ONDERWIJS
Zuid-Afrika (Transvaal)
III.
Onder President Pretorius had de Volksraad een onderwijsstelsel gehandhaafd, dat tot op zekere hoogte overeenstemde met de elementaire behoeften der Boerenbevolking.
Evenals de Aartsvaders in het Oude Testament leidden de Transvaalse voortrekkers een eenvoudig en vreedzaam bestaan, onberoerd door de spanningen van het wijde wereldleven.
Maar de tijd kwam, dat politieke gisting ontstond en deze werkte zo snel door, dat de oorspronkelijke rust der bevolking er door verstoord werd. Toen achtten de Boeren hun duur gekochte vrijheid niet langer veilig onder de hoede van een ongeletterde medeburger.
Een nieuwe President moest aan het hoofd der republiek komen, één, die in staat was, om in de onderhandelingen met ervaren Britse diplomaten zijn eigen standpunt te handhaven. In dit critieke stadium werd de Kaapse oud-minister van Eredienst, Thomas F. Burgers, tot President der Zuidafrikaanse Republiek gekozen (1872).
Onmiddellijk na zijn optreden als zodanig bleek dat de nieuwe President een betere regeling van het onderwijs dringend noodzakelijk achtte. Hij droeg aan een commissie van 5 op, een schema te ontwerpen voor Staatsonderwijs in nationale zin. Het rapport van deze commissie — het eerste in de Transvaal — was van grote invloed op de ordonnantie van het onderwijs die door President Burgers in 1874 werd uitgevaardigd. Bij deze verordening werd de centrale autoriteit in handen gelegd van één man, met de titel van Superintendent van opvoeding en onderwijs. Deze stond onmiddellijk onder de Regering. Plaatselijk werden schoolcommissies ingesteld, onder voorzitterschap van 'n landdrost of 'n veldkornet. Zij moesten het onderwijs in de districten zoveel mogelijk bevorderen. Voorlopige maatregelen werden genomen voor het stichten van een hogeschool te Pretoria (wij zouden dat een gymnasium noemen). Daar zouden burgerlijke ambtenaren en onderwijzers worden opgeleid. Eveneens zou met de inrichting van een museum, een bibliotheek en een plantentuin worden begonnen.
Een apart besluit regelde het Godsdienstonderwijs. Daarin werd bepaald, dat dit onderwijs moest gegeven worden na de gewone schooluren. Bij het uitvaardigen van dit besluit dacht de Volksraad alleen aan dogmatisch onderwijs, immers de „Burgers Ordonnantie" had duidelijk bepaald, dat in iedere school de Bijbel moest gelezen worden en de Bijbelse Geschiedenis moest verteld worden, onder de gewone schooltijden.
Vanwaar dan deze , , tweeheid"? Het is duidelijk, dat President Burgers een man was van liberale, van , , verlichte" denkbeelden. Hij wenste onderwijs en opvoeding in de Transvaal vooruit te brengen en wel zó, dat het de vergelijking met de Europese landen en vooral met Holland kon doorstaan. En wij kennen de „verlichte" denkbeelden van de Nederlandse psedagogen uit die tijd!
Wars van alle belijndheid moest er een Christendom zijn boven geloofsverdeeldheid. Dat namen de Transvaalse Boeren echter niet. Zij waren van oordeel, dat opvoeding en onderwijs moeten gebouwd worden op de grondslag van het Woord van God. Vandaar dat zij van de aanvang af sterk wantrouwend stonden tegenover de godsdienstige grondbeginselen van Burgers en van zijn ordonnantie. Dit werd nog erger, toen de President, die eerst niemand kon vinden voor de belangrijke post van superintendent, in 1876 een Nederlander bereid vond om deze functie te aanvaarden. Het was mr. W. J. van Gorkum, die uit Holland overkwam, vergezeld van nog enkele andere personen. Niet, dat de Transvaalse bevolking tegen hen bezwaar had als Hollanders, och neen, in de loop der jaren had menig Nederlander ook bij het onderwijs in de Transvaal belangrijke diensten bewezen. De oppositie werd hierom groter, omdat al deze nieuw aangekomenen dezelfde „verlichte" denkbeelden hadden als de President. Niettemin werd de Ordonnantie als wet ingevoerd. Achttien plaatselijke schoolcommissies werden gevormd, de eerste hoge school werd geopend en een begin werd gemaakt met het museum, de bibliotheek en de plantentuin. De Superintendent heeft weinig kunnen, doen ter bevordering van het onderwijs. Het algemeen wantrouwen was daarvan voor een groot deel de oorzaak. Maar ook de omstandigheid, dat hij slechts kort zijn ambt heeft bekleed. In 1877 werd de Transvaal door Groot-Brittannië geannexeerd en in 1878 nam mr. Van Gorkum zijn ontslag. Het aantal leerlingen dat regelmatig een school bezocht was even onbevredigend als vóór zijn optreden. Het schoolbezoek in de Transvaal was vergeleken met andere delen van Zuid-Afrika zeer slecht. Er waren in totaal in de Republiek slechts 15 Staatsscholen met 442 leerlingen, dat was slechts 8% van het aantal kinderen in de school-leeftijd.
Hier en daar waren bijzondere scholen opgericht, waar Engels als voertaal werd gebruikt. En overigens werd op de afgelegen boerenhoeven onderwijs gegeven door rondreizende schoolmeesters of ook, wanneer deze ontbraken, door de vaders zelf, die hun kinderen het allernodigste van lezen, schrijven en rekenen trachtten bij te brengen. Dat door dit alles het onderwijs niet op hoog peil stond, is gemakkelijk te begrijpen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's