KERKVOOGDIJ EN COLLEGE VAN TOEZICHT
Dezer dagen meldden de nieuwsbladen een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad, die voor vele kerkvoogdijen van de grootste betekenis is. Zoals men weet, heeft een aantal kerkvoogdijen zich vrijwillig onder het College van Toezicht gesteld terwijl anderen, zeer terecht, daartoe niet overgingen: Deze laatste worden nog altijd gekenmerkt door E.B., d.i. eigen beheer.
Inderdaad kon geen enkele kerkvoogdij gedwongen worden zich onder dit College van Toezicht te stellen en de vraag kwam reeds eerder bij kerkvoogdijen op, of men zich niet zonder meer aan dit College van Toezicht zou kunnen onttrekken, hetgeen door de Heeren van het Toezicht steeds werd bestreden.
Nadat de kerkvoogden van de gemeente van Holwerd in October 1948 een bedankbrief naar het Provinciaal College van Toezicht hadden verzonden, heeft de door dit College aangestelde beheerder aanleiding gevonden kerkvoogden een proces aan te doen. Dit proces, doorgevoerd zijnde tot de hoogste instantie, heeft geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad, waarbij kerkvoogden in het gelijk werden gesteld.
Wij hebben in de vorming van de Colleges van Toezicht altijd een symptoom van het streven der Synode gezien om de kerkvoogdijen en daarmede de door hen beheerde goederen onder de synodale rechtsmacht te brengen. Sedert de invoering van het Reglement op de Predikantstractementen is wel heel duidelijk gebleken, dat er oorzaak is voor zulk een gedachte.
De kerkeraden zijn nog niet vergeten dat de gemeenten, die prijs stelden op het behoud van haar rechten, door de synpdale bepalingen werden verhinderd een predikant te beroepen. En de nieuwe kerkorde verraadt de kennelijke bedoeling zo mogelijk alle goederen onder de rechtsmacht der Synode te brengen.
Het behoeft niet gezegd, dat de kerkvoogdijen en de gemeenten niet mogen medewerken aan de pogingen tot centralisatie, waarbij zij haar beheersrechten en haar zelfstandige rechten als plaatselijke kerk zouden opofferen.
Daar komt bovendien nog bij, dat zij daarmede in menig geval een kerkpolitiek zouden bevorderen, die zij geestelijk niet kunnen verantwoorden, zolang geen ernst wordt gemaakt met het reformatorisch karakter der Nederlandse Hervormde Kerk in de zin harer belijdenis.
Ook ten aanzien van het synodale drijven is het van groot belang, dat de rechten dér kerkvoogdij door de Overheid worden erkend.
Wij laten hier het bericht aangaande bovengenoemd arrest van de Hoge Raad afdrukken, zoals dat verscheen in het dagblad , .Trouw" van Woensdag 28
Januari j.l.
Belangrijk arrest van Hoge Raad. Zelfstandigheid kerkvoogdijen.
In het najaar van 1948 besloten kerkvoogden en notabelen van de Ned. Hervormde gemeente te Holwerd de band met het toezicht, die van de tachtiger jaren af bestaan had, te verbreken. In verband daarmee achtten zij zich ontslagen van de tot dusver op hen rustende reglementaire verplichting tot het inzenden van de rekening en de begroting van de kerkvoogdij aan het Provinciaal College van Toezicht in Friesland.
Het genoemde college wendde verscheidene pogingen aan om het besluit van de kerkvoogden en notabelen van Holwerd ongedaan te maken, doch deze pogingen leidden niet tot het gewenste resultaat. Het Algemeen College van Toezicht ontzette daarop de kerkvoogden en notabelen uit hun functie, op grond van het betreffend reglementsartikel, wegens , , ontrouw en verregaand plichtsverzuim". Het Provinciaal College belastte een niet in Holwerd woonachtig persoon met het beheer der kerkelijke goederen en fondsen in Holwerd. Toen aan de beheerder geweigerd werd de administratieve bescheiden der Ned. Hervormde gemeente af te geven, dagvaardde deze de kerkvoogden in kort geding. Zowel de president van de Rechtbank als het Hof te Leeuwarden, wees zijn vordering af.
De beheerder maakte de zaak verder ten principale aanhangig bij de Rechtbank te Leeuwarden, welke uitsprak, dat een gemeente, die vrijwillig was toegetreden tot het toezicht, zich daarvan weliswaar ten allen tijde weer kon losmaken, doch dat het besluit daartoe genomen moest worden door de stemgerechtigde lidmaten der gemeente. Kerkvoogden en notabelen hadden dus hun bevoegdheid overschreden — aldus de Rechtbank — door zonder goedkeuring van de stemgerechtigde leden dit besluit te nemen.
Hierop gingen de kerkvoogden in hoger beroep en zij lieten hun besluit intussen bekrachtigen door een vergadering van stemgerechtigde lidmaten. Het Hof te Leeuwarden stelde de kerkvoogden in zijn arrest van 12 December 1951 in alle opzichten in het gelijk. De band met het toezicht — zo sprak het Hof uit — kan ten allen tijde verbroken worden, ook door een besluit van kerkvoogden en notabelen, die daarmee handelen overeenkomstig hun reglementaire bevoegdheid.
De beheerder vroeg cassatie van dit arrest. Thans heeft de Hoge Raad bij arrest van 16 Januari het beroep in cassatie afgewezen. Het omstreden besluit van kerkvoogden en notabelen van Holwerd heeft dus een einde gemaakt aan de band van die gemeente met het Provinciaal en het Algemeen College van Toezicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's