De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WET EN EVANGELIE, IN VERBAND MET DE CHRISTOLOGIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WET EN EVANGELIE, IN VERBAND MET DE CHRISTOLOGIE

6 minuten leestijd

(II).

Daarom luidt onze derde stelling :

3. Het Evangelie der verzoening in en door Christus veronderstelt de heilige Wet Gods en de overtreding van de Wet, en wordt eerst vandaar uit verstaan.

Het Evangelie is immers de blijde of goede boodschap van het heil in Jezus Christus. 

Doch waarom heil? '— Waartoe dat heil? "

Indien niet eerst gezegd is, waarin de verlorenheid van de mens bestaat, en hoe groot die verlorenheid is, derhalv, des mensen afkomst ons door de openbaring Gods is open gelegd, klinkt het Evangelie in een lege ruimte en blijft onverstaan in zijn diepe heerlijkheid. Het Evangelie der verzoening in en door Christus veronderstelt de voorafgaande verkondiging van onze relatie tot God, van ons verbreken van die relatie, derhalve van de schuld. Wat daarom het Evangelie eigenlijk is wordt ontdekt vanuit de band van ons als schepsel Gods aan God en ons verbreken van die band. Gen. 3 kan slechts verstaan worden, omdat Gen. 1 en 2 hebben geklonken. Als Paulus het Evangelie der rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus verkondigt, dan heeft hij eerst de verdoemende kracht der Wet Gods voorgesteld. Zo deed hem de Geest van Christus ordelijk handelen, spreken en schrijven.

Wie daarom begint met het Evangelie keert de orde van Gods openbaring om en maakt het Evangelie goede boodschap af. — Het Evangelie heeft immers alleen daarin zijn betekenis en zin, dat het herstel brengt. De gevangene wordt door de goede tijding der bevrijding weer in het bezit van het vorige goed der vrijheid gesteld. De tijding der bevrijding is daarom blijde of goede tijding, omdat hij weet wat vrijheid is en wat de ellende van de beroving daar­ van is. Het Evangelie is er dus niet om zichzelf, maar heeft slechts een functie met het oog op het herstel van wat eertijds was, doch verloren ging. Is dat weer hersteld, dan heeft het Evangelie zijn functie vervuld. Derhalve wordt het Evangelie naar zijn inhoud bepaald door datgene, wat er achter ligt en waarop het ziet en aansluit, in dit geval de Wet Gods, de overtreding van die Wet en de gevolgen van die. — Het Evangelie heeft slechts zin in verband met die Wet Gods en de schuld der overtreding en haar gevolgen, die daarmee samenhangen. Daarom zullen we nooit recht inzicht hebben in het Evangelie, indien we geen recht inzicht hebben in de Wet Gods. Zo luidt dan ook onze vierde stelling :

4. De Wet is de uitdrukking van Gods eeuwige wil en wezen. Daarom gaat het om handhaving van deze Wet, en verkondigt het Evangelie niet anders dan herstel van de rechte functionering van de Wet in het leven des mensen. Dienovereenkomstig is de Wet eeuwig, doch het Evangelie tijdelijk.

Het gaat in de openbaring Gods derhalve niet allereerst om het Evangelie, maar om de Wet Gods.

De mens is immer geneigd van zichzelf uit te denken. De Schrift leert echter van God uit — theologisch — te denken.

Dan moeten we echter allereerst terecht komen bij de heilige Wet Gods, die immers uitdrukking is van Gods Wezen en wil. Die Wet is aan de mens, die naar Gods beeld geschapen is, als de levenswet gegeven. De rechte functionering van de Wet in het leven van de mens is door de zondeval verwoest, doch moet, zal de mens weer rusten als Gods pronkstuk aan Zijn Vaderhart, weer worden hersteld. Adam had vóór de val de Wet in zijn hart geschreven ; bij de gelovige wordt zij weer op de tafelen zijns harten gegrift door de Heilige Geest ; en in de heerlijkheid zullen allen wandelen naar des Heeren Wet.

