HOE MEN OVER ONS SCHRIJFT?
Voor mij ligt „De Kerkheraut", Mededelingenblad der Nederduits Hervormde Gemeente te Wormerveer.
De redactie wordt gevormd door ds. C. M. Veenhuysen en P. Hoekstra.
In het numnier van 23 Januari van deze Kerkbode komt een artikel voor, hetwelk tot titel draagt : „Stuurboord- Groen". „Wat wij lazen".
Ik begin met dit niet ondertekende artikel hetwelk, gezien de omlijning, wel als een hoofdartikel moet worden beschouwd, in zijn geheel over te nemen.
Dan kan elke lezer van de Waarheidsvriend van dit schunnige artikel ook eens kennis nemen en dan kan mij teminste later niet in de schoenen worden gewreven, dat ik uit het artikel maar enkele zinsneden zou hebben uitgekozen, die in mijn kraam te pas zouden komen, met verzwijging van de rest.
STUURBOORD-GROEN
Wat wij lazen
Te Utrecht vergaderde dezer dagen een aantal predikanten leden van de z.g.n. Gereformeerde Bond. Bedoeling dezer bijeenkomst bleek, om uiting te geven aan de ongerustheid welke in deze gelederen bestaat jegens de Nieuwe Kerkorde en wel vooral in dit opzicht als zou de belijdenis in de Nieuwe Kerkorde verwaarloosd wezen, terwijl men dienovereenkomstig allerlei bezwaren te berde brengt inzake het optreden der Synode.
Ook onder de oude reglementen heeft de Gereformeerde Bond steeds het isolement gekozen en het gebed van de Parizeer pleegt in zulke posities de leidende melodie te vormen. Wij zien als 't zo doorgaat de Bondsdominees vroeger of later de Hervormde Kerk nog eens verlaten, hetzij ze zullen proberen zich te doen opnemen in de Gereformeerde Kerk (waarmee wij de Gereformeerden tot ons leedwezen niet zouden kunnen feliciteren), hetzij men zal pogen een afzonderlijke kerkgemeenschap te stichten, waartoe hun mentaliteit inderdaad voorbeschikt is.
Intussen is het noch ons noch iemand anders ooit opgevallen, dat ds. Kievit van Woerden, ds. Van de Krift uit Katwijk en ds. Bloemsma van Bommel, alsmede een dier vele anderen die in Utrecht aan het woord kwamen, zoveel anders en beter zijn, als mens en predikant, dan diegenen welke door genoemden zo scherp onder het critische mes genomen worden. Wij hebben nog nimmer opgemerkt dat van de Katwijkse en Bommelse christenheid werkelijk iets groots en van geweldige getuigenis openbaar wordt metterdaad, hetgeen men elders mist. Soms het tegendeel.
Wij willen deze Bondsheren zeer ernstig adviseren om niet in hun isolement kracht en gezag proberen te vinden, want daar liggen ze niet. Indien men in dat kamp nu eens van goede wille werd en de Nieuwe Kerkorde, zoals ze daar ligt, als een goed instrument ging gebruiken, de ganse Kerk door. Want zij die het werkelijk goed menen met de Nederlandse Hervormde Kerk, vinden in de Kerkorde (welke wij ook heus niet onverdeeld bewonderen) in ieder geval meer dan genoeg om als betrouwbaar gereedschap mee te werken aan de bouw van het Koninkrijk der Hemelen op deze wereld.
Met die belijdenis komt 't wel in orde. Uiteindelijk blijft de confessie toch een formulering van menselijke vinding. Trouwens er staat in de Bijbel zelf een korte Belijdenis, n.l. I Timotheüs 3 : 16. Waar het om te doen is ? Om het zichtbaar getuigenis, om de grijpbare vruchten, om de daad, om het Apostolaat. Dat eindeloos wroeten om pasklare formules, bij wijze van wachtwoord, is te vergelijken met het bedrijf van een zonderlinge machinist, die de treinpassagiers breedvoerige theorie-lessen probeert te geven over dieselmotoren en seinwezen, tengevolge waarvan de trein al maar niet vertrekt en iedereen te laat komt. Welk een buitengewoon slecht voorbeeld bieden die theoretiserende, vergaderende Bondsdominees (plus hun jongste aanhang) aan hun gemeenteleden en hoe poken zij de gemoederen op van hun schaapkens, welke goeddeels niet bij machte zijn te verstaan waarom de herders zich zo druk maken, terwijl ze die drukte ook eigenlijk helemaal niet begeren.
Daarom : wanneer de weleerwaarde Kievitten en Van de Kriften e.t.q. zich eens mochten bezinnen en in stede van tegenstreven, de Synode zouden willen helpen en steunen in haar zware en omvangrijke opdracht! Ware dit niet beter en vromer dan de zomen der klederen zo breed te maken in het Dienstgebouw te Utrecht ?
