De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN (II)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN (II)

3 minuten leestijd

Met de uiteenzetting, die in de Waarheidsvriend werd gegeven van art. 20 lid 8 kan ik mij in het geheel niet verenigen.

Het gaat hier over het geval, dat een Kerkvoogdij ophoudt te betalen aan de Centrale Kas en nu de uitkeringen, die de predikant van de Centrale Kas zou ontvangen aan de predikant betaalt.

Nu schrijft art. 20 lid 8 voor ; dat aan de predikant in korting gebracht wordt hetgeen hij over de tijd, dat de Kerkvoogdij niet betaalde, uit de gemeente heeft ontvangen.

Ik zie hierin geen enkel bezwaar. Immers was deze bepaling niet opgenomen, dan zou de predikant dubbel ontvangen.

De schrijver laat zich hierover echter als volgt uit:

„Deze steun aan een predikant kan ook van anderen komen dan van de kerkvoogdij. Het kan tijdelijke hulp zijn. En mijn criticus onderstelt, dat de Kerkvoogdij later toch betaalt aan de centrale kas. Maar als de Kerkvoogdij nu eens niet betaalt, of niet bij machte is te betalen. Of een accoord weet te treffen, als de predikant overleden is ? Dan hebben de erfgenamen misschien een vordering op de centrale kas maar de patiënt is overleden. De werkelijkheid in het leven kan hard zijn en men moet ook de ongunstige gevallen zich indenken. En al zou een predikant eens meer ontvangen dan waarop hij recht zou hebben, de centrale kas lijdt geen schade, wanneer de Kerkvoogdij haar aanslag betaalt. Met hetgeen een predikant misschien eens zou kunnen ontvangen boven zijn uitkeringen heeft de centrale kas zich niet te bemoeien. Dit zij interne aangelegenheden."

Bij dit gehele betoog wordt vergeten dat de predikant reeds zijn aandeel waarop hij recht heeft aan dienstjaren en kindergelden van de Kerkvoogdij heeft ontvangen. Hij komt dus geen cent te kort. Wanneer de Kerkvoogdij dus aan de Centrale kas weer gaat betalen, krijgt hij niets omdat hij zijn deel reeds van de Kerkvoogdij gehad heeft. Wanneer deze bepaling er niet was, zou iedere handige en niet al te eerlijke predikant zijn Kerkvoogdij kunnen ver­ zoeken de uitkeringen aan hem direct uit te betalen en de aanslag aan de Centrale Kas maar niet meer te voldoen. Dan kreeg hij later als de Kerkvoogdij noodgedwongen ging betalen nog eens hetzelfde bedrag van de Centrale Kas. Het is toch duidelijk, dat zulk een handelwijze zeer immoreel zou zijn. Het geval, dat de predikant overleden is, doet in dezen niet ter zake. De predikant heeft de verhogingen en kindergelden van de Kerkvoogdij gehad. Het zou toch wel schandalig zijn, wanneer de erfgenamen dan nog eens van de Centrale Kas konden vorderen, wat de erflater reeds had ontvangen van de Kerkvoogdij, ledere poging om zich te verzekeren van een dubbele uitkering moet worden verhinderd.

Het bevreemdt mij, dat niet werd gewezen op art. 20 lid 7. Als er van hardheid sprake is, dan is dit inderdaad hier het geval. Wanneer een gemeente nalatig is zijn aandeel aan de Centrale Kas te voldoen, kan de uitkering uit de Centrale Kas aan de predikant worden stopgezet. Hier wordt , , de zonde" der Kerkvoogdij aan de predikant gestraft. Dat is toch wel heel erg. Vermoedelijk, zal deze bepaling wel voortkomen uit de harde noodzaak. Ik vraag me af, of het niet beter zou zijn, dat alle predikanten dan maar gezamenlijk lijden door een lagere uitkering te ontvangen dan dat een enkele predikant de gehele last alleen te dragen krijgt. Als het practisch ook maar even mogelijk is, dient deze bepaling geschrapt te worden. En als ze blijft staan, worde ze toch zo clement mogelijk toegepast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET ONTWERP VAN EEN GENERALE REGELING VOOR DE PREDIKANTSTRACTEMENTEN (II)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's