De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brief aan mijn vriend te Meerstad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief aan mijn vriend te Meerstad

6 minuten leestijd

Zuidstad, 20 Januari 1953. Beste Jan. Het maken van een praatje over actuele angelegenheden gaat nu eenmaal gemakkelijker dan het ter hand nemen van pen en papier of in meer moderne vorm schrijftmachine en papier. Ik loop dan ook al weer lenige weken rond met de gedachte je een briefje te schrijven. Er is zo hier en daar in de kerkelijke pers al weer het nodige geschreven om er eens even over te praten.

Heb je ook al gelezen wat de resultaten zijn van de enquête, die gehouden is onder de bezoekers van de jeugddiensten ? Zo ongeveer dertig jaar geleden werden deze jeugddiensten verdedigd met het argument, dat zij de jongeren, die buiten de kerk stonden, naar de kerk zouden trekken. Wat blijkt nu echter? Dat hiervan vrijwel niets is terecht gekomen. Het blijkt, dat de bezoekers in hoofdzaak afkomstig zijn uit kerkelijke gezinnen. In onze kring had men steeds nogal bezwaren tegen deze jeugddiensten, omdat men meende, dat de eenheid van het gezin er door verbroken werd. Ook de jongeren moeten er aan gewennen met het gehele gezin de kerkdiensten bij te wonen, dan zullen zij ouder geworden daar ook geen moeite mee hebben. De predikanten moeten dan echter ook met de aanwezigheid van de jongeren rekening houden.

Wat is dus nu het gevolg van de jeugddiensten ? Dat de jongeren niet eens meer zich thuis gevoelen in een gewone kerkdienst; deze opvoedkunde werkt dus averechts. Waren de jeugddiensten er niet geweest, dan zouden zij aan de gewone kerkdiensten gewoon zijn geraakt en zeker belangrijk minder critiek er op hebben dan thans. Van de zijde der voorstanders van de jeugddiensten is men natuurlijk niet bereid deze nuchtere conclusie te trekken. Dit komt mede hierdoor, dat men niet inziet de betekenis van de vorming van goede gewoonten op het godsdienstig terrein. Nu heb ik niet gesproken over het richtingselement, dat in de jeugddiensten op sommige plaatsen een rol speelt; dit kan ik ook beter buiten beschouwing laten, want dan hebben we niet meer met de zuivere vorm van jeugddiensten te maken, maar met verkapte uitingen van een opposante richting of richtingen.

Overigens zullen de jeugddiensten er wel blijven, nu er in onze kerk tot op heden het systeem van elk wat wils heerst. De voorzitter def synode heeft echter geschreven, dat hij vertrouwt, dat hierin verandering zal komen. Hij hoopt, dat dit jaar, zoal niet de beslissing valt, deze toch ernstig zal voorbereid worden omtrent de vraag of de richtingen gestempeld behoren te worden tot modaliteiten of tot dwalingen. Hij zegt dan, dat er zijn, die links willen koersen en op gang willen komen met de uitgezette Remonstranten ; terwijl de Geref. Bond het pleit voert voor een vereniging van alle gereformeerden. Hij meent echter, dat geen van beide mogelijkheden voor de Hervormde Kerk dienstig is. , , Om het heel versimpeld te zeggen : bij links alleen raak jé de belijdenis kwijt, en bij rechts alleen raak je de bijbel kwijt". De voorzitter is een vriendelijk man en bedoelt het niet zo erg als hij het zegt, want hij zegt het versimpeld. Maar toch snap ik niet hoe hij dit van rechts kan zeggen. Want de belijdenis laat immer nog het beroep op de Schrift open en eist altijd een Schriftuurlijke fundering, hoe kan hij dan zeggen dat je bij rechts alleen de bijbel kwijt raakt. Als ik het moest zeggen, dan zou ik in dezelfde trant sprekende zeggen, dat en de bijbel en de belijdenis alleen bij rechts veilig zijn. (Let wel, ik spreek dan ook versimpeld !) Bovendien snap ik ook niet, dat hij zegt, dat je bij links alleen de belijdenis kwijt raakt; dit stem ik toe, maar ik zou er bij zeggen : en ook de bijbel. Dit zeg ik met het oog op de schriftcritiek en de methoden van uitlegging, die daar gangbaar zijn. In elk geval is wel hieruit duidelijk hoe groot de verwarrring onder ons is en het zal zeker geen eenvoudige zaak zijn om de richtingskwestie behoorlijk op te lossen. De grootste moeilijkheid zal wel blijken te zijn, dat men het ook over dit oplossen niet eens zal zijn. Het beoordelen der richtingen en hun waardering geschiedt door iedere richting weer anders en behoort zelve tot de richtingsverschillen.

