PROBLEMATISME EN PROBLEMATIEK
PROBLEMATISME E II.
Het problematisme met zijn antigoddelijke, anti-redelijke, anti-zedelijke en anti-woordelijke aspecten verwierpen wij van ganser harte.
De diepste levensvragen der mensheid, waarmee men niet alleen in deze tijd maar in alle eeuwen heeft geworsteld, zijn wel een onderwerp van de Bijbel. Het Evangelie raakt aan deze problematiek, Job, Psalm 73, de Prediker en meerdere plaatsen in de Heilige Schrift houden er zich mee bezig.
In het bijzonder handelt het boek de Prediker er over. De schrijver aanschouwt het leven van de mens en de geschiedenis der geslachten. Hij komt er niet uit : Hij ziet de geslachten komen en de geslachten gaan. Eeuw in eeuw uit is dit doorgegaan, waar zijn ze gebleven de volkeren, de geslachten, de millioenen mensen ? De aarde heeft ze in haar schoot opgenomen. Het is een voortgaan als de wateren der rivieren, ze stromen maar voort naar de zee en de zee wordt nooit vol. Het probleem der geschiedenis ! De Prediker heeft het over de wijsheid en de dwaasheid, over de armoede en de rijkdom, over de overheid, over de vrouw, over de volksgunst, ook over het Godsbestuur. Hij merkt op, dat degene die Gods geboden onderhoudt, de beloning in dit leven vaak niet ontvangt : , , Er zijn rechtvaardigen, wie het gaat naar de verdienste der goddelozen, er zijn goddelozen, wie het gaat naar de verdienste der rechtvaardigen" (Hoofdstuk 8).
De Prediker bezint er zich over, maar hij komt er niet uit. , , Alles is ijdelheid" d.w.z. alles is als de wind, die ik niet kan grijpen. Ik zie het wel, maar ik kan dit alles niet tot oplossing brengen.
Zo worstelt de Prediker met de vragen der eeuwen en ziet geen oplossing.
Ook Jesaja geeft geen antwoord maar richt de vraagstelling omhoog, naar de hemel : , , Gods gedachten zijn hoger dan onze gedachten, Zijn wegen hoger dan onze wegen. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde alzo zijn Gods gedachten hoger dan onze gedachten en Zijn wegen hoger dan onze wegen."
Geeft het Evangelie niets meer ?
Geen , , oplossing", maar wel verlossing. En dat is het laatste, waarmede de Prediker eindigt : Van al het gehoorde aangaande de wereldproblematiek is het slotwoord : , , Vrees God en onderhoud Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen (12 : 13).
De Prediker eindigt zijn overwegingen met te wijzen naar één levenshouding, die boven alle beschouwing en bespiegeling uitgaat : de vreze Gods.
Niet redeneren, maar vrezen, niet over God oordelen, maar Hem aanbidden, niet bespiegelen maar liefhebben. De rede mag niet tot een rechter over de hemel verheven worden, zij mag ook liiet als een onnuttig instrument weggeworpen worden, zij worde gesteld in dienst van de beheersing der wereld en van de verheerlijking Gods.
Het slotwoord van al het gehoorde is de Godsvreze : hiet betrekken van God binnen onze bestaanskring, niet als een idee — ieder mens heeft een Godsbesef — maar zoals Hij Zich openbaart in Zijn Woord. Wij hebben Hem te vrezen als Rechter tegenover mijn zonde. Hij de heilige en de verhevene. Wij hebben Hem te vrezen als Verlosser in Jezus Christus in onze nood. Hij de barmhartige en nabije. We hebben Hem te vrezen als Leidsman in ons leven, als Wetgever voor onze zedelijkheid, als de milde Vader van Wie alle goede gaven tot ons afdalen, zodat wij het wonder van ons mens-zijn opmerken in rede en zede, in Openbaring en mensenwoord. Vrezen is eren, dienen, gehoorzamen, liefhebben, ja zeggen op Gods openbaring.
Deze levensrelatie tot God verandert de mens radicaal in de wedergeboorte. Van de hoogmoedige en verwaten mens, die zich van God en Zijn gaven afkeert wordt hij de verbrijzelde van geest wiens verlangen het is te wandelen in de geboden Gods.
Moderne wijsheid zet een streep door alle objectieve normen, wetten en waarden. De godvrezende ziet de wet als uitdrukking van Gods wezen en wil en heeft haar lief.
Dit betaamt alle mensen, want dan ontplooit zich pas het volle mens zijn.
In die vreze Gods wordt het einde van de problematiek ervaren. Niet dat al onze problemen een antwoord ontvangen, de Prediker blijft er tot in het laatste hoofdstuk mee worstelen, maar de problematiek valt weg.
Hoger en dieper dan een antwoord op een vraag is de werkelijkheid van het wegvallen van een vraag.
In de vreze Gods heft God Zelf de problematiek voor een ogenblik op.
De laatste weken zijn wij geconfronteerd geworden met de problematiek van de natuurrampen. Daarover is in kerkelijke en theologische bladen veel geschreven, er was helaas veel „humanistische" verklaring bij.
Eén tafereel tijdens de ramp, meegedeeld door een neutraal blad, is mij bijgebleven. Er stonden mensen op een dijk, die steeds meer afbrokkelde. Het water steeg, de golven staken gulzig hun koppen op, de winden floten om de oren. En toen begonnen die mensen, mannen, vrouwen en kinderen psalmen te zingen.
Hier zwijgen wij. Van al het gehoorde is het slotwoord, zegt de Prediker : „Vrees God en onderhoud Zijn geboden !"
De problematiek valt weg. „Duisternis", roept de Psalmist van Psalm 139 uit, , , moge mij omringen, dan is de nacht een licht om mij heen."
De Hebreënschrijver zegt in hoofdstuk 2 : 8b : , , Thans zien wij nog niet dat aan de mens alle dingen onderworpen zijn". We zien het niet, veel gaat ons te boven. „Maar", zo vervolgt hij, „wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond."
In Christus is de volmaakte mens opgestaan. Hij is door het lijden en de dood der mensen heengegaan en de wereldproblematiek vindt in Hem haar centrum. „Ziet, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt, " zo jubelt Johannes. De gekruisigde Christus heeft de zonde der wereld, waarin alle problematiek schuil gaat, opgeheven aan het Kruis.
Christus aan het Kruis is het einde der wereldproblematiek.
De Prediker tastte in het Oude Testament naar het Licht : Vrees God ! Dan zijt ge waarlijk bevrijd.
Johannes ziet het zichtbaar voor zich: Daar is Hij en hij jubelt , , Ziet, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt."
En de Hebreënschrijver aanschouwt het meditatief : De mens is met zijn rede wel hoog verheven, maar de Mens is in Christus opgestaan, aan Wie alle dingen zijn onderworpen. , , Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond !"
Aanbidt die Koning in de nood van uw leven.
Het slotwoord van al het gehoorde is: , , Vrees God en onderhoud Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen."
Laat eens de glans van zon en maan bij 's werelds avond ondergaan ons zal geen licht ontbreken. Hier kennen wij slechts voor een deel maar daar onthult Gij ons geheel de volheid van Uw wezen.
H. Jonker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1953
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's