Of, loyaal en bondig heengaan. Een derde weg is niet gegeven. Het zij mij vergund op dit artikel iets te antwoorden. De mij onbekende redacteur vertelt, dat er in Utrecht een vergadering heeft plaats gehad van een aantal predikanten leden van de „z.g.n. Gereformeerde Bond". Dit is, om te beginnen al niet juist. Er is door een aantal confessionele predikanten contact gezocht met een aantal predikanten van de Geref. Bond. Het waren deze predikanten, , die met elkaar in verband getreden zijn.
Deze kleine rectificatie is echter het ergste niet, wat ik heb op te merken.
Toen ik die woorden „z.g.n. Gereformeerde Bond" had gelezen, stond het al voor mij vast, dat er nog wel wat meer op volgen zou.
Het staat er zwart op wit ; , , het gebed van de Parizeer pleegt in zulke posities de leidende melodie te vormen."
Dat is wel een onbeschaamde en onbehoorlijke opmerking van de redactie van de Kerkbode van Wormerveer.
We worden dus vergeleken met de Farizeer. En dat deze vergelijking in de meest krasse zin is bedoeld, moge hieruit blijken, dat de schrijver tot zijn leedwezen de Gereformeerden niet zou kunnen feliciteren, als de gereformeerde bonders vandaag of morgen eens de Hervormde Kerk zouden verlaten. Ik kan het begrijpen, dat de Gereformeerde Kerken er niet op gesteld zouden zijn als volgens het oordeel van de Kerkbode van Wormerveer zulk een grote massa Farizeërs hun kerkdeuren zouden binnenstromen.
Waar een redacteur van een Kerkbode al geen leedwezen over draagt ! De schrijver gaat dan verder met op te merken, dat er van de Katwijkse en Bommelse christenheid werkelijk nimmer iets groots en van geweldige getuigenis metterdaad openbaar wordt, hetgeen men elders mist. Soms het tegendeel.
Blijkbaar heeft de schrijver als een soort superintendent de verschillende gemeenten eens gecontroleerd en hij komt nu tot de droeve conclusie dat het in sommige gevallen in die bonds- en confessionele gemeenten nog slechter is dan b.v. in vrijzinnige gemeenten.
De verheerlijking, waarin op dit punt het artikel uitloopt, gelijkt ook maar heel weinig op de gestalte van de tollenaar. In sommige gemeenten van de Geref. Bond is het in elk geval volgens de schrijver slechter dan in de gemeenten, die hij zelf bedoelt.
Voorts worden we opgewekt om de kerkorde te beschouwen als „een betrouwbaar gereedschap om er mee te werken aan de bouw van het koninkrijk der hemelen óp deze wereld".
Over de belijdenis behoeft men zich niet te bekommeren. Daar komt het wel mee in orde. Als men maar achter de kerkorde wil gaan staan.
Wat een droevig geluid ! Wat zouden we ons gaarne achter de nieuwe kerkorde hebben gesteld.
Helaas heeft de leiding van vrijzinnigen en midden-orthodoxie dat onmogelijk gemaakt.
En nu loopt ieder die met de confessie de Heilige Schrift als Gods Woord ontvangt en die gelooft, dat die Heilige Schrift in de belijdenis haar uitdrukking heeft gevonden, in deze dagen gevaar, voor een onruststoker uitgekraamd te worden.
De mensen, die opkomen voor de handhaving der leer van Schrift en belijdenis worden vergeleken met machinisten, die de trein ophouden.
We worden er voorts van beschuldigd dat we een slecht voorbeeld geven aan onze gemeenteleden. We poken de gemoederen van die eenvoudige schapen te veel op, terwijl ze die drukte ook eigenlijk helemaal niet begeren.
Hierop zou ik willen antwoorden : Medicijnmeester, genees u zelf.
Of zijn de schapen in Wormerveer er zo begerig naar om in hun Kerkbode zulk een onbeschaamde uiteenzetting te horen geven over predikanten, die nog willen vasthouden aan Schrift en belijdenis.
Naar aanleiding van de oproep tot bezinning aan Bondsheren, weleerwaarde Kievitten en Van de Kriften (de keuze van naam van de toegesprokenen laten we ook maar voor rekening van de schrijver) moeten we opmaken dat het de schrijver van dit artikel zelf ten enenmale aan bezinning ontbroken heeft.
Ook zijn verdere raadgevingen laten we maar rusten.
Op het slot van zijn artikel richten we echter nog eens onze aandacht.
Het houdt eigenlijk een dreiging in. Meewerken met de kerkorde of loyaal en bondig heengaan. Een derde weg is er volgens de schrijver niet.
Meezingen in het koor van hen die de nieuwe koers verheerlijken, moet men van ons nimmer verwachten. Ook niet ai lopen we gevaar om voor Parizeen en schijnheiligen te worden aangezien.
Ook is er geen haar van ons hoofd wat denkt aan afscheiding.
We blijven de kerk onzer vaderen lief hebben en blijven haar terugroepen tot de handhaving der belijdenis.
Dat blijven terugroepen naar de oude paden is voor ons de derde weg.
We zouden liever dit onwaardige artikel niet hebben overgenomen. Het is niet waard om te worden weerlegd. We hebben er echter melding van gemaakt opdat degenen, die nog vragen naar de leer van Schrift en Belijdenis zullen weten hoe er over hen gedacht wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's