Onderwijs
Problemen
Dat woord probleem hangt tegenwoordig in de lucht. Het is eigenaardig, dat het in het Nederlands wel kan weergegeven worden door : vraag, of strijdvraag, of vraagstuk, maar dat deze vertalingen toch eigenlijk maar vaag of ten dele weergeven, wat men bedoelt. Het woord probleem schijnt dieper te liggen, zwaarder geladen te zijn. Zo spreekt men ook — om niet buiten onze rubriek te gaan •— van de , , Problematiek" van het Openbaar en het Bijzonder Onderwijs.
Ik geef direct toe, dat voor zeer velen onder ons hier eigenlijk van geen problematiek sprake is, tenminste voor hen persoonlijk niet. Op dit gebied liggen voor hen geen onopgeloste vragen, nog minder onoplosbare problemen. En ook in hun omgeving zijn die niet. Maar voor anderen en in andere omgeving zijn er soms des te meer, en wie vandaag meeleeft op het terrein van de Kerk en School, ziet maar al té zeer, hoezeer het aantal problemen nog toeneemt, en hoe diep ze dikwijls ingrijpen in de onderlinge verhoudingen van onze gecompliceerde samenleving.
Alleen wachte men zich er wel voor, om alle kwesties die zich voordoen, te schuiven op de nieuwe tijd ; neen, in de grond der zaak raakt het dezelfde vragen, die altijd in meerdere of mindere mate het leven beheersen. De vorm, waarin de problemen zich voordoen, verschilt soms, maar het wezen daarvan is , , zo oud als de wereld".
Ik bedoel zulke problemen, die de kern van het leven raken, die gaan over wat het diepste is in de mens en het hoogste voor de mens. Ik bedoel de verkondiging van het Evangelie des Koninkrijks. Dit raakt volwassenen, maar ook kinderen, ja, juist kinderen. Dit raakt de huiselijke opvoeding en het onderwijs en de opvoeding in de school.
Er zijn velen, voor wie hier alle problemen, zijn opgelost; U komt de belofte toe en uw kinderen, dit woord en zovele andere is voor hen genoeg om van het Hoogste en Heiligste te spreken tot hun kinderen, in huis en op school.
Maar er zijn óok zovelen, en nog meerderen zelfs, die de vraag anders hebben opgelost en van deze dingen niet spreken, noch in huis, noch in school, ja, die er zelf evenmin van willen horen, noch er uit willen leven. Hun bewuste keuze is de negatieve oplossing van het probleem : wij willen niet, dat Deze Koning over ons zij, noch over onze kinderen.
En dan zijn er nog anderen, voor wie helemaal van geen probleem sprake is, omdat ze er eenvoudig nog nooit mee in aanraking zijn geweest. Dat is erg, in een Christelijk land, in een stad met tientallen kerken en wijkgebouwen. Dat is verschrikkelijk, maar waar. Een aanklacht, zult ge zeggen, tegen de Christenen, tegen de Kerk. Ook ! Zeer zeker. En dan bedoelen we niet alleen en niet zelfs in de eerste plaats, de voorgangers, de ambtsdragers, maar de hele gemeente.
Het is eenvoudig een feit, dat in de grote steden vooral, maar ook in tal van plattelandsgebieden, een jong geslacht opgroeit, dat totaal vervreemd is van de Bijbel, totaal onbekend met de dingen van Gods Koninkrijk.
Waar er ook maar even de gelegenheid is, moet deze aangegrepen worden om speciaal de jeugd van ons volk bekend te maken met de enige Naam, die gegeven is, waardoor wij kunnen zalig worden. Dat is geen liefhebberijtje van deze of gene, maar dat is de eis en de roeping van de Kerk, en de ganse gemeente, die naar de naam van Christus genoemd is. Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs, als hij ook oud geworden is zal hij daarvan niet afwijken. En dat niet om het succes, niet om daarmee eer en glorie te behalen, maar in gehoorzaamheid aan de opdracht, begaan met de bittere nood der wereld, vol liefde tot Hem, die kwam om het verlorene te zoeken.
