De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„OOST NOCH WEST, NOCH ZANDWOESTIJN”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„OOST NOCH WEST, NOCH ZANDWOESTIJN”

5 minuten leestijd

III.

Legio zijn de bestrijders van het leerstuk der Goddelijke voorzienigheid. Het aantal dergenen die het niet meer van God verwachten, is onrustbarend groot. Hun verwachting, hetzij dit een optimistische of pessimistische is, hetzij dat ze verhoging of vernedering verwachten, is van het oosten of van het westen of van de zandwoestijn.

Het leerstuk der voorzienigheid Gods levert echter ook vaak strijd op in de harten dergenen, die de Heere vrezen. Gods gangen zijn immers dikwijls in de zee en Zijn voetstappen worden niet altijd bekend. Getuigen daarvan o. a. niet de psalmen, het boek Job en de Prediker? Gods leiding is niet zonder onderbreking zichtbaar. Het koren en de most dergenen die God niet vrezen, kunnen vaak vermenigvuldigd worden, terwijl de weg van Gods kinderen dikwerf een weg van moeite en zorgen is. Het geloof in de voorzienigheid Gods is daarom niet onbewogen of zonder spanning. Integendeel. Ook voor de gelovigen kunnen de problemen zich levensgroot in slagorde opstellen. Het kan gaan door storm en getij. En als dan de waakzaamheid en het gebed ontbreekt, wanneer de gemeenschap met God niet meer gekend wordt, dan, dan kan de satan soms wel eens een luisterend oor vinden als hij influistert : Waar is God op Wie gij bouwdet en aan Wie g'uw zaak betrouwdet ?

In verband met de voorzienigheid Gods zijn er dus niet alleen problemen aan de kant van de wereld, maar ook Gods kinderen kunnen met problemen te worstelen hebben.

Nu heeft men in de loop der tijden gepoogd, ziende op al deze problemen, op al het onverklaarbare voor het menselijke denken, de gangen van de Goddelijke voorzienigheid doorzichtig te maken. Met een vreemd woord noemt men dat de Theodicee. Men trachtte een bewijs te leveren dat het wereldbestuur Gods, ondanks alle kritiek die men er op meende te kunnen uitoefenen, ondanks alle raadselen die hierbij oprezen, toch heilig, goed en rechtvaardig kan worden genoemd.

Vanuit het menselijk denken wilde men God gaan rechtvaardigen. Op grond hiervan, vanuit het natuurlijk verstand dus, wilde men dan tot de slotsom komen dat God rechtvaardig is. Buiten het geloof is dit echter een onmogelijkheid. Het probleem van de Theodicee is zonder het geloof onoplosbaar. Alleen in het licht van Gods openbaring kan er rust gevonden worden in het bestuur Gods.

Het geloof komt niet tot een slotsom dat God rechtvaardig is, maar het begint met elke mogelijkheid van onrechtvaardigheid in God buiten te sluiten. De Heere is recht in al Zijn weg en werk. Dat is de taal des geloofs.

Is er onrechtvaardigheid in God ? , zo vraagt Paulus. En het antwoord luidt zo beslist mogelijk: in genen dele!

Het is dan ook niet onze roeping God te rechtvaardigen, doch wel om levende getuigen te zijn. Getuigen der Waarheid, zoals deze in Gods Woord is geopenbaard.

De ware belijdenis van Gods voorzienigheid ligt in het christelijk geloof verankerd. Hier ligt de oorsprong der zekerheid, van het vertrouwen op Gods leiding, van het weten dat noch oost noch west, noch zandwoestijn, geen noodlot of toeval ons leven regeren, doch alleen Hij, Die in Zijn ondoorgrondelijke voorzienigheid alle dingen onderhoudt en regeert.

Deze belijdenis is de stem van Gods levende kerk.

Gods kerk heeft bij het kruis gestaan. Daar heeft ze de bijzondere voorzienigheid Gods aanschouwd. Abraham heeft eens op de Moria tot zijn zoon gezegd : „de Heere zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon". En de Heere heeft daarin voorzien. Gods voorzienigheid ging hierbij dwars door de zonde van een Judas, van Overpriesters en Schriftgeleerden, van het Joodse volk heen. Hun verantwoordelijkheid voor hun zondige daden bleef, doch de Heere ging door dit alles heen de gang van Zijn voorzienigheid.

En het is alsof we Christus aan het kruis zien worstelen met het probleem der Godsregering, terwijl Hij het uitroept : , , Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? " In de kruisklacht verdwijnt de Vadernaam van Zijn lippen. De volheid van Gods toorn ontbrandt over Hem in de verlating aan het kruis.

God handhaaft Zijn recht. Maar aanbiddelijke barmhartigheid, in die handhaving van het recht, geeft Hij Zijn Zoon tot verzoening. God Zelf was in Christus de wereld met Zichzelve verzoenende. Nu kan er op de bange uitroep van schuldverslagen harten : , , Wie zal bestaan ? " het troostvolle antwoord gegeven worden : , , Maar bij U is vergeving !"

Uit de volheid van Christus wordt er ontvangen vergevende en wederbarende genade Gods. En allen die dit aan eigen hart ervaren, zullen door deze rijke ondervinding de leiding van Gods vaderhand gaan zien. Zij gaan de Goddelijke voorzienigheid aanschouwen in eigen leven en gaan belijden dat deze voorzienigheid zich ook uitstrekt over heel het wereldgebeuren heen.

God schrijft de historie. Hij, Die de Eerste en de Laatste is. Niettemin blijft de mens verantwoordelijk.

We kunnen God niet stap voor stap narekenen. Soms is Gods vinger, is Gods Hand duidelijk aanwijsbaar. Doch dikwijls is Zijn troon door wolken omgeven. En dit is zeker, wanneer het levend geloof en de wandel in Zijn wegen weg valt, dat dan ook de blik op het handelen Gods beneveld wordt.

Hoe minder geloof, hoe groter de problemen zich zullen voordoen. En hoe groter geloof, hoe minder men met die problemen zal te kampen hebben.

Het geloof in de voorzienigheid Gods strekt tot grote troost voor degenen die de Heere vrezen. Daarvan getuigt ook het wonderschone antwoord van de Heidelbergse Catechismus op vraag 27: „Wat verstaat Gij door de voorzienigheid Gods ? " Dat antwoord luidt immers : , , De almachtige en alom tegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen." (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„OOST NOCH WEST, NOCH ZANDWOESTIJN”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's