De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MIJ DORST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MIJ DORST

8 minuten leestijd

Hierna Jezus wetende dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide : Mij dorst.

Ziel en lichaam zijn veel nauwer met elkaar verbonden, dan oppervlakkig gedacht wordt. David heeft het in de Psalmen meermalen uitgesproken, hoezeer zijn lichaam lijdt onder zijn geestelijke beproeving en aanvechting, en ieder gelovige kan het weten. Geestelijke beproeving en strijd legt een druk op ons, die het lichaam doet lijden ; geestelijke blijdschap verkwikt niet alleen de ziel, maar zegent ook ons lichaam ; vernieuwt ook onze lichaamskrachten.

Daarom mogen wij van de dorst, die Christus leed aan het kruis, niet zonder meer zeggen, dat deze dorst veroorzaakt werd door het lichamelijke lijden. Inderdaad, het is bekend, dat de kruiselingen ondraaglijke dorst moesten lijden. Terwijl de zon het lichaam kwelde en de koortsen het lichaam folterden, werd de ongelukkige gekweld door verschrikkelijke dorst. Zuiver lichamelijk is het dus al te verklaren, maar de ondraaglijke zielestrijd van Christus heeft ongetwijfeld ook in Zijn lichaam verwoestende sporen nagelaten, zodat het niet meer te dragen was.

En toch had Christus het tot nu toe gedragen. De wijn met edik gemengd, die Hem aan het begin was aangeboden, had Hij afgewezen. De lijdensdrinkbeker, die de Vader Hem zou geven — die wij Hem zouden geven door onze zonden — zou Hij geheel drinken. Al de vloek, al de toorn, al de straf der zonde zou Hij dragen, zodat wij nooit behoeven te vrezen, dat er één zonde vergeten is en één zonde onvergeeflijk zou zijn.

Zie hierin de grote, onverdiende liefde Gods. Zó lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf, en dan nog wel zó stierf, in zulk nameloos lijden.

Tot nog toe, reeds meer dan drie uren, heeft Jezus geleden, zonder enige verkwikking, maar nu is het niet meer te dragen. Nu spreekt Hij: , , Mij dorst". Maar, let nu goed op, Christus zegt dit nu niet, omdat het thans niet meer te dragen is, maar, omdat Hij weet dat nu alles volbracht is. Nu de zieleworsteling, nu het dragen van de toorn Gods voleindigd is, nu kan en mag Hij om drinken vragen. Daarom staat er : , , Jezus wetende, dat nu alles volbracht was, zeide: Mij dorst". Dit onderstreept nog eens extra, dat Jezus gehoorzaam geweest is tot het alleruiterste. Daarom kan Zijn volkomen gehoorzaamheid onze schuld ook zo volkomen bedekken.

Toch moeten wij er voor oppassen, dat we niet al te lichtvaardig denken, dat Christus hier enige verkwikking gevraagd en gekregen heeft. Wanneer wij Schrift met Schrift vergelijken, zien we iets heel anders. Dit kruiswoord was ook nog een stuk lijden.

Want waarom zegt Christus nog op het laatste ogenblik: , , Mij dorst"? Omdat Hij dorst had? Neen. Omdat alles volbracht was? Neen. Opdat de Schrift vervuld zou worden!

Opdat de Schrift vervuld zou worden. Het blijkt telkens weer, dat Christus' lijdensweg reeds voorafgeschaduwd is in de levensweg van Gods kinderen, gelijk deze ook nu nog altijd weer zijn weerklank, zijn nawerking vindt in het leven der gelovigen nu. Christus droeg geen vreemd lijden; de gelovigen dragen geen vreemd lijden. Christus leed om hunnentwil, zij leden voorheen en lijden nu om Zijnentwil. Christus heeft het geproefd, heeft het doorleefd, dat Zijn lijden een doorleven was van het lijden, waar David, ja waar Gods kinderen in gedompeld geweest waren. Ook hier zal dit blijken.

De Schrift moet vervuld worden. Dan denken wij met name aan Psalm 69 vs. 22. David klaagt daar over zijn vreselijk lijden. In zijn ontzettende nood klaagt hij tot God, maar God schijnt zo verre van hem. Hij heeft gewacht op medelijden, maar het is er niet, naar vertroosters, maar hij heeft ze niet gevonden. Geen troosters, neen, het is nog veel erger. Kwelling heeft hij gevonden, harde gevoelloosheid, die zijn lijden verergerde. , , Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven".

Jezus weet dat alles volbracht is, maar weet ook, dat dit Schriftwoord nog aan Hem vervuld moet worden. Ook dit lijden moet Hem nog worden aangedaan, zal de maat vol worden. Veel heeft Hij reeds geleden van de mensen: hoon, spot, verachting, geseling enz., maar dit moet Hem ook nog worden aangedaan: de harde, gevoelloze verachting van Zijn lijden. Vergeef mij, dat ik dit toelicht met een kras beeld. Wanneer een wreedaard een hond verdrinkt, kan het ook gebeuren, dat hij het jankende dier nog een duw geeft, om onder water te blijven. Toen in de bezettingsjaren menigeen wreed mishandeld werd, is het ook wel gebeurd dat men een jammerend slachtoffer ruwweg wegtrapte. Onmenselijk, zonder gevoel voor zijn smart. Zo is het ook met Christus geweest. Dit moest Hem nog worden aangedaan. Geen: , , Dank U, voor wat U voor ons hebt willen doen", maar ruwweg: , , Ga weg, Gij vervloekte".

