De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN

3 minuten leestijd

Naar aanleiding van hetgeen in , , De Waarheidsvriend" is geschreven over bovengenoemd ontwerp zou ik gaarne nog enkele opmerkingen willen maken. Allereerst iets over de beruchte f 500.—.

In zijn tweede artikel over het Ontwerp zegt de schrijver : „Er worden minima gesteld maar ook maxima. Wat een gemeente aan haar predikant meer dan ƒ 500.— boven het minimum uitkeert, wordt hem ingehouden op hetgeen hij aan verhogingen en kindergelden moet ontvangen van de centrale kas".

Deze bewering is onjuist. Dit staat niet in het Ontwerp. In art. 20 lid 6 staat dat indien en voorzover de opbrengst van de bronnen aangegeven in het zevende lid van art. 19 het voor die standplaats geldende minimum-aanvangswedde meer dan ƒ 500.— te boven gaat, dat meerdere geacht wordt door hem naar diensttijd en kindertal te zijn genoten en hem op zijn uitkering uit de Centrale kas gekort wordt.

In het bewuste art. 19 lid 7 staat dat de inning van het Rijkstraktement, de netto opbrengst der pastoralia en de opbrengst van andere krachtens de ligger aan de predikant(splaats) toekomende inkomsten door de predikant gedelegeerd wordt aan het college van Kerkvoogden.

Het is duidelijk, dat hier nooit bedoeld kunnen zijn met de andere inkomsten, toelagen van de kerkvoogdij. Immers de inning van gelden, die men van de Kerkvoogdij ontvangt, kan men onmogelijk aan de Kerkvoogdij delegeren. Met deze andere inkomsten worden bedoeld inkomsten uit vicarie goederen, kosterij goederen, inkomsten van polders of ambachtsheren dus inkomsten van derden.

De Kerkvoogdij is aan geen enkel maximum door deze bepaling gebonden. Lieb Vaterland kan ruhig sein !

Veeleer zie ik gevaar in art. 16 lid 1, Hier kon de zoete rust wel eens door verstoord worden. Hier is immers sprake van de verklaring van de Prov. Kerkvoogdij Commissie, dat deze de gemeente in staat acht de krachtens de ligger op haar rustende verplichtingen inzake traktement en pensionnering na te komen, zonder dat dit geschiedt ten koste van hare andere verplichtingen, inzonderheid ook van die welke betrekking hebben op een regelmatig en redelijk onderhoud van hare gebouwen en goederen. Hier wordt de gemeente aan banden gelegd. Worden dus door een of ander Reglement de gemeente verplichtingen opgelegd, dan zijn deze preferent boven hetgeen door de predikant boven zijn minimum wordt genoten. Hier kunnen we b.v. denken aan de bijdrage voor de Generale Kas. Hier gaat dus weer het algemeen belang prefereren boven de plaatselijke belangen. Hier ligt m.i. wel gevaar voor de hogere traktementen.

De bovengenoemde bepaling aangaande de korting is voor slechts enkele gemeenten van belang. Immers het zal wel sporadisch voorkomen dat een predikant uit Rijkstraktement en pastoralia meer dan ƒ 4460.— ontvangt, wanneer hij in een gemeente van de hoogste groep staat. Voor gemeenten ingedeeld in een lagere groep is dit bedrag natuurlijk hoger. De opbrengst van rijke pastoralia is door het hoge onderhoud van de gebouwen, de hoge Polder- en Grondlasten eerder gedaald dan hoger geworden.

Maar in het voorgestelde Ontwerp ligt de zaak juist veel gunstiger dan onder het thans vigerende Reglement. Volgens art. 30 al. 4 Reglement Predikantstraktementen wordt alles, wat men boven zijn minimum ontvangt gekort. Nu wordt voorgesteld een bedrag van ƒ 500.— vrij te laten. En dan moeten we niet vergeten, dat voor de invoering van de duurtetoeslagen in de hoogste klasse gekort werd wat men ontving boven de ƒ 2250.—. Dat bedrag is nu verhoogd tot ƒ 4460.—. In plaats van te klagen over deze bepaling dienen we juist dankbaar voor deze wijziging te zijn, die juist een tegemoetkoming is aan de in onze kring levende bezwaren tegen deze korting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's