En dan staat het voor ons vast, dat we hierin door Gods goedheid een machtig hulpmiddel hebben in de School met de Bijbel. Daar wordt met de kinderen gebeden en gedankt, daar wordt het kind de psalm en het Christelijk lied in de mond gelegd, daar wordt uit de Heilige Schrift verteld en gelezen, daar kan het kind bekend gemaakt worden met wat tot zijn eeuwige vrede dient.
Maar dan? Want we hebben lang niet alle kinderen van ons volk op onze Scholen met de Bijbel. De meeste hebben we juist niet en onder hen zijn er bovendien nog vele, die wel zijn gedoopt in hun prille jeugd, maar die er verder nooit meer van gehoord hebben en er misschien-ook helemaal nooit meer van horen.
Het is heus geen verdachtmaking of laster, als we zeggen, dat op de Overheidsscholen als regel het beginsel der Neutrahteit (wettelijk vastgelegd) geldt, en wel in het bijzonder der godsdienstige neutraliteit.
Nu kan men zich verheugen over het bezit van zijn eigen scholen en over de vrijheid om zijn kinderen niet alleen te onderwijzen, maar ook te laten onderwijzen, behalve in de vakken van het gewone leven, ook uit de Heilige Schrift. En het is goed, dat men er zich over verheugt, als men het maar doet met voorzichtige getrouwheid, getrouwheid aan het Woord !
Maar al die andere kinderen? Dat is een geweldig probleem.
Voor sommigen heel gemakkelijk. Men redeneert dan heel eenvoudig zo : Wel, de Christelijke School staat voor die kinderen open ; ze kunnen komen als ze willen ; hebben we plaatsgebrek, dan bouwen we er bij. Daarover behoeft niemand zich bijzondere zorg te maken, 't Is eigen vrije wil.
Maar zó eenvoudig liggen de dingen niet. In de eerste plaats zijn niet de kinderen verantwoordelijk voor de school die ze bezoeken, maar de ouders. En voorts, zet dan de hele vraag op veel hoger plan, op het plan der gehele mensheid. En wat ziet ge dan? Als er niemand is, die goed doet, als er niemand is, die God zoekt, als er niemand is, die niet is afgeweken en als allen de heerlijkheid Gods missen — en zo is toch ook nü de feitelijke toestand van ons mensengeslacht — dan laat de Heere die ganse wereld niet over aan hun wensen, aan hun begeerten, aan het goeddunken van hun eigen hart, maar Hij zendt Zijn Zoon in die wereld, voor het verlorene, het weggedrevene, het zondige, het diep rampzalige. Als Hij gewacht had en nog wachtte tot wij eigener beweging tot Hem kwamen, niemand zou behouden worden, niemand !
En nu roept Hij ook Zijn gemeente op, om uit te gaan op de wegen en in de heggen, om de nodiging des Koninkrijks te brengen overal, in stegen en sloppen, in achterbuurten en gehuchten, in paleizen en villa's, op het land en in de stad. In school en huis.
In school. Ja, natuurlijk, zegt ge, in de Christelijke School, dat doen we toch. Zeker, maar die andere?
Nu ja, maar als die willen dan, Neen, dat mag niet de vraag zijn. Ik kan begrijpen, dat ge zo denkt en 't zo zegt. Er is een tijd geweest, dat ik geneigd was er óok zo over te denken. Maar sinds ik diep overtuigd werd van de ernst van des Heilands woord : , , Gaat uit in de wegen en heggen en dwingt ze om in te gaan, opdat Mijn huis vol worde", en van dat andere woord : , , Zaait aan alle wateren", toen kon ik niets anders, dan erkennen, dat er nog andere wegen zijn dan geasfalteerde en dat we ook de weg moeten gaan, die ons niet de geijkte, de officiële lijkt, dat we het Woord moeten brengen overal, waar we de kans maar krijgen.
En hoe zullen we dat dan doen ten opzichte van onze kinderen, de kinderen van ons volk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's