De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GETHSEMANÉ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GETHSEMANÉ

5 minuten leestijd

Toen zeide Hij tot hen : Mijn ziel is geheel bedroefd, tot de dood loe : blijft hier en waakt met Mij. Mattheüs 26 vers 28.

Nadat de Heere Jezus met Zijn discipelen in de Paaszaal de lofzang had gezongen, is hij met hen henengegaan naar een plaats, genaamd Gethsemané.

Wat moet dat een droeve tocht geweest zijn ! Judas was reeds op weg naar de Overpriesters om zijn Meester voor dertig zilverlingen te gaan verraden.

Tot al de overige discipelen komt nu de droeve voorspelling, dat ze in de komende nacht allen aan Hem zouden geërgerd worden.

Ja, er zou stellig in de komende nacht iets vreselijks gaan gebeuren. Door het dal Kedron spoedde zich nu de Meester met Zijn jongeren naar de Olijfberg. In de schone olijvenhof van Gethsemané placht Hij zo gaarne met hen te vertoeven. Ditmaal zou echter het verblijf in die hof niet een heerlijke verpozing zijn.

Neen, Gethsemané zou het toneel van een aangrijpende zielestrijd worden.

Acht discipelen liet de Heiland achter aan de ingang van de hof. Petrus, Jacobus en Johannes nam hij echter een eind verder mee in de hof. Dat waren diezelfde kroongetuigen, die er ook bij tegenwoordig geweest waren, toen Hij het dochterke van Jaïrus had opgewekt. En zij waren het ook, die door de Meester waren verkoren om Hem in Zijn heerlijkheid en in Zijn majesteit te aanschouwen op de top van de berg Thabor, toen Hij voor hen van gedaante werd veranderd.

Dit drietal zou nu getuige worden van Zijn diepe vernedering.

Want hoewel de Heiland zich een steenworp van hen afscheidde, waren ze toch nog wel dicht genoeg bij Hem om te zien bij het bleke maanlicht, wat er met de Meester gebeuren ging.

Ze zagen, dat Hij zeer bedroefd en beangst begon te worden.

Ziehier een tijdstip in Jezus' leven aangebroken, waarover velen zich hebben geërgerd. Men vindt eenvoudig, dat een held niet vrezen mag. Een held moet de gevaren in de ogen durven zien. Een held rrtoet desnoods de lont in het kruit durven te werpen om liever met zijn schip in de lucht te vliegen, dan in de handen van de vijand te vallen.

Men heeft gewezen op Socrates, die blijmoedig de gifbeker heeft gedronken. Wat heeft hij koelbloedig van zijn vrouw afscheid genomen. Wat heeft hij de kunst verstaan om de doodsangsten te verdringen.

Maar wat wijst men op oorlogshelden of philosophen. Kan het Christendom niet wijzen op zijn martelaren, die door de kracht van Christus blijmoedig de brandstapel hebben kunnen beklimmen? Hebben de martelaren op de brandstapels niet hun psalmen van geloof en vertrouwen kunnen zingen ? Nu is het waar, dat we van dat alles bij de worsteling van de Heere Jezus' in de hof van Gethsemané niets bemerken.

Maar weet dan ook dit, dat we hier te doen hebben met een geheel enige worsteling. De worsteling in Gethsemané is een zielestrijd van de Zoon des mensen.

Zie Hem daar worstelen met God, als de grote Borg en Middelaar. Zie Hem daar liggen op de aarde. Hij is een worm gelijk en geen man. De afgrond roept tot de afgrond bij al het gedruis van de watergoten.

Al de baren en de golven van de toorn Gods zijn over Hem heengegaan. Neen, het is hier niet Judas, de verrader, die Hem benauwt. Het is niet het smaden en honen van de Joden, wat Hem zo een smart aandoet. Het zijn niet de wonden in Zijn heilige han­den en voeten; het zijn niet de scherpe punten van de doornenkroon, die Zijn vlees nu reeds pijnigen.

Neen, in Gethsemané worstelt Hij met God, Zijn heilige Vader. In Gethsemané is ook de duivel, die zal beproeven om Hem door de gedachte aan de bitterheid van de beker van de lijdensweg terug te brengen.

Lezers, bedenkt het wel, dat de Zoon van God daar heeft geworsteld als de grote Borg en Middelaar, die beladen was met de zonden van allen, die door Hem zullen gezaligd worden.

Vergeet het - niet, dat er met recht in de brieven staat geschreven, dat God Dien, die geen zonde gekend heeft, tot zonde voor ons gemaakt heeft. Of wilt ge het uitgedrukt hebben met het bekende Oud Testamentische woord, luistert dan naar het woord van Jesaja, dat de Heere ons aller ongerechtigheid op Hem heeft doen aanlopen.

En ziet, nu heeft Zijn heilige, rechtvaardige Vader Zijn aangezicht voor Hem verborgen. Het scheen, dat de hemel als van koper was. De volle zwaarte van de toorn Gods tegen de zonde, door geen gemene gratie getemperd, drukt Hem op de schouders.

Dat maakte de Zoon des mensen zo geheel bedroefd, tot de dood toe. Daardoor dreigde Hij te zullen omkomen. Zalig, lezers, die met de dichter in de weg van bange zielsontdekking leert zingen:

Ik lag gekneld in banden van de dood, Daar d' angst der hel mij alle troost deed missen. Ik was benauwd, omringd door droefenissen. Maar riep de Heer' dus aan in al mijn nood.

Want Jesaja heeft gezegd, sprekende van die grote Borg en Middelaar, Jezus Christus: In al hun benauwdheden was ook Hij benauwd.

Hij heeft de last des toorns van God tegen de zonde kunnen dragen, om al de Zijnen daarvan te verlossen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GETHSEMANÉ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's