De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONDERWIJS

5 minuten leestijd

Zuid Afrika (Transvaal)

VI.

Toen ds. Du Toit ontslag nam als Directeur van het Onderwijs waren momenteel geen principiële hervormingen van het onderwijs meer nodig. Er was wel behoefte aan een sterke man, die geheel zijn aandacht kon wijden aan de doorvoering der regeling, die Du Toit had gemaakt. President en Volksraad vonden zo'n man in dr. N. Mansvelt, professor in het Nederlands aan de Victoria-universiteit van Stellenbosch. Hij was de kampioen geweest van de beweging, die leidde tot de oprichting van het Zuidafrikaanse Taalverbond. Zijn doctorstitel had hij , , eershalve" in Nederland ontvangen. In 1891 werd hij benoemd tot Directeur van Onderwijs en Opvoeding. Zijn schoolwet van 1892 voorzag in een stelselmatige regeling in 't bestuur, het toezicht en de financiering van Onderwijs en Opvoeding. Het Departement van Onderwijs nam een actief en belangrijk aandeel in het bestuur van het land en daardoor verkreeg het in grote mate het vertrouwen van de regering.

Het aantal inspecteurs werd vermeerderd tot zes. Hun taak was allesbehalve gemakkelijk. De grote afstanden maakten hun inspectiereizen erg moeilijk en vermoeiend. Gebrek aan bekwaamheid en geschiktheid van vele onderwijzers vermenigvuldigde het werk der inspecteurs. Het werd soms nodig zijn inspectie tot ieder kind individueel uit te strekken.

In dit alles volgde dr. Mansvelt een opbouwende politiek. Ofschoon hij z'n ambt slechts tien jaar uitoefende, van 1891—1900, is er geen ander tijdperk in de geschiedenis der republiek aan te wijzen, waarin meer tot stand kwam. Het onderwijs door het gehele land kwam op hoger niviau.

De leerboekjes, tot dusver alle uit Nederland betrokken, werden langzamerhand vervangen door andere, die in de Transvaal zelf waren geschreven. Aan inspecteurs, onderwijzers en schoolbesturen werden duidelijke voorschriften gegeven met betrekking tot het betalen der subsidies, het invullen van officiële rapporten en registers en het stichten van nieuwe scholen. De bedoeling was, om statistieken te verkrijgen, die betrouwbaar waren om verwerkt te worden in de jaarlijkse onderwijsverslagen. De toename van het onderwijs blijkt duidelijk uit de volgende getallen, die betrekking hebben op de gesubsidieerde scholen.

In 1892 waren er 484 scholen met 7932 leerlingen en in 1898 waren er 509 scholen met 13561 leerlingen. Waren de kosten in 1892 nog 34962 pond in 1898 was het totaalbedrag 90936 pond. Van de 13561 leerlingen in 1898 volgden 92 % het gewoon lager onderwijs, 7 % voortgezet onderwijs, terwijl 1 % het nog verder bracht. Het percentage voortgezet onderwijs was laag, vooral de 1 % van het hoogste schooltype is wel erg miniem. We moeten echter niet vergeten, dat door de grote behoefte aan arbeidskrachten bij de landbouw, de kinderen van het land reeds vroeg van school werden genomen. Dan was er ook nog het grote gebrek aan bevoegde onderwijzers.

Van de 836 leerkrachten in 1898 waren er 60 % die gediplomeerd waren. Ongeveer 300 waren Nederlanders, mannen en vrouwen die één waren geworden met het Transvaalse volk en trachtten de republiek te dienen in een echt Christelijke en loyale geest.

Zonder deze Nederlanders zou de ontwikkeling van het onderwijs onmogelijk zijn geweest.

Zuid-Afrika zelf had in die tijd gebrek aan een voldoend aantal mensen, die bereid waren om zich te wijden aan het onderwijs en de opvoeding. Dr Mansvelt gevoelde dit als een geweldige hinderpaal voor de stichting en opening van nieuwe scholen.

Geen wonder, dat hij er steeds op uit was om , , de zonen en dochters van de Transvaal" op te wekken zich te geven voor de opleiding bij het onderwijs. De aanvulling uit deze bron was echter te gering om in de behoefte aan leerkrachten te voorzien.

Met volle medewerking van dr Mansvelt en van de regering werd in 1894 een onderwijzers vereniging opgericht. 't Was de , , Transvaalse Onderwijzersvereniging", in de volksmond genoemd de , , T.O." Juist deze week hoorde ik door de Radio, dat deze , , T.O." ruim 300 pond had overgemaakt voor het Rampenfonds.

In artikel 1 van de Onderwijswet 1892 vinden we duidelijk aangegeven, wat de bedoeling was van dr Mansvelt en van welk principe hij daarbij uitging. Het luidde aldus :

, , De Regering van de Zuidafrikaanse Republiek, uitgaande van het beginsel, dat het in de eerste plaats de taak der ouders is om te zorgen voor onderwijs en opvoeding hunner kinderen, beperkt de taak van de staat in onderwijsaangelegenheden :

a. tot het aanmoedigen en steunen van het particulier initiatief door middel van subsidie i

b. tot het toezicht op de scholen om er zorg voor te dragen, dat de burgers de noodzakelijke Protestants-Christelijke opvoeding ontvangen ;

c. tot het stichten van een inrichting voor hoger onderwijs, in de eerste plaats met het oog op de opleiding van ambtenaren en onderwijzers."

De Regering had dus, volgens bovenstaande géén taak in het stichten van Staatsscholen voor Lager Onderwijs. Behoudens het toezicht werd verder het onderwijs gebracht onder de verantwoordelijkheid der ouders. Alleen nog de opleiding wilde het gouvernement zelf verzorgen en dit is alleszins te begrijpen als we letten op wat we van de ontwikkeling van het onderwijs verteld hebben. Er was nog geen enkele organisatie bij het onderwijs, die deze taak op zich had kunnen nemen.

Daar komt bij, dat men verzekerd kon zijn, dat, wat de hogere school, die voor ambtenaren en onderwijzers zou zorgen, als grondslag zou krijgen, in religieus opzicht niet zou verschillen van de scholen die van de ouders uitgingen. Daarvoor was borg, het principe, dat een Protestants-Christelijke opvoeding door de Staat werd verzekerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's