Met het oog op het herstel van de rechte functionering van de Wet in des mensen bestaan, ontvangt nu het Evangelie, de blijde boodschap van het heil der verzoening en der vernieuwing in en door Christus, zijn plaats.

Het Evangelie is er dus óm de Wet Gods. Het heeft zijn zalige functie te verrichten tot herstel van de Wet. Dienovereenkomstig is, hoe vreemd het ook klinken moge, het Evangelie tijdelijk, terwijl de Wet eeuwig is. ^) D.w.z. de functie van het Evangelie is tijdelijk, niet vanzelf de uitwerking en de vrucht er van.

Men mag hiertegen niet inbrengen, dat toch in de heerlijkheid het Lam wordt aangebeden en het lied der verlosten klinkt : Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie (Openb. 5 vs. 9), want immers wordt deze hemelse lofprijzing zuiver bepaald door het waarom en waartoe, wat dan ook blijkt uit hetgeen terstond volgt : En Gij hebt ons Gode gemaakt tot koningen en priesteren ; en wij zullen als koningen heersen op de aarde (vs. 10). Het Evangelie is dus uiteindelijk gericht op de rechte functionering van de Wet.

Het is met name dr. Kohlbrugge juist, die daarop met alle nadruk gewezen heeft. In het voorwoord op „De Leer des Heils" van Kohlbrugge, uitgegeven in 1903 te Elberfeld, schrijft B. Lütge terecht : Altijd weer onderwees onze leermeester met nadruk, dat de sleutel tot het verstaan van het Woord Gods en dus het uitgangspunt van de ware theologie ligt: in de erkenning van de Wet Gods.

Het gaat bij Kohlbrugge inderdaad van begin tot eind om de Wet Gods, met welke hij tot het laatste toe volle ernst maakt. De Wet moet vervuld tot op de laatste tittel, in haar volle geestelijke diepte. Dat geschiedt in Christus en in Zijn Geest, geheel en volkomen. Deze gedachte beheerst van de eerste tot de laatste bladzijde het boekje. De kern vinden we in vraag en antwoord 159 en 160 : Wat is dus in weinig woorden uw leer van de Wet ? — De Wet is de zichtbare vertegenwoordigster Gods op aarde. Alleen uit de Wet der tien geboden kunnen we Zijn wil kennen en hebben daarnaar onze handel en wandel te richten. De Wet moet derhalve hoog geëerd en gehandhaafd blijven in de Gemeente. Daarom echter moeten wij, omdat wij mensen en zondaren zijn, algeheel afstand gedaan hebben van onze waan, als zouden wij ook maar een enig gebod van de Wet kunnen vervullen, en moeten we geheel in Christus gevonden zijn, opdat de Wet niet geschonden worde, maar in waarheid bij ons vervuld worde. — Wat is wel de gevaarlijkste dwaling in verband met de Wet? — Dat de mens meent, als zou het er niet zo nauw op aankomen, en dat hij dan terwille van zijn buik en ijdel genot en om door de wereld te komen meent, van de Wet zo veel te mogen afdoen of er aan toe te voegen, als in zijn omstandigheid past, — waarbij hij zich dan vleit met het geloof, met de barmhartigheid Gods en met de verdienste van Christus.

Dat mogen we ons allen voor gezegd houden, maar inzonderheid toch ook wel de aanhangers der nieuwere theologie, die zich zo gaarne, o.i. ten onrechte, op Kohlbrugge beroepen.

Bij dit ons pogen de rechte verhouding van Wet en Evangelie tot elkander ons voor ogen te stellen, hoeden we ons er echter uitdrukkelijk voor Wet en Evangelie van elkander te scheiden. Slechts ónderscheiden we ze nadrukke­lijk van elkander.

(Wordt vervolgd).


1) Dr. H. Bavinck, Ger. Dogm. 3e dr. IV, blz. 498

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WET EN EVANGELIE, IN VERBAND MET DE CHRISTOLOGIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's