De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs

Problemen

7 minuten leestijd

II.

Ergens in Nederland is een dorp, een groot dorp. Er zijn Chr. Scholen en ook een neutrale school. Op deze laatste gaan kinderen van ouders, die helemaal nergens „aan doen", ook kinderen van vrijzinnig Protestanten en ook nog enkele van orthodoxen huize. De geschiedenis, hoe dit zo gegroeid is, komt in 't kort hierop neer, dat er oorspronkelijk slechts neutrale scholen waren, dat echter leden van verschillende kerken de hoofden bij elkander hebben gestoken en Scholen met de Bijbel hebben gesticht. Of er nu pok persoonlijke of familieomstandigheden tussen zitten, dat weet ik niet, maar een feit is, dat nog enkele rechtzinnige ouders hun kinderen niet lieten overschrijven naar de Chr. School.

Wat is nu het eigenaardige in dit dorp ? De Hervormde gemeente bestaat uit rechtzinnigen en vrijzinnigen en elk van deze twee groepen heeft z'n vertegenwoordigers in de kerkeraad. Deze bestaat voor de helft uit rechtzinnigen en voor de andere helft uit vrijzinnigen. Hoe ze dat zo precies gemikt hebben weet ik niet, maar zo blijkt de afspraak te zijn. Elke groep heeft ook een predikant, zodat er een rechtzinnige en een vrijzinnige predikant is. En dat alles in één gemeente en in één kerkeraad. De diensten der twee predikanten wisselen af naar toerbeurt.

Als ik de zaak goed begrepen heb, deden de vrijzinnige ouders een beroep op de kerkeraad om hun kinderen, die op de neutrale school gaan, godsdienstonderwijs te geven in vrijzinnige geest, 't Is ook mogelijk, dat de kerkeraad dit op eigen initiatief heeft gedaan, maar zó is mijn indruk niet. In elk geval, aan de neutrale school wordt namens de kerkeraad, of misschien nog beter gezegd, namens de vrijzinnige helft godsdienstonderwijs gegeven aan die kinderen, wier ouders zulks begeren.

Nu is namens de rechtzinnige ouders, die hun kinderen op de neutrale school hebben, verzocht om aan deze leerlingen ook godsdienstonderwijs te doen geven en wel in rechtzinnige geest. Het ging hier om 9 kinderen. De kerkeraad heeft dit echter geweigerd. Waarom ? Willen de vrijzinnigen dit niet ? Ik heb niet de indruk gekregen, dat dit het geval is, maar wèl, dat de rechtzinnigen in de kerkeraad hier afwijzend tegenover staan.

Is het, omdat ze menen : daarvoor kunnen deze kinderen toch op de Chr. School terecht ? Ik weet het niet, tenminste nog niet. Misschien, dat ik er over enkele dagen achter ben. Dan vertel ik het u nog wel eens. Toch vind ik het jammer, dat hier de gelegenheid, die geboden wordt om deze kinderen met het Evangelie bekend te maken, niet wordt aangegrepen door de kerkeraad. Natuurlijk is het m.i. volkomen waar, dat de ouders de weg kennen naar de School met de Bijbel, maar, als ze nu deze weg niet inslaan, is dan de kerk verantwoord als ze de vraag om godsdienstonderwijs op de neutrale school eenvoudig beantwoordt met: „Neen" ?

Overal in het land wordt tegenwoordig door de kerk godsdienstonderwijs gegeven op de Openbare School. In de regel aan de hoogste klassen; kinderen, wier ouders dit niet willen, behoeven vanzelf niet mee te doen.

Dit is een uitvloeisel van één der bepalingen uit de Lager-Onderwijswet. De kerkgenootschappen hebben daarbij de bevoegdheid verkregen, om tijdens de schooluren aan de kinderen, voor wie zulks gewenst wordt, godsdienstonderwijs te geven.

Het is me genoegzaam bekend, dat vroeger hieraan weinig aandacht besteed werd. De laatste jaren is men echter op steeds meer plaatsen er toe overgegaan, van deze Wetsbepaling gebruik te maken. Echter niet, zonder dat er heel wat over te doen geweest is. Bezwaren er tegen ware vele. Speciaal ging het over de overbodigheid. Immers dit waren mensen, die voor hun kinderen de Openbare, dus de neutrale school begeerden en waarom dan bij zulke kinderen met de Bijbel aan te komen ? Wilden ze het toch, dan was daar de Chr. School, laten ze daar heengaan. Niemand belet het hen.

Ik had reeds gelegenheid om over dit bezwaar te spreken.