En dan heb je nog de droeve practijk van het kerkelijk leven. Er is een gemeente in ons vaderland, waar 'n predikant beroepen en gekomen is tegen de wens van de overgrote meerderheid der gemeente. Er zijn al enige kerkelijke rechtszaken veroorzaakt. Thans is het zover, dat de enige ouderling, die nog aan de zijde van de predikant stond, niet is herkozen ; nochtans heeft hij nog altijd (ongeveer een jaar) zitting en zijn de verkozen kerkeraadsleden nog steeds niet bevestigd. Dat kan allemaal maar bij ons ! Nu was er een ouderling in deze gemeente, die al jarenlang onderwijs gaf op de Zondagsschool. De predikant richt daar een andere Zondagsschool tegenover op, uitgaande van de kerkeraad (d.w.z. predikant en de niet herkozen ouderling). Nu wordt de eerstgenoemde ouderling aangeklaagd en geschorst, omdat hij les blijft geven aan de Zondagsschool tegenover die van de kerkeraad 1 Dat kan allemaal maar bij ons ! Is het niet intreurig ! Ik begrijp niet, dat deze predikant niet wijzer is en ik begrijp niet, dat zo'n classicale commissie van toezicht niet verstandiger is. Daar wordt dus bij ons maar een ouderling geschorst, omdat hij niet anders doet dan Gods Woord onderwijzen overeenkomstig de Belijdenis. Deze ouderling kan zich troosten met de gedachte, dat hij in de geschiedenis der Herv. Kerk niet alleen staat; hoevelen zijn er in de loop der jaren niet kerkrechterlijk behandeld, omdat zij de waarheid naar Schrift en Belijdenis voorstonden en formeel, omdat zij de rust en orde der kerk verstoorden !

Het is al erg, dat deze dingen kunnen geschieden, maar wat ik even erg vind, is, dat er velen zijn, die vinden, dat de goegemeente dit maar niet moet weten, deze moet maar onkundig blijven omtrent dergelijke dingen ! In de officiële kerkelijke pers zul je dit dan ook niet lezen en als iemand al de moeite zou nemen de pen op te nemen, dan wordt het niet geplaatst! Zo zij onze manieren. Nu weet ik al zeker, dat als sommigen dit epistel lezen, ze wel boos zullen worden ; waarom weet ik niet; ik zou zo zeggen de waarheid mag toch gezegd worden. Of ja, ik geloof, dat ik er toch wel iets van begrijp : zouden de richtingen hier misschien ook een rol spelen ? Zijn we al zover, dat we zelfs in de kerkelijke rechtspraak nog geen kans zien de objectiviteit te bewaren ? Doch, laat ik me er niet verder in verdiepen, want het wordt al droeviger. Moge de tijd spoedig aanbreken, dat althans de ergste excessen worden afgesneden en vermeden, en dat Schrift en belijdenis de plaats in onze kerk erlangen, die hun rechtens toekomt.

Voor ditmaal wil ik eindigen, want anders wordt het epistel te lang. Tot een vol­gende maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Brief aan mijn vriend te Meerstad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's