De nieuwe weg
FEUILLETON
Vervolgverhaal
door J. W. OOMS
Maar wel had hij dikwijls opzettelijk er over gesproken, dat Arend, die tot collectant in de kerk was benoemd en twee keer per Zondag aan de rechterkant van de kerk mocht hengelen — en aan die kant had ook Martijntje haar plaats — zo'n door en door flinke jonge kerel was.
Maar nu had Martijntje dus de omgang verbroken. Zomaar ineens, zonder er haar vader of moeder in te kennen. Dit was iets, dat hem kwaad maakte, hij was er deerlijk vergramd over. Hij had het gevoel, dat er een streep door zijn heimelijk gekoesterde wensen gehaald was.
En zo kreeg hij op deze dag dus twee bittere pillen te slikken. Eerst deze middag met die schipper over de nieuwe weg, die onherroepelijk zou komen; thans was het weer wat anders. Bart had zo vastelijk gemeend, in Arend Langerak later een deugdzame schoonzoon te krijgen, maar door Martijntjes kuren — want Bart achtte het onhebbelijke kuren van zijn dochter — was opeens alles veranderd.
Maar hij zou er niet in berusten, vast niet. Hij zon, terwijl hij rijvende was op zijn hooiland, reeds op woorden, die hij tot zijn dochter zeggen zou. Hij moest deze breuk weer krammen, Arend en Martijntje moesten een stel worden. Dat had hij zich destijds al voorgenomen en het was tot een vastigheid geworden in zijn gedachten.
Toen Bart Kooijman een paar uur later thuiskwam uit het hooiland, — de zon begon reeds naar de nevelige einder te zinken en de hitte van de dag was geweken •— zat zijn dochter boontjes te haren op de groengeverfde lattenbank met de gietijzeren poten, die onder een oude en vergroeide perelaar stond.
, , Ben je klaar gekomen met die kamp hooiland, vader ? " vroeg Martijntje belangstellend. Bart Kooijman gaf daar geen woord op.
De boer liep regelrecht het huis in, naar zijn vrouw, die in de koele kaaskamer bezig was om de kazen te keren. , , Heb jij er ook weet van, dat het uit is tussen Martijntje en Arend ? " informeerde hij. Zijn vrouw zag hem vol aan verbazing ,, Maar dat is toch zeker niet waar Bart ? " vroeg ze.
„Ja, 't is de zuivere waarheid. Arend heeft het me eigens verteld. De jongen is er helegaar van uit zijn doen. En ze heeft er nog stadse fratsen voor gebruikt ook, want ze heeft hem per brief laten weten, dat ze 't uit wou hebben."
„Wel, wel, wel. ... dat ze daar nog niets van gezegd heeft, " zei de boerin verwonderd. „Meestal is Martijntje toch heel niet zo erg op d'r eigen...."
't Zijn kuren van d'r, Neeltje. Kuren en anders niks. Maar Arend is er van streek door. En mij zint het ook niks."
, , Eigenlijk overvalt het me niet, " verklaarde de boerin. , , Achteraf moet ik zeggen, dat ik het heb zien groeien, Bart. Martijntje had niet de rechte zin meer in Arend".
, , Zit er een andere jongen achter ? " vroeg hij driftig. , , Een betere dan Arend Langerak zal ze nooit krijgen."
No. 7 (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's