De erven de Korte
DOOR J. W. OOMS
In de Alblasserwaard, nabij de Gijbelandse dijk, daar staat een klein keuterspulletje, opgetrokken naar oude trant met ankers in de voorgevel en een rieten muts als dakbedekking. Daarneven staat een vierroois hooiberg en aan de andere zijde een paar canada-peppels van voornaam allooi. In deze keutergedoente wonen de Erven De Korte, dat weet het kleinste kind al te zeggen. De Erven De Korte, dat zijn zes ouwe teuten onder één dak, zes mummelmonden, tezaam levend al jaren lang. 't Is maar een nietig huisje waarin ze verkeren, maar naar het zeggen zijn die ouwe knorretjes bar rijk en neem dat maar voor zeker aan. Met z'n zessen hebben ze altoos zitten potten, niever als mieren en gierig gelijk vrekken. Vanwege het geld zijn ze nimmer getrouwd, de zware guldens wilden ze op een hoopje houden en geen vreemden mochten meedelen van hun erfgeldje. Twee mannen en vier vrouwspersonen koeren onder dat rieten dak. . Aai en Gart, Lijsje, Maaike, Mensje en Jaantje, alzo zijn de Erven De Korte geheten. Het zijn vrijgezellendoetjes zonder reuk of smaak, er is nimmer een lach uit hun huisje vernomen. Nooit is er een vrijer op de vier stijve frullies afgekomen en Aai en Gart zijn nimmer naar een trantel wijfje op zoek gegaan. Dat beliefden ze ook niet, de Erven De Korte. , , Vaders goedje moet zonder vreemden worden gebruikt, " aldus was hun zeker woord, dat ze elkander sinds lange jaren hadden voorgehouden.
Althans, zo is het tot voor kort geweest. Want één is gans veranderd wijl hij in de ziel gegrepen werd en voor 't eerst de zwaarte van Gods wet gevoelde.
In het begin van deze zomer is hun rustig leventje wreed verstoord geworden. En dat kwam door Gart, de jongste van de kinderen De Korte. Hij is omtrent de vijftig jaren; hij kan ook nog iets ouder zijn, maar dat is niet zozeer 'van belang.
Weinigen hebben weet gehad van de scheuring, die toen onder die mensen heeft plaats gehad, want het is afgespeeld binnen de muren van het propere keuterhofsteedje. Maar zwaar is het op de Erven De Korte gevallen en hoewel ze alles hebben gedaan om scheiding onder de erf delers te voorkomen, het heeft allegaar niks geholpen. Verneem het maar nader.
Gart de Korte was altoos een beetje anders geweest dan zijn broer en zusters. Niet dat hij uit het gareel liep, dat heel niet. Hij gong nooit op zijn rit, met vreemd volk hield hij hoegenaamd geen omgang. Doch hij kon uren aaneen over de weinige in het huisje voorhanden zijnde oude boeken gebogen zitten, dan konden zijn verwanten niet verklaren of hij las dan wel in diepe gedachten verzonken zat. Er naar gevraagd, gaf hij steevast een ontwijkend antwoord, zodat men niet veel wijzer van hem wier.
Het gebeurde eens dat Gart van een langs de huizen leurende boekenkoopman een oud boek kocht, daar legde hij een gulden voor uit. Het was: , , Eens Christens reize naar de eeuwigheid", door Johannes Bunjan, met ophelderende aanmerkingen van Lambertus de Beveren, in leven predikant te Hoorn". Het boek zag er haveloos uit aan alle kanten, doch de inhoud was bovenmate schoon.
Ach mensen, wat gongen Aai en zijn tanige zusters toen danig te keer tegen de broer, die zo gruwelijk los met het vadersgeldje geweest was en zware guldens over de balk gooide, alsof het versterf, dat ze gezamenlijk beheerden, niet op kon. Jaantje was wel het vinnigste van allen, ze maakte broer Gart uit voor een zwabber, voor een ontaarde doordoener, voor een goddeloze verkwister.
Gart zegde op deze woorden weinig weerom, hij liet de bestraffende praat kalm over zich heen gaan en dat maakte de furie in de gezusters nog feller. En zijn broer Aai trok er ook bar achteraan, die liep een week lang te foeteren dat het meer dan present was. Doch Gart gaf geen weerwoord ; hij nam zijn boek mee naar het land en daar las hij bladzij na bladzij, langzaam en gebrekkig, want hij had in zijn brakkiesjaren geen schoolonderricht gehad. Hij genoot van zijn boek, hij ging er in op, die Gart van de Erven De Korte. Ten leste kon hij er niet meer van buiten, zozeer hongerde zijn ziel naar hogere dingen. Dit nu vonden de Erven lee. Waar zal het met onze Gart heengaan, als hij zich zo merakels druk maakt om moeilijke en ongewisse dingen te doorgronden? vraagden zij elkander.
Ze wisten met z'n allen niet zo geree een antwoord op deze vraag te geven. Maar Jaan hield het er voor, .dat Gart een kwaaie wier, omdat hij tegen de draad inging. Zo leefden de Erven in vrees over hun broer, die rare dingen had durven besteken door een boek te kopen, instee van het erfgeld zuiver en zuinig te beheren en te vermeerderen zoveel als dat kon.
Het wier nog erger, toen Gart naar de kleine opkamer ging en de oude Statenbijbel open sloeg, die daar sinds onheugelijke tijden gelegen had op een zwart gepolitoerd tafeltje. De sloten wieren door de gezusters altoos met zorg gepoetst en zolag de Statenbijbel daar uitsluitend als een sieraad te pronk. Toen Gart dat volhield en dag in dag uit een wijl naar het sierkamertj stapte, teneinde te lezen uit het Boek, schoot ten ende ook Lijsje uit haar slof.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's