De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
„Ik ga hooien, " zei Bart Kooijman opeens. „Het smaakt me niet, over die verwenste nieuwe weg te praten." En daarna liep hij met een onduidelijke hoofdknik verder over het waterkeringsdijkje.
Maar die middag was zijn goeie zin verdwenen. Hij otterde wel ontaard hard, doch in zijn binnenste was opnieuw die donkere wolk gekomen, die de einder van zijn gedachtenwereld verduisterde en vertroebelde. De nieuw aan te leggen provinciale weg zou als een wit lint door het hart van de vruchtbare Waard komen, — die nieuwe weg trok tevens een diepe scheur in het hart van Bart Kooijman.
Hij had gevochten tegen de plannen om een brede verkeersweg dwars door het land te leggen. Vanuit het poldercollege, vanuit de kerkeraad, doch ook persoonlijk had hij de Haagse plannen heftig bestreden. Ja, ook de kerkeraad, waarvan Bart Kooijman als ouderling deel uitmaakte, had regelrecht te doen gekregen met de geprojecteerde weg. Anderhalve hectare diaconieland moest worden afgestaan, want ook over diè grond zou de nieuwe weg haar baan nemen. Dat land was overigens niet al te best. Er was veel woekering van 's Herenmoes en zurkel op dat perceel en de diaconie had er al sedert vele jaren bij inschrijving pinken op laten weiden.
Bart Kooijman was in de kerkeraad fel van leer getrokken tegen diaken De Graaf, die voorgesteld had, die anderhalve hectare vrijwillig aan de Provincie te verkopen. Bart had daar niets van willen weten. Op de vergadering had hij heftig betoogd, dat de diaconie er nooit toe mocht overgaan die anderhalve hunder vrijwillig te verkopen voor een weg, die volslagen overbodig was. En zat er ook geen principiële kant aan? Een nieuwe verkeersweg dwars door de Alblasserwaard zou de wereldgelijkvormigheid vrij baan geven in deze contrije.
Bart had De Graaf verweten, dat deze verraad wilde plegen aan de boerenstand. Diaken De Graaf had gemakkelijk praten ; diens eigen land lag helemaal aan de andere kant van de polder en hij behoefde dus geen duim grond te missen voor die nieuwe weg. Neen, de diaconie mocht nooit overgaan tot vrijwillige verkoping, zo was het oordeel van ouderling Kooijman geweest.
Zijnentwege zag hij liever, dat dan zelfs de diaconie het liet aankomen op onteigening. Dat had hij zelf trouwens ook gedaan ; nu had hij in ieder geval voor zichzelf de rustgevende gedachte, dat hij niet vrijwillig zijn hoofd in een strop gestoken had. Nooit zou iemand hem kunnen verwijten, dat hij voor goed geld boerenland had verkwanseld. En nooit zou hem, bij een boer op huisbezoek zijnde als ouderling, voor de voeten geworpen kunnen worden, dat hij vrijwillig grond had afgestaan en dus eigenlijk had meegeholpen, die nieuwe weg aan te leggen.
De diaconie had het echter niet op onteigening durven laten aankomen. De dominee had gesproken over landsbelangen en over een vooruitgang voor de streek. Maar daar hadden ze zuur om geglimlacht. Dominee was een beste brave man, niaar hij was niet van boerenafkomst en had er niet het minste besef van, wat weiland betekent voor de boerenstand. En toen had ouderling Kooijman toch niet kunnen nalaten om er zijn verbazing over uit te spreken, dat de dominee niets liet merken van zijn beduchtheid, dat een nieuwe brede verkeersweg het volk in de Waard in het figuurlijke gesproken wel eens verder kon voeren op de brede weg.
3) (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's