DE DROOM ALS OPENBARINGSINSTRUMENT
VII.
Het beeld van Nebukadnezar.
Deze droom vertoont een geheel ander karakter dan de vorige, zoals reeds uit de symboliek kon blijken. Deze toch is niet ontleend aan de natuur, doch heeft een kunstmatig karakter.
Een ander punt van verschil is, dat Nebukadnezar weet, dat hij gedroomd heeft, maar hij is het droombeeld kwijt. Alleen een sterke emotie is hem bijgebleven. Hij is verslagen, een bewijs voor het feit, dat hij in de droomtoestand aan de indruk van de droom niet ontkomen is.
Eerst als Daniël het droombeeld leert kennen en derhalve dezelfde openbarende werking ondergaat, kan hij bij Nebukadnezar het beeld in de herinnering roepen.
Het technisch karakter van deze droomsymboliek verklaart zich echter duidelijk, - zó men bedenkt, dat God in dat beeld het werk van de mens tekent. Het wereldrijk en de heerschappij, welke de mens zich zelve wil oprichten, is niet anders dan een ijdele droomtechniek.
De materie, waaruit het beeld gemaakt is : goud, .zilver, koper, ijzer en leem, wijst echter weer op Gods scheppingswerk. De genoemde metalen symboliseren wederom goddelijke gaven en krachten. Goud en zilver komen veelvuldig voor als symbolen van geestelijke gaven: waarheid, wijsheid, gerechtigheid, zedelijke reinheid. ^*) Koper en ijzer verschijnen als een minderwaardig equivalent daarvoor. , , Voor koper zal ik goud brengen en voor ijzer zal ik zilver brengen", profeteert Jesaja (60 VS. 17). IJzer is het beeld van kracht.
Doch het leem is symbool der vergankelijkheid. „Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren".
Het beeld met het gouden hoofd staat op lemen voeten, is in vergankelijkheid opgericht, en al wat er schoons is aan het mensenwerk, is gave Gods en geen bezit van de mens, die stof is.
Door tussenkomst van de profeet Daniël openbaart de Heere aan Nebukadnezar, dat de mens zal voortgaan zijn rijk te bouwen, dat het allengs vermindert in heerlijkheid en dat het tenslotte vernietigd zal worden.
In deze droom is ook een oordeel over de mens uitgesproken: n.l. in de tekening van de afgehouwen steen. Treffend is deze symboliek, wijl de wondere steen, die het Koninkrijk Gods symboli seert, zo geheel past in het kader van het technische droombeeld, hetwelk verbrijzeld wordt. Doch ook hierin, dat het Koninkrijk Gods voor de hoogmoedige mens, die zich zijn vergankelijkheid niet bewust is voor God, slechts is als een steen der verbrijzeling.
In deze droomsymboliek openbaart zich iets van die heilige spot en verontwaardiging, waarvan ook de tweede Psalm getuigt: „Die in de hemel woont zal lachen; de Heere zal hen bespotten".
Hoe scherp spreekt een klein trekje als , , afgehouwen zonder handen", waarmede tegelijk het snelle, het wonderlijke, het onverwachte en geweldige van het gericht wordt uitgedrukt, dat in de verwarde tijd van het einde, des mensen heerlijkheid zal te niet doen.
Daartegenover verrijst het Koninkrijk Gods als een machtig bergmassief aan de gezichtseinder der hisorie.
Hoewel de droom in Nebükadnezars bewustzijn wordt geformeerd, en zijn rijk in het geheel der geschiedenis wordt geplaatst, blijft hij persoonlijk buiten de religieuse beleving van het oordeel ; in een volgende droom wordt dit anders.
(Wordt vervolgd).
*) Ps. 19 ; Spreuken 16 vs. 16 ; Job 28. Vgl. tabernakel en zijn gereedschap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's