Anderen duchtten hier gevaar voor de Chr. School. Als op de Openbare School .— zij het dan alleen namens de kerk en slechts 3/4 of 1 uur per week — de Bijbel gebruikt wordt, dan zal dit nadelig zijn voor de Chr. School. Verschillende ouders zullen dan het Chr. Onderwijs op de Bijz. School voor hun kinderen niet meer nodig vinden. Ze kunnen immers op de Openbare daarvoor ook tefecht. Deze ouders hebben toch wel erg weinig nota genomen van wat een Chr. School nu eigenlijk is. 't Is niet alleen dat uur Bijbelonderricht •— trouwens op de Chr. School is het vrijwel elke morgen dat met Bijbelse Geschiedenis bpgonnen wordt — maar de geest van het onderwijs is anders. Elke dag wordt elke schooltijd, wordt alle werk gesteld onder het Licht van Gods Woord, wordt diep afhankelijk gesteld van God en van Zijn onmisbare zegen.

Om nog maar niet te spreken van andere leervakken, waarbij het toch wel een groot verschil maakt, van welke levensbeschouwing men uitgaat, op welke grondslag men z'n onderwijs bouwt.

Maar 't is nu eenmaal zo, dat lang niet alle ouders daar zo diep over nadenken en dan, ja dan zou de Chr. School wel enkele leerlingen kunnen verliezen of nooit krijgen wat tenslotte op hetzelfde neerkomt.

Evenwel mag dit voor de kerk geen bezwaar zijn om nu al deze kinderen maar los te laten.

Neen, zegt men, niet loslaten, maar daar is dan toch ook nog de Zondagsschool en de catechisatie.

Nu ben ik me bewust van de betekenis van beide. Zelf heb ik jarenlang aan een grote Zondagsschool meegewerkt, maar 't eigenaardige daarbij was, dat je bijna alle kinderen van de Christelijke School terug vond en het percentage van de leerlingen der Openbare School zeer gering was. Ik weet niet, of dit overal zo is, maar ter plaatse waar ik was, stond de verhouding zó.

En dan de catechisatie. Ik mag alweer niet generaliseren, maar dat het hier en daar met dit godsdienstonderricht der kerk maar heel, héél pover gesteld is, mag wel als bekend verondersteld worden. Let wel, ik bedoel niet het onderwijs als zodanig, maar ik heb hier het oog op het aantal catechisanten. Hoeveel zouden er kunnen komen en hoeveel zijn er werkelijk. Dat is in mij bekende gevallen allerbedroevendst. Gisteren nog hoorde ik van een dorpsgemeente van ± 1000 Hervormden, waar op de catechisatie van de jongeren t. w. van 12—16 jaar, de vorige week 3 aanwezig waren en deze week 1. De gemeente is rechtzinnig en de dominé ook.

Zó erg is het gelukkig, naar ik hoop, alleen maar bij wijze van uitzondering. Maar dat het voorkomt, is al erg genoeg. En hier in de grote stad is de verhouding van degenen die zouden kunnen komen, tot hen, die er inderdaad gebruik van maken, al even treurig. Zo groeit er een jong geslacht op, dat verloren gaat, omdat het geen kennis heeft.

Men heeft thans het massa-jeugdwerk aangegrepen, om de jeugd te krijgen. Ik heb daarbij ook nog niet gehoord van overweldigende belanstelling. En al waardeer ik de middelen, die aangewend worden, om de jeugd van de straat te houden en dus voor veel verleiding te bewaren, de tijd zal 't moeten leren of naast al het werk, dat men met de jongens doet, ook het Evangelie nog tot zijn recht komt.

Hoe eenvoudig daartegenover is het, om in zoveel mogelijk regelmatig klasseverband op de Openbare School Bijbel-onderricht te geven.

En het gebeurt. Reeds voor een paar honderdduizend kinderen.

Niet, dat we dit nu 't ideaal vinden. Maar wel, omdat we dit op onze weg vinden. Het liefste is ons, dat we op onze Scholen met de Bijbel de kinderen bijeen hebben onder het Woord. En dat niet alleen bij de regelmatige behandeling der Bijbelse geschiedenis en het lezen van gedeelten der Heilige Schrift, maar ook bij het leesboek, bij het Chr. lied — denk vooral ook aan de grote heilsfeiten, aan Kerstfeest, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren — ook bij de Kerkgeschiedenis, de Vaderlandse Geschiedenis.

Dat waardeert de kerk, maar zij moest het hier en daar nog veel meer waarderen. Doch aan de jeugd, die niet op de Chr. School gaat, onthoudt men niet het godsdienstonderwijs.

P.S. Bij de uitgevers is gevraagd, wie en wat ik ben en wat m'n adres is. Zie hier : C. Vermaas, Randweg 114a, Rotterdam-Z.

Tot 1 Januari 1953 Hoofd der Ie Joh. Bogermanschool.

Thans oud-Hoofd der School.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's