ONDERWIJS
Zuid-Afrika (Transvaal)
V.
Het herstel der onafhankelijkheid van de Transvaal oefende grote politieke en culturele invloed uit op de bevolking. Onder de Afrikaners werden de grondslagen gelegd voor een nationale herleving die z'n hoogtepunt bereikte in de stichting van de Afrikaner-bond (in de Kaapkolonie).
Een van de invloedrijkste organisatoren hiervan was ds. S. J. du Toit, predikant bij de Ned. Herv. Kerk te N. Paarl. Als gevolg van het vele, dat hij gedaan had voor zijn blad , , Die Patriot" was hij reeds algemeen bekend als kampioen voor de rechten van zijn moedertaal. Hij mag met recht genoemd worden : de vader van de eerste Afrikaanse taalbeweging. Tijdens de annexatie-periode had hij met grote ijver de zaak der Transvaalse Boeren bepleit en het was dan ook zeer begrijpelijk, dat het Driemanschap Kruger-Joubert- Pretorius hem uitnodigde om verdere diensten te bewijzen en op te treden als Superintendent (Directeur) van het Onderwijs in de Transvaal. Alvorens hierop in te gaan, stelde hij enkele voorwaarden. De belangrijkste van deze voorwaarden was, dat de regering toestemming zou geven tot een onderwijspolitiek, die in menig opzicht totaal afweek van de tot dusver in de Transvaal gevolgde. De Volksraad ging accoord met Du Toit's inzichten en daarop werd in 1882 een nieuwe onderwijswet aangenomen, die kort en goed als beginsel had : De Bijzondere School regel, de Staatsschool uitzondering. Hierbij behoorde dan een uitgewerkte subsidieregeling voor de Bijzondere Scholen. Reeds in de Kaapkolonie had Du Toit er met een aantal andere predikanten de nadruk op gelegd, dat de school aan de ouders behoorde en dat de Staat slechts regelend moest optreden en voor die regeling nadere bepalingen moest maken. Dit principe had echter in de Kaapkolonie geen erkenning gevonden. In de Zuid-Afrikaanse Republiek echter kreeg Du Toit nu de gelegenheid dit beginsel in de practijk uit te werken en toe te passen.
Naar zijn diepste overtuiging behoorden onderwijs en opvoeding te geschieden op godsdienstige grondslag, maar de zuiver dogmatische kwesties moesten aan de kerk worden overgelaten. De volksschool doceert geen dogmatiek !
Als voertaal bij het onderwijs aanvaardde hij aanvankelijk alléén Nederlands, in directe tegenstelling met de vroegere wetgeving, die ook Engels als zodanig erkende. Men proeft hier duidelijk de kampioen voor de Nederlandse taal (het Afrikaans).
De jaarlijkse subsidie voor de lagere scholen werd vastgesteld op £ 3 per leerling en voor de scholen met uitgebreid onderwijs op £ 5 per leerling. Een extra toelage werd uitgekeerd aan onderwijzers, die bijzonder goed hun werk deden. De subsidie voor arme leerlingen werd verdubbeld; blijkbaar was dit een gevolg hiervan dat deze geen schoolgeld inbrachten.
Met grote, onvermoeide energie, die trouwens al zijn werk kenmerkte, reorganiseerde ds. Du Toit het onderwijs in de Republiek. Weken lang was hij op reis door het hele land. Hij richtte schoolcommissies op, opende scholen, inspecteerde de bestaande, regelde de financiën voor het onderwijs, diende adressen in bij de regering, legde geschillen bij en dan vond hij nog tijd om Zondags vóór te gaan in de dienst des Woords.
De vooruitgang was dan ook verbazend groot. In 1890 was het aantal scholen geklommen tot 300 met ongeveer 7000 leerlingen. Daarvan waren 34 scholen in de steden, zodat toen op het platteland reeds 266 scholen waren gevestigd.
Het bleef, vooral bij de grote toename der scholen, uiterst moeilijk een voldoend aantal geschikte onderwijzers te vinden.
Er kwamen er enkelen uit de Kaapkolonie en anderen uit Nederland, maar het aanbod was veel kleiner dan de vraag. Om dit tekort weg te werken, werd in Pretoria een inrichting geopend tot opleiding van onderwijzers en burgerlijke ambtenaren (1883).
Reeds in 1889 stelde de Volksraad geld beschikbaar voor de stichting van een universiteit in Pretoria, maar de tijd was hier nauwelijks rijp voor. Toch is dit een treffend bewijs van de algemene vooruitgang van het onderwijs in de Zuid-Afrikaanse Republiek.
Behalve onderwijs was er nog heel wat meer, dat de belangstelling had van de Superintendent : politiek, journalistiek, religie, financiën, dit alles interesseerde hem in gelijke mate. In 1883 ging hij met President" Kruger en Generaal Smit naar Europa als lid van een politieke deputatie.
Het is te begrijpen, dat zulk een grote verscheidenheid van interesse wel eens wrijving met de regering veroorzaakte. De verhoudingen werden op de duur moeilijk en de ontslagname van Du Toit in 1890 was de regering eigenlijk welkom als een geschikte oplossing van velerlei moeilijkheden.
Intussen had ds. Du Toit dan toch een stelsel van onderwijs en opvoeding ingevoerd, dat niet alleen uitging van de verantwoordelijkheid der ouders voor het onderwijs hunner kinderen, maar dat ej ook op uit was om het verantwoordelijkheidsbesef bij hen meer bewust te doen worden en te doen toenemen. Hij had de weg gewezen en gebaand, dat op de scholen met de godsdienst, de taal en de tradities van het Boerenvolk op bevredigende wijze werd rekening gehouden. Hierin lag de grondslag en het zaad van een gezonde nationale ontwikkeling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's