus Christus b.v.).
De onderwijzing, die ook in dit formulier niet gemist wordt, is kort. En eigenlijk alleen een vermaning. Een onderricht in het wezen en in het doel van het huwelijk ontbreekt. Iets daarvan staat echter in het gebed, waar het minder op zijn plaats is.
De vermaning komt sterk overeen met die uit het oude formulier. Tweemaal wordt gezegd tot de vrouw, dat zij de man zal liefhebben en eren. De tweede maal in tegenstelling tot het geen heerschappij gebruiken", waar dan het oude formulier spreekt van het stil zijn en Paulus citeert naar 1 Tim. 2 vs. 12—13.
Er wordt in deze vermaning gesproken over het liefelijk zijn als Rachel, — kan dat een opdracht zijn? , wijs als Rebekka, waarin bestond haar wijsheid? , trouw als Sara is dat zo typerend voor haar? Of staat dit in plaats van : die op God hoopten, en staat hun liefelijkheid, wijsheid en trouw daarmee in verband?
De vragen, ontleend aan het Common Prayer Book, zijn bijna geheel parallel. Alleen van de man wordt gevraagd, dat hij zijn vrouw getrouw zal onderhouden, van de vrouw, dat zij haar man getrouw zal verzorgen en helpen. Ze bevatten veel goeds.
Aan het begin ervan staat: , .bekent gij, dat gij neemt". , , Genomen hebt" missen wij. Dit laatste is zinvol, in verband met wat aan de kerkelijke plechtigheid voorafgaat, het burgerlijke huwelijk, en de beslissing der twee getrouwden.
Het gebed, de aanroeping om de zegen, is wel erg kort en schraal.
Het eindoordeel luidt, dat er nogal ernstige bezwaren rijzen tegen dit formulier ; het onderwijzend gedeelte is tekort, en dan, staat dit formulier dus niet tegenover een bepaalde theologie?
Formulier IV heeft weer een uitvoeriger onderwijzend gedeelte. Het grijpt terug op de schepping, wijst er op hoe man en vrouw wederkerig voor elkaar bestemd zijn. Dan wijst het op de werking der zonde, ook in het huwelijk. Maar ook op de verzoening in Christus en de belofte van de H. Geest. Wel rijst hier de vraag : hoe is dat, de verzoening in Christus? Betekent dat dat de zondaar door Christus weer in, de rechte verhouding komt met God, en dat hij daaraan alleen deel heeft door het oprechte geloof door Woord en Geest gewerkt, en dat zo alleen door en in het geloof ook de getrouwden binnen het huwelijk daaruit leven mogen? Of betekent dat, dat eigenlijk het hele leven nu een door Christus verzoend leven is (de zonde in de schepping !) ook het huwelijk daarin staat en zo de: huwenden daaraan deel hebben?
Ook de uitdrukking dat Christus dit samenleven onder het gebod gesteld heeft van dé Heere God, doet vreemd aan. Het stond tevoren toch ook al onder het gebod des Heeren, geldend vanaf het paradijs?
De uitdrukking „kerkje in de kerk" brengt tot de opmerking, — dat ze wel aardig lijkt, doch niet zo past in een formulier. Een formulier worde geen aardig verhaaltje of opstelletje. Soms doet dit formulier daar enigszins aan denken. De gedachte van een „kerkje in de kerk" wordt nader uitgewerkt in de vermaning. Men kan onder voorbehoud wel zeggen, dat het gezin een huisgemeente moet zijn en wijzen op de roeping van de huisvader. Echter •— men bedenke, dat huisgemeente in het Nieuwe Testament iets anders is dan een gezin. En het huwelijk wordt niet een soort , , kerk", het behoudt zijn karakter als scheppingsordening, welke God van de zonde reinigt en door Christus in zijn oorspronkelijke luister hersteld wordt, voor een ieder, die gelooft.
De vragen uit formulier IV zijn gelijk aan die van formulier II. Eveneens , het gebed.
Het eindoordeel over dit formulier : er staan goede dingen in, echter ook onduidelijkheden en onjuistheden. Ook de toon is niet die van een formulier.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's