DE DOOD VAN AÄRON
En Mozes trok Aaron zijn klederen uit, en hij trok ze zijn zoon Eleazar aan ; en Aaron stierf aldaar op de hoogte van die berg. Numeri 20 vs. 28.
Aaron mocht het Heilige Land niet binnengaan. Wat zal hij vurig verlangd hebben om toch de Jordaan te mogen overtrekken en aanschouwer te mogen wezen van het opslaan van de tabernakel aan gene zijde der rivier.
Maar neen, de Heere was onverbiddelijk.
Lezers, ik zie er het bewijs in, dat God het nauw neemt met Zijn eer.
Maar ik hoor u vragen, wat dan toch de reden is geweest, waarom deze grijsaard, die reeds zo oud was, zijn hoop niet verwezenlijkt zag.
Gij kent de geschiedenis van de murmureringen van de kinderen Israels bij Meriba.
Weer hadden ze geen water. Mens en dier dreigden van dorst te versmachten in de woestijn.
Inplaats van echter tot God om hulp te smeken en met hun dorst de toevlucht tot Hem te nemen, begonnen ze te murmureren tegen Mozes en Aaron.
„Och, of wij de geest hadden gegeven toen onze broeders voor het aangezicht des Heeren de geest gaven", zo riepen ze uit.
En Mozes en Aaron vielen neder op hun aangezichten voor de deur van de tent der samenkomst, alwaar de heerlijkheid des Heeren hun verscheen.
Daar hoort Mozes uit des Heeren mond, dat hij zijn staf moest nemen en samen met Aaron de kinderen Israels moest verzamelen bij de steenrots en dat hij tot de steenrots moest spreken, opdat er water uit zou voortvloeien.
Ge weet de afloop : Mozes en Aaron werden wederspannig. Ze geloofden niet in de liefde Gods. In hun boze drift spraken ze niet tot de steenrots, maar tot tweemaal toe sloegen ze er op, het uitroepend: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots voortbrengen?
De Heere laat nooit met Zich spotten.
Dit vergrijp, terwijl ze in de uitoefening van hun ambt stonden, kon onmogelijk ongestraft blijven. Mozes en Aaron moesten ook in de woestijn sterven. Ze zouden het land Kanaan niet mogen binnengaan.
Stellig heeft Aaron zich onder het recht willen buigen. Hij, van wien wij lezen, dat hij stil zweeg, toen hem in één ogenblik twee zonen ontvielen, die door het hemelvuur werden getroffen, toen ze bezig waren vreemd vuur op het altaar te brengen, zweeg ook nu.
Wat moet het een roerend afscheid geweest zijn, toen Aaron zich opmaakte om met Mozes en Eleazar de berg te beklimmen.
Streng was het recht Gods voor Aaron, maar niet minder Zijn oneindige liefde. Tot aan de avond van zijn leven was hij krachtig gebleven. Ja, zelfs na het droeve voorval bij Kades, was zijn kracht niet gebroken.
Nog was zijn hand niet verslapt om te zegenen. Zijn adem was niet verkort om de berg te beklimmen. De overtocht naar het eeuwigheidsland over de Jordaan des doods, zou maar kort voor hem wezen.
Wat een voorrecht, dat hij niet alléén de berg behoefde te beklimmen. Zijn geliefde broeder en zijn zoon, die hem zo na aan het hart lag, waren bij hem.
Welk een voorrecht, dat God hem vóór Mozes weg zou nemen. Het zou niet mee zijn gevallen, als hij, de stokoude grijsaard, had moeten dienen onder Jozua, de nog jeugdige opvolger van zijn broeder.
Maar bovenal is het zo heerlijk, dat de grote liefde Gods zo in hem geopenbaard was in zijn leven, dat Aaron het mocht weten, dat sterven gewin was. Aaron ging naar huis, naar het eeuwig Vaderhuis !
En toen kwam er een aangrijpend ogenblik. Mozes verzocht hem zijn hogepriesterlijk gewaad af te leggen. Dat mooie hemelse blauwe kleed met de belletjes, de efod, die nog vast om de schouders sloot; de prachtige hoed met de gouden plaat, waarop stond geschreven „de heiligheid des Heeren".
En ziet, toen werden Eleazar de hogepriesterlijke klederen aangetrokken. Hij zou hogepriester wezen in zijns vaders plaats. Aaron sterft ambteloos. Wij moeten in ons sterven, evenals Aaron, al onze heerlijkheid afleggen. In de ure van ons scheiden van deze aarde vallen alle rangen en titels weg.
Maar wat ook mag wegvallen, het hogepriesterschap blijft. Geen dag mag Israël zonder hogepriester blijven. Immers elke dag worden er nieuwe zonden aan de oude toegevoegd. Is het niet met de daad, dan met het woord. Is het niet met het woord, dan met de gedachten.
Ieder jaar moest de hogepriester met het bloed van het lam het binnenste heiligdom binnen gaan om verzoening te doen voor de zonden des volks.
Telkens moest de hogepriester als voorbidder voor een zondig volk tussenbeide treden bij de Vader.
ledere keer moest de hogepriester de handen zegenend uitbreiden over de vergadering Israels : De Heere zegene u en Hij behoede u ; de Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig ; de Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.
Maar als straks aan de laatste hogepriester op Golgotha's kruisheuvel de klederen van de schouders worden gerukt en Hij naakt aan het vloekhout de doodsnik geeft, houdt Hij niet op met hogepriester te wezen. Neen, dan blijft Hij in die doorgang van Zijn lijden de hogepriester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Dan scheurt het voorhangsel des tempels in tweeën, opdat de toegang geopend zou worden voor arme zondaren naar Gods eeuwig Vaderhart.
Gelukkig, die leert begeren om niet slechts met Aaron zalig te sterven, maar ook heilig als Aaron te leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's