Een wandeling door de hof der Ned. Herv. Kerk
In Woord en Dienst, u weet wel dat veertiendaags orgaan voor het Hervormde Kerkewerk uitgaande van de Hervormde Raad voor Kerk en Pers, zijn deze laatste tijden artikelen geschreven door verschillende predikanten over wat er leefde in hun — laat ik me heel ouderwets uitdrukken — richting. De Hoofdredacteur, dr Roscam Abbing, vergast ons op een slotbeschouwing. Hij ontpopt zich daarin als een lyrische houtvester. Met groot genoegen ben ik aan zijn hand voortgehuppeld. Wat een fraai park: eeuwenoude hoogkerkelijke olmen, lichte vrijzinnige berken, donkere, mystieke Veluwse dennen van de Gereformeerde Bond, platanen, iepen, linden en kastanjes van de middenorthodoxie en last not least de eikebomen der gerechtigheid van de confessionelen. Vergeet ook niet de geurende struiken van de opwekkingsbewegingen.
Inderdaad de Ned. Herv. Kerk is zo min nog niet als.... bos! Soms ziet men door de bomen het bos niet, maar goed. Vader Brakel zei van de onbekeerde dominee, dat hij beter maar schoenmaker had kunnen worden. Brakel zal gedacht hebben: je kunt het leer beter versnijden dan de leer. Wanneer Brakel nu nog eens zijn mond zou opendoen, zou hij de Hervormde Kerk gewisselijk voorhouden: u had beter bos kunnen worden.
Intussen vrees ik dat deze beschouwingen gevolgen hebben. Iemand zou op de gedachte kunnen komen om vanuit de Paascollecte op de vele kerkelijke landgoederen bossen aan te planten volgens het project van dr Roscam Abbing. Waar zouden de vergaderingen der kerk en de Raden en Commission en sub-commissies zich stichtelijker kuimen vertreden?
Na dit alles wordt de bede van ds. Wolfensberger in het eerste nummer van het nieuwe jaar van ditzelfde orgaan uiterst dringend: „Heere laat hem nog dit jaar staan". Inderdaad want dr Roscam Abbing vraagt zich ook af of hier en daar voor een doorn een cypres — zoals de Nieuwe Vertaling leest — voor een distel een mirt moet verwacht worden. Die Nederlandse bomen moeten Hervormd, wedergeboren worden blijkbaar.
Als een kind huppelde ik voort aan de hand van deze opperste houtvester door het kerkebos. Zo vraag ik ook argeloos. Hoe zit het met die Veluwse dennen? Want ieder denkt eerst altijd: ben ik het? Moet ik veranderen? Ben ik „opslag"? Met de Staten-Vertaling in de hand zou ik zeggen met die Veluwse dennen is het wel goed. „Voor een doorn zal een denneboom opgaan". Maar een den en een cypres zijn beide coniferen, beide uit de naaste familie om zo te zeggen.
Deze vraag meen ik te moeten voorleggen aan de Weleerwaarde Zeergeleerde Houtvester. We hadden als ik goed lees wat meer moeten discussiëren in onze pers. Discussiëren onder elkaar. Dat was een teken van leven geweest. Het woord leven is wat dubbelzinnig in dit verband. Maar als we wel op leven en dood gediscussieerd hadden, waren we (als bomen dan) ook getekend geworden! Het valt niet mee om het goed te doen.
Sagittarius.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's