IN DE VERHEFFING DER JORDAAN
Diepe ontroering en grote bewogenheid vervulde op 1 Februari en de dagen daarop volgende ons aller hart. Wie zou niet ontroerd worden, wie zou niet bewogen worden, bij het horen en aanschouwen van zoveel leed ?
Hoe werd dijk na dijk doorbroken, polder na polder met woest geweld overstroomd, kwamen huizen en gemeenten diep in het water te staan en als gevolg van dit alles : een zee van ellende over mens en dier.
Met het uur steeg het aantal der omgekomen slachtoffers. De ene Jobstijding volgde de andere. De tientallen voegden zich samen tot een honderdtal, de honderdtallen vormden al spoedig een duizendtal, elfhonderd, twaalfhonderd, dertienhonderd, veertienhonderd en nog is het einde niet.
Om in Bijbelse taal te spreken : velen onzer landgenoten vertoefden midden in de verheffing der Jordaan.
En onder die getroffen landgenoten wisten we er zovelen die tot onze naaste geestverwanten behoren. In het rampgebied is de gereformeerde gezindheid, zowel in als buiten onze Herv. Kerk, immers ruim vertegenwoordigd ? En de banden die ons met deze mensen verbinden, werden inzonderheid in deze dagen wel sterk gevoeld.
De gebeden vermenigvuldigden. In het persoonlijk gebed, in de gebeden in huiselijke kring, op vergaderingen en in de samenkomsten der gemeenten werden alle landgenoten, doch inzonderheid toch ook degenen waarmede we zo nauw geestelijk verbonden zijn, aan de troon van Gods genade opgedragen. Aan die God, Wiens golven en baren met een machtige sprake over onze lage landen heen bruisten.
Ja, de beklemmende vraag rees : hoe zullen ze het maken in de verheffing van de Jordaan ? Het is immers betrekkelijk zo gemakkelijk te vertrouwen in een land van vrede, doch wanneer de oordelen Gods over ons koinen, die we toch in dit vreselijk gebeuren dat over ons land en volk gekomen is, hebben op te merken, wanneer de kastijdingen en beproevingen daar zijn, dan wordt het geestelijk leven beproefd. Dan gaat ook satan rond, die het influistert : zegen God en sterf.
Hoe zouden ze het maken in de verheffing van de Jordaan ?
We hebben terwijl we dit schrijven nog betrekkelijk weinig bijzonderheden kunnen horen betreffende de geestelijke gesteldheid, waarin men tijdens deze verheffing der Jordaan heeft vertoefd. Maar daar komt ons zojuist de 's-Gravenhaagse Kerkbode in handen, waarin een en ander verteld wordt over de evacué's, die in de Haagse dierentuin aanvankelijk werden ondergebracht. En bij het lezen van enige zinsneden zijn we weer ontroerd en bewogen geworden. Doch nu van blijdschap en we hebben God gedankt toen we lazen wat ds. Wormgoor daarvan o.a. schreef :
, , En wat een prachtmensen die daar uit de noodgebieden binnen kwamen ! Geen klacht hebben ze geuit. Geen verbitterd woord is er gesproken. Veeleer nog woorden van dankbaarheid, van dank aan God, Die het leven spaarde. Zo'n grote Stellendamse visser zei het vanmiddag nog tegen me, terwijl de ontbering hem nog van het gezicht te lezen viel en hij een verhaal deed van grote nood waarin hij verkeerde en van alle bezit dat verloren ging : Maar dominé : God is goed.
Wat een genade, in zulke omstandigheden zo te kunnen spreken. En zo sprak niet deze man alleen. Zo spraken er velen. En als ze het niet zeiden met woorden dan toonde hun daad het dat het alles nog goed was tussen hen en God."
En ds. Gall schreef :
, , We weten dat er juist velen op deze eilanden zijn, die zich het geloof niet durven toeëigenen. In de bekommernis blijven ze gevangen. Maar in het uur van het gevaar was het geloof doorgebroken. Toen hadden ze gezegd : , , Als ik omringd door tegenspoed bezwijken moet schenkt Gij mij leven". In het gesprek kregen Bijbelteksten een nieuwe klank. De woorden van Job kwamen naar voren : De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd. En : zouden wij het goede uit de hand des Heeren ontvangen en het kwade niet ?
Deze mensen kennen hun Bijbel. Er was een man, die alles kwijt was. Het eerste waar hij om vroeg waren een Bijbel en een Psalmboek. Hoe schril steekt hierbij af de weinige Bijbelkennis, die er bij de gemeenten in de grote steden gevonden wordt. Daarom heeft het geloof hier vaak zo weinig ruggegraat. Het blijft teveel een cirkelen om eigen gedachtenwereld. Hier vonden we dat stoere Calvinisme, dat voor ons volk de eeuwen door, ook in de tachtigjarige worsteling, de oerbron van hun kracht geweest is. Wat goed is het die Bijbel te kennen ! In gewone dagen leren wij, wat er in de Bijbel staat. In tijden van nood past de Heere door Zijn Geest het op onze harten toe.
Met een diepe dankbaarheid hebben we mogen zien, hoe deze dingen nog onder ons volk leven. Ik wilde wel, dat menig schrijver, die van het Protestantisme alleen maar lelijke dingen weet te vertellen, daar aanwezig was geweest. Ze gingen zo langzaam, het is een benepen zaakje. Het zijn zulke Farizeërs en al die dingen meer. Door de nood werden deze mensen boven zichzelf uitgetild en bleek het, wat hun geloof waard was. Een geloof soms Oud-Testamentisch geladen. Zeker, maar dan toch een zich overgeven aan Gods hand.
We waren in het evacuatiecentrum in de Dierentuin de enigen niet, die het zo zagen. Ook menig ambtenaar van het stadhuis en spontane helpers van het Rode Kruis viel dit op. Wij weten, dat er zijn geweest, die zich vol verbazing afvroegen : , , Wat hebben deze mensen toch, dat ons ontbreekt !" En schuchter kwam hier en daar de gedachte om de hoek : , , Hoe kunnen wij dit krijgen ? " Stadsmensen zijn maar al te geneigd op mensen van het dorp neer te zien. Maar hier hebben zij ons allen een geduchte en een heilzame les gegeven.
Zo hebben we daar toch goede uren gehad. We hebben gezien dat de Heere de Zijnen niet vergeet en zelfs door het donker van de moeilijkste omstandigheden het licht van Zijn aangezicht doorbreekt !"
Deze getuigenissen over de evacué's verblijden ons. Er werd iets aanschouwd van de kracht van het gereformeerd protestantisme, dat vaak zo zeer verguisd wordt. Een kracht, waarvan het geheim ligt in het klein zijn voor God en in het diep buigen voor Zijn Woord.
Moge de ramp, die over ons gegaan is, ons allen tot verootmoediging brengen en ons voor het eerst of bij vernieuwing doen vragen naar de oude paden. Op deze paden toch wordt de kracht der godzaligheid ervaren en betoond. Gode ter verheerlijking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's