Is dit wel juist? De Romeinse soldaat heeft Hem toch met een spons wat edik te drinken gegeven? Dat was toch een menslievende, welwillende daad ? Ja, maar lees eens even verder in de verschillende Evangeliën. Hoe is Hem deze spons toegereikt ? Lees Mattheüs 27. Zij is Hem toegereikt temidden van spot. Toen de soldaat zijn menslievend werk wilde doen en hij de spons Jezus tegen de pijnlijke lippen drukte, riepen degenen, die er bij stonden: „Houd op, laat ons zien of Elia komt om Hem te verlossen."

Vóór dat Jezus leed aan het kruis, heeft men Hem verworpen. Nu Hij geleden heeft, blijkt het weer opnieuw: Hij wordt nog evengoed verworpen. Zijn Woord werd niet aangenomen, om gered te worden; Zijn offer. Zijn bloed, wordt evenmin aangenomen om er door verzoend en gereinigd te worden.

Laten wij in deze spiegel ons leven eens bezien. Wij staan ook allen na Christus' lijden. Wij staan ook allen na het Evangelie des kruises, dat ons gepredikt is. Hoe staan wij er tegenover? Ongeloof is schuld. Men denkt zo vaak, dat rechtzinnigheid toch eigenlijk een verontschuldiging is voor het ongeloof. Nu ja, men gelooft wel niet met een waarachtig geloof, maar men is de waarheid toch toegedaan, enzovoort ! Men meent zodoende toch al heel wat gepresteerd te hebben. Het is jammer, dat we u er niet van kunnen overtuigen dat ongeloof, hoe netjes ook verpakt, in wezen niets anders is als harde onwil tegenover het Evangelie.

Velen willen blijven staan bij hun onmacht : „Wij mensen kunnen toch niets", en zij vleien er zich mede, dat deze woorden toch wel rechtzinnig zijn, maar zij zien niet in, dat het onwil is. Zij zien niet in, dat zij de Geest geheel en al missen, want de Heilige Geest stoot onze ziel door de beredeneerde onmacht heen en doet ons inleven onze onwil. Al zoudt u vandaag aan de dag kunnen, u zoudt toch niet willen. U zoudt toch duizend en één verontschuldigingen en uitvluchten zoeken. Ontzettend, zo gevoelloos als men stond tegenover de klacht van Christus, zo gevoelloos kunnen wij staan tegenover Zijn nodiging: , , Zondaar, kom tot Mij en word behouden". Het kan een tastbare onverschilligheid zijn, bij wat wij noemen de wereld, het kan ook een heimelijke gevoelloosheid zijn bij nette. Christelijke mensen, zoals wij ongetwijfeld zijn. In wezen gelijk : Wij willen niet dat Hij koning en redder over ons zal zijn. Het kruislijden van Christus is voorbij, maar dieper gezien. Zijn versmading zet zich voort. Deze lijdensweg is niet op Golgotha geëindigd, maar zet zich voort, alle eeuwen door, ook in ons leven, zolang wij onbekeerd voortleven, maar ook daarna doen wij Hem smaadheid aan. Heel veel smaadheid. Hoe vaak laten wij Christus niet lijden en blijven onbewogen? Hoe vaak horen we het aan, dat Christus onteerd wordt en we nemen het niet voor Hem op? Hoe vaak ziet Hij niet uit naar getuigen, maar Zijn getuigen komen niet voor Hem uit en voor Hem op? Ook hier is bekering nodig, om getrouwer te zijn.

In zwakkere vorm komt dit lijden van Christus ook openbaar in het leven van de gelovigen. Hoe vaak zien zij niet uit naar begrip, naar medeleven, maar het wordt niet gevonden? Bestreden van binnen, gesmaad, geschuwd door velen. Als iemand werkelijk naar God zoekt en de tijd doorleeft van de droefheid naar God, hoe vaak lijkt het niet, alsof men besmettelijk is en gemeden moet worden? Hoe vaak niet aangezien voor een sentimentele, overdreven dweper? Ook dat is een deel van Christus' lijden, voortgezet in het leven van Zijn kinderen. Men wacht op medelijden, maar vindt het soms niet. Ook deze strijd moet meermalen alleen gestreden worden, maar zo zal het ook des te duidelijker aan de dag komen, of het ons om God te doen is of niet. Een geveinsde, vroom in eigen oog, ergert zich tot en met, als iemand hem of haar aanrandt of tekort doet; de oprechte wordt er door vernederd, maar het drijft hem of haar des te meer uit tot Hem, die alles weet en ziet. Die ook weet: Ik zoek de zegen alleen bij U, o bron van troost en licht.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MIJ DORST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